wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Architectuur TERMINOLOGIE - RS (TEKST/FOTO+MK)

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Laat-romaans, vroeg-gotisch rond<br />venster, waarbij kleine zuiltjes als de spaken van een wiel<br />om een centrale naaf zijn geplaatst. Vergelijk Roosvenster.

a)

Schacht

b)

Segmentboog

c)

Rib

d)

Relief

e)

Radvenster

2.

Eetzaal van een klooster.

a)

Spitse Ton

b)

Rondboogfries

c)

Radvenster

d)

Refectorium

e)

Stylobaat

3.

(Italiaans: relievo = verheven werk) Beeldhouwwerk waarbij de figuren niet geheel uit de stenen achtergrond worden gehaald, tweedimensionaal.

a)

Ritmisch

b)

Roosvenster

c)

Relief

d)

Segmentboog

e)

Rondboogfries

4.

Plastische, dikwijls rijk geprofileerde stenen boog in het gewelf. Komt eind 1ste eeuw op, wordt eerst als decoratief element gebruikt, daarna constructief als drager van het gewelf. Later worden de ribben weer decoratief toegepast. Hoofdvormen: Dwars- of gordelribben, van wand tot wand transversaal over de ruimte; kruisrib over de diagonaal van het gewelf en die elkaar in de kruin kruisen schildribben in en tegen de wanden, kruinrib die de horizontale kruinlijn van het gewelf volgt. Hoofdvormen der profielen: 1. band (11/12e eeuw), 2. rondlijst (12e eeuw), 3. peerlijst (17/14e eeuw), 4. keellijst (15e eeuw).

a)

Roosvenster

b)

Rib

c)

Stylobaat

d)

Segmentboog

e)

Schip

5.

Ruitspringend bouwdeel. zie Hoekrisaliet.

a)

Risaliet

b)

Roosvenster

c)

Schacht

d)

Radvenster

e)

Ritmisch

6.

Herhaling van een motief op geregelde afstanden.

a)

Ritmisch

b)

Schip

c)

Refectorium

d)

Radvenster

e)

Rondboogfries

7.

Fries van aan elkaar gerijde rondbogen. Romaans.

a)

Stuc

b)

Rondboogfries

c)

Relief

d)

Risaliet

e)

Ritmisch

8.
Buitenlijn aan de frontzijde van een gebouw.
a)
Spitse Ton
b)
Schacht
c)
Rooilijn
d)
Stuc
e)
Ritmisch
9.

Groot, rond venster, dat door maaswerk roos— of radvormig is geleed. Komt op in de hoge en late romantiek en wordt in de gotiek ontwikkeld tot vormen, die<br />liken op naaldwerk. Meestal boven het middenportaal! van de façade,

a)

Schacht

b)

Refectorium

c)

Schip

d)

Roosvenster

e)

Stuc

10.

Rond siermotief, gelijkend op een roos. Als debladeren om het middelpunt roteren, spreekt men van een wervelrozet.

a)

Risaliet

b)

Sluisteen

c)

Relief

d)

Stylobaat

e)

Rozet

11.

Het uit afzonderlijke delen (trommels) of uit één stuk (monolith) gevormde lichaam van een zuil of van eenpijler, tussen basis en kapiteel.

a)

Rondboogfries

b)

Relief

c)

Stylobaat

d)

Rib

e)

Schacht

12.

Zijdelings door scheibogen of buitenmuren begrensde ruimte. Zijn richting wordt door de hoofdas vande ruimte (b.v. langshuis, dwarshuis) bepaald. Het aantal van 6én tot vijf schepen wordt geteld langs de dwars.

a)

Stereobaat

b)

Spitse Ton

c)

Risaliet

d)

Schip

e)

Sluisteen

13.

Boog, die minder dan de helft van een<br />cirkel beschrijft.

a)

Rondboogfries

b)

Rozet

c)

Segmentboog

d)

Refectorium

e)

Rib

14.

Het toneelgebouw van het Griekse theater.

a)

Rozet

b)

Skene

c)

Rondboogfries

d)

Sluisteen

e)

Risaliet

15.

Meestal als een ronde relilfplaat gevormde steen op het snijpunt van de ribben van het gewelf. Ook de bovenste steen van een boog.

a)

Sluisteen

b)

Spitse Ton

c)

Roosvenster

d)

Ritmisch

e)

Schip

16.

Uit twee cirkeldelen samengesteld, boven spits toelopende boog.

a)

Spitsboog

b)

Spitse ton

c)

Schip

d)

Relief

e)

Roosvenster

17.

Tongewelf met spitsbogen doorsnede.

a)

Spitsboog

b)

Spitse Ton

c)

Rooilijn

d)

Risaliet

e)

Stuc

18.

De onderbouw, het fundament van een tempel.

a)

Stylobaat

b)

Skene

c)

Stereobaat

d)

Refectorium

e)

Sluisteen

19.

Massa uit gips, kalk en zand, die, vermengd metwater week en kneedbaar is en daarna snel verhardt. Al inde oudheid bekend. In de barok veel gebruikt voorplastische muur- en plafondversiering. Vaak beschilderd ofverguld. Door er marmer, albast en lijm bij te voegen kreeg<men het zogenaamde stucco lustro dat na het glad makenmet een heet ijzer een marmerachtig oppervlak krijgt.Stucmarmer uit gipspoeder, albast, gipsstukjes en lijmwater, een massa die als marmer werd beschilderd en gepolijst, was zeer geliefd.

a)

Sluisteen

b)

Roosvenster

c)

Schip

d)

Stuc

e)

Ritmisch

20.

Bovenste trede van de onderbouw van een Griekse tempel, waarop de zuilen staan.

a)

Schip

b)

Relief

c)

Ritmisch

d)

Stereobaat

e)

Stylobaat