Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 4 H2B

Total questions: 25

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Maak in onderstaande zin van het voltooid deelwoord een bijvoeglijk naamwoord:

De zeehondjes zijn gered.

(a)  

2.

Maak in onderstaande zin van het voltooid deelwoord een bijvoeglijk naamwoord:

De docent is razend.

(a)  

3.

Maak in onderstaande zin van het voltooid deelwoord een bijvoeglijk naamwoord:

De snelwegen zijn verlaten.

(a)  

4.

Maak van de twee losse woorden een correcte samenstelling: zon + bank

(a)  

5.

Maak van de twee losse woorden een correcte samenstelling: maan + schijn

(a)  

6.

Maak van de twee losse woorden een correcte samenstelling: stad + schouwburg

(a)  

7.

VZV of BWB?

Het paard bleef stilstaan voor de hindernis.

a)

VZV

b)

BWB

8.

VZV of BWB?

Ik ben benieuwd naar het nieuwe schooljaar.

a)

VZV

b)

BWB

9.

VZV of BWB?

Zij is erg bang voor spinnen.

a)

VZV

b)

BWB

10.

VZV of BWB?

Op mijn verjaardag kreeg ik veel cadeaus.

a)

VZV

b)

BWB

11.

Het tekstdoel van een activerende tekst is...

a)

Overtuigen

b)

Informeren

c)

Activeren

d)

Amuseren

12.

Wat is een ander woord voor beeld en opmaak?

(a)  

13.

(om te, waarmee, daarmee) zijn voorbeelden van ...

a)

Tekstverband middel/doel

b)

Voorwaardelijk tekstverband

14.

Na welke stap in het rijtje van ontleden ga je op zoek naar het VZV?

a)

Na de persoonsvorm (PV)

b)

Na de bijwoordelijke bepaling (BWB)

c)

Na het lijdend voorwerp (LV)

d)

Na het meewerkend voorwerp (MV)

15.

Een BWB heeft ALTIJD een betekenis van bijvoorbeeld plaats, tijd of middel

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

In een enkelvoudige zin kan maar één VZV staan

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Het voorzetsel van een VZV kun je altijd vervangen voor een ander voorzetsel

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Welke regel voor een tussen -s hoort bij dit woord: 'tarwebrood'

Het eerste woord van de samenstelling...

a)

Heeft geen meervoud

b)

Geeft aan hoe leuk iets is

c)

Is uniek (er is er maar één van)

d)

Is geen zelfstandig naamwoord

19.

Welke regel voor een tussen -s hoort bij dit woord: 'groenteboer'

Het eerste woord van de samenstelling...

a)

Heeft geen meervoud

b)

Is uniek (er is er maar één van)

c)

Heeft een meervoud op -s en -en

d)

Heeft alleen een meervoud op -s

20.

Welke regel voor een tussen -s hoort bij dit woord: 'apetrots'

Het eerste woord van de samenstelling...

a)

Is geen zelfstandig naamwoord

b)

Geeft aan hoe leuk/groot iets is

c)

Heeft een meervoud op -en en -s

d)

Heeft geen meervoud

21.

VERGELIJKING of METAFOOR?

'Een beer van een vent.'

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

22.

VERGELIJKING of METAFOOR?

'Hij is zo gek als een deur.'

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

23.

VERGELIJKING of METAFOOR?

'Ruim die varkensstal eens op, joh!'

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

24.

VERGELIJKING of METAFOOR?

'Je zit er echt bij als een zoutzak...'

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

25.

Ik ben klaar voor de toets van vrijdag!

a)

Ja, 100%! Alles is duidelijk!

b)

Ja, ik moet nog even leren, maar begrijp alles

c)

Mwah, ik vind het nog moeilijk...

d)

Niet echt, kunt u mij nog helpen?