wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

LJ1 - Verhaalanalyse

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

In een chronologisch verhaal wordt het verhaal van begin tot eind in de juiste volgorde verteld.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Open plekken zijn plekken in het verhaal die vragen oproepen.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Bij een gesloten einde blijven veel zaken open en daardoor misschien onduidelijk.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Bij een auctoriaal perspectief wordt het verhaal vanuit de ik-persoon verteld.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Een voorwerp kan een verhaalmotief zijn.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Welk perspectief zie je hier?

Ze stapte uit de auto, maar bleef met haar jas aan de gordel hangen. Ze viel recht vooruit met haar kin op de stoep. Dat gaat er niet mooi uitzien, dacht ze.

a)

Ik-perspectief

b)

Personaal perspectief

c)

Auctoriaal perspectief

7.

Welk perspectief zie je hier? Hij wist nog niet dat, op datzelfde moment, driehonderd kilometer verderop, de koning bezig was een executiebevel op te stellen.

a)

Ik-perspectief

b)

Personaal perspectief

c)

Auctoriaal perspectief

8.

Wat is geen middel waarmee een schrijver spanning creeërt?

a)

Een cliffhanger

b)

De ruimte

c)

Een vooruitwijzing

d)

Bijfiguren

9.

Wat is een round charakter?

a)

Oppervlakkig uitgewerkte personages

b)

Een gecompliceerd personage dat vaak een ontwikkeling doormaakt

c)

Personages met een duidelijk omschreven uiterlijk

10.

Welk begrip herken je in de volgende situatie? De ik-persoon droomt over gebeurtenissen uit het verleden.

a)

Tijdversnelling

b)

Tijdsprong

c)

Flashback

d)

Spanning

11.

Welk begrip herken je in de volgende omschrijving? Iets wat voor de lezer verborgen wordt gehouden, iets wat het verhaal (voorlopig) verzwijgt.

a)

Flashback

b)

Ruimte

c)

Open plek

d)

Motief

12.

Welk begrip herken je in de volgende omschrijving? Het verhaal op een spannend moment afbreken.

a)

Thema

b)

Perspectief

c)

Open plek

d)

Cliffhanger

13.

Bij .... wordt het verhaal spannend door wat er direct gebeurt. Zo kan de hoofdpersoon betrapt en bedreigd worden.

a)

actiespanning

b)

psychologische spanning

14.

Bij .... gaat het om de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon. Het gaat om de angst voor wat er zou kunnen gebeuren.

a)

actiespanning

b)

psychologische spanning

15.

Welk begrip herken je in de volgende situatie? Een belangrijk onderdeel van het verhaal wordt uitvoerig beschreven.

a)

Tijdverstraging

b)

Chronologie

c)

Flashback

d)

Open plek