wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ademhalinsstelsel

Total questions: 28

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

de mond- neuskeelholte bestaat uit volgende onderdelen: neusholte, huig, mond- en keelholte, strottenklepje, luchtpijp. Is dat juist of fout

a)

juist

b)

fout

2.

voordelen van een neusademhaling zijn

a)

verwarmen van de buitenlucht

b)

bevochtigen van de buitenlucht

c)

rustigere ademhaling

d)

stofdeeltjes verwarmen voor ze verder gaan

3.

larynx =

a)

huig

b)

keelholte

c)

strottenhoofd

d)

luchtpijp

4.

de kraakbeenringen van de trachea of luchtpijp zijn

a)

hoefijzervromig

b)

boonvormig

c)

peervormig

5.

alveolen =

a)

longblaasjes

b)

luchtpijptakken

c)

luchtpijp

6.

rond de longen ligt een vlies, wat voor vlies is het?

a)

enkel vlies

b)

dubbel vlies

7.

de gasuitwisseling gebeurt in

a)

alveolen

b)

trachea

c)

bronchiën

8.

tijdens de gasuitwisseling wordt

a)

CO2 verwijderd uit het bloed afkomstig uit het lichaam en O2 opgenomen in het bloed afkomstig uit de ingeademde lucht

b)

O2 verwijderd uit het bloed afkomstig uit het lichaam en CO2 opgenomen in het bloed afkomstig uit de ingeademde lucht

9.

de normale frequentie van ademhaling van een volwassenen is

a)

12 à 20 keer per minuut

b)

14 à 24 keer per minuut

c)

10 à 24 keer per minuut

10.

de ademhalingsfrequentie van kinderen ligt .... dan bij volwassenen

a)

hoger

b)

lager

11.

de ademhalingsfrequentie .... met de leeftijd

a)

neemt toe

b)

neemt af

12.

bradypnoe =

a)

te trage ademhaling

b)

te snelle ademhaling

c)

inademing

d)

uitademing

13.

wat kan je allemaal observeren bij de ademhaling

a)

geluid

b)

frequentie

c)

kloppingen

d)

ritme

14.

de totale longcapaciteit verkleind bij

a)

ouder worden

b)

longaandoeningen

c)

roken

d)

overgewicht

15.

symptomen van verkoudheid zijn

a)

neusloop

b)

hoge bloeddruk

c)

moeilijk kunnen slikken

16.

een angina =

a)

keelontsteking

b)

amandelontsteking

c)

longontsteking

d)

verkoudheid

17.

duid de symptomen van een angina aan

a)

rode gezwollen amandelen met witte stippen

b)

hoge koorts

c)

slikpijn

d)

hoesten met slijmen

18.

duid de aan welke dranken/voeding je als zorgkundige kan geven bij een zorgvrager met een angina

a)

koude zachte niet prikkelende voeding

b)

warme thee

c)

warme melk

d)

koude slaatjes

e)

warme soep

19.

sinusitis =

a)

keelontsteking

b)

longontsteking

c)

ontsteking van de neusbijholten en bovenkaakholten

d)

verkoudheid

20.

Welke acties kan je stellen als zorgkundige bij een zorgvrager met sinusitis

a)

lucht bevochtigen

b)

neus spoelen met fysiologisch water

c)

warme melk geven

21.

een pneumonie =

a)

verkoudheid

b)

amandelontsteking

c)

longontsteking

d)

ontsteking van de neusbijholten en bovenkaakholten

22.

bronchitis =

a)

verkoudheid

b)

longontsteking

c)

ontsteking van de luchtpijptakken

d)

ontsteking van de longblaasjes

23.

bij een droge bronchitis ga je

a)

veel hoesten zonder fluimen /slijmenveel hoesten zonder fluimen /slijmen

b)

minder hoesten maar mét fluimen

c)

kleinere luchtpijptakken zijn aangetast

24.

de bacil van Koch is de ziekteverwekker van

a)

COPD

b)

een pneumonie

c)

tuberculose

25.

duid de symptomen van TBC aan

a)

bloed ophoesten

b)

nachtelijk zweten

c)

hoofdpijn

d)

keelpiin

26.

duid de symptomen van COPD aan

a)

start rond 50 ste jaar

b)

kortademigheid

c)

gewichtstoename

d)

nachtelijk zweten

27.

astma =

a)

vernauwing en ontsteking van de luchtwegen

b)

verwijding en ontsteking van de luchtwegen

c)

ontsteking met slijmvorming van d eluchtwegen

28.

welke tekenen wijzen op een bemoeilijkte ademhaling

a)

tachycardie

b)

tachypnoe

c)

bradycardie

d)

lage saturatie

e)

angstig, benauwd gevoel