Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

EHBO

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel procent van de slachtoffers overleeft een plotse hartstilstand buiten het ziekenhuis?

a)

5% à 10%

b)

25% à 30%

c)

15% à 20%

d)

50%

2.

Bij een beroerte heeft het slachtoffer een scheve mond.

a)

Altijd

b)

Nooit

c)

Dit kan voorkomen maar niet altijd

3.

Een hersenbloeding, hersentrombose en hersenembolie zijn verschillende aandoeningen die worden benoemd als een beroerte.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Mensen met een hoge bloeddruk, diabetes of overgewicht lopen meer risico op een beroerte.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Bij een beroerte kan het slachtoffer zich duizelig voelen en onzeker stappen. Het lijkt erop alsof hij dronken is.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Uit welke 4 onderdelen bestaat de FAST-test?

(a)  

7.

Een bewusteloos slachtoffer leg je best...

a)

op de rug

b)

op de buik

c)

in zijligging

8.

Bij een lichte verslikking raadpleeg je gespecialiseerde hulp als het slachtoffer ...

a)

een baby is.

b)

na verwijderen van een voorwerp of als er iets in de keel zit.

c)

een kind is.

d)

ouder dan 50 jaar is.

9.

Bij een ernstige verslikking bij volwassenen handel je als volgt...

a)

Geef afwisselend 5 rugslagen en 5 buikstoten.

b)

Geef eerst 5 buikstoten en daarna 5 rugslagen.

c)

Geef één reeks van eerst 5 rugslagen en daarna 5 buikstoten.

10.

Bij een ernstige verslikking gebruik je borststoten als het slachtoffer ...

a)

een kind is.

b)

een persoon met overgewicht is

c)

een zwangere vrouw is.

11.

Bij een vermoeden van een beroerte voer je deze test uit...

a)

FACE

b)

FARS

c)

FAST

d)

FARST

12.

AAn welk tempo moet je hartmassage toedienen?

a)

Minstens 80 per minuut

b)

Minstens 100 per minuut

c)

Minstens 120 per minuut

d)

Minstens 150 per minuut

13.

Braakneigingen kunnen een symptoom van een beroerte zijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Als een baby zich ernstig verslikt, dan geef ik afwisselend 5 rugslagen en 5 borststoten. De borststoten geef ik met...

a)

twee handen

b)

twee vingers

c)

één hand