wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mens en milieu

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Milieuproblemen ontstaan als:(meerdere antwoorden)

a)

mensen stoffen toevoegen aan het milieu

b)

mensen stoffen onttrekken aan het milieu

c)

mensen het milieu veranderen

d)

mensen het milieu gebruiken

2.
Hoe komen wij aan zuurstof?
a)
Dit maken wij zelf
b)
Dit ontstaat bij fotosynthese
c)
Dit ontstaat bij verbranding
3.

Hoe noem je de opstapeling van gifstoffen in dieren?

a)

Eutrofiering

b)

Accumulatie

c)

Resistentie

d)

Inseminatie

e)

Accommoderen

4.

Het versterkte broeikaseffect komt door ...

a)

Doordat er meer broeikasgassen in de dampkring terecht komen, waardoor er minder zonlicht (warmte) de dampkring kan verlaten.

b)

Doordat er meer broeikasgassen in de lucht komt. Daardoor wordt de lucht dikker en dient het als een deken om de aarde

c)

Omdat bijvoorbeeld een auto warm is. Dus veel warme auto's is gelijk aan warme aarde

d)

Doordat er meer broeikasgassen in de dampkring terecht komen, waardoor er sneller meer zonlicht op aarde terecht komt

5.

Uitspoeling wilt zeggen dat mineralen et regenwater weggespoeld worden van het landschap af

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Wat is een oorzaak voor algenbloei?

a)

overbemesting van het land

b)

uitwassen van meststoffen uit de bodem in het water

c)

verwarming van het water

d)

dumpen van chemicaliën in het water

7.

Versnippering kunnen we oplossen door alleen het bouwen van ecoducten. Daardoor kunnen alle dieren oversteken.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Wat zijn algen in een voedselweb?

a)

Producenten

b)

Consumenten van de 1e orde

c)

Consumenten van de 2e orde

d)

Afvaleters

e)

Reducenten

9.

Afgelopen jaren wordt het steeds duidelijker dat vele soorten steeds noordelijker voorkomen. Een voorbeeld hiervan is dat er al een aantal tijgermuggen (muggen die ziektes zoals knokkelkoorts overbrengen) in Nederland zijn waargenomen. Wat is de oorzaak van het noordwaarts trekken naar nieuwe leefgebieden?

a)

Door overbemesting is hier een stuk meer voedsel beschikbaar voor soorten

b)

Door klimaatverandering wordt het steeds warmer waardoor soorten noordelijker kunnen leven

c)

In het zuiden hebben mensen het milieu zo ver vervuild dat soorten een ander leefgebied zoeken

d)

In het zuiden is de bodem uitgeput, waardoor minder soorten daar kunnen overleven

10.

Wat kan een oorzaak zijn voor de stijging van de temperatuur van het zeewater?

a)

Een stijging van de zeewaterspiegel in de oceanen.

b)

Een toename van de hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer.

c)

Een toename van het gebruik van duurzame energie.

d)

Het smelten van gletsjers bij de Noord- en Zuidpool.

11.

Welke van de onderstaande uitspraken is juist?

a)

De dampkring houdt alleen warmte vast, maar kaatst geen zonlicht terug de ruimte in.

b)

De dampkring kaatst alleen zonlicht terug de ruimte in, maar houdt geen warmte vast.

c)

De dampkring kaatst zonlicht terug de ruimte in en houdt warmte vast.

d)

De dampkring houdt geen warmt vast en kaatst ook geen zonlicht terug de ruimte in.

12.

Wat zijn fossiele brandstoffen?

a)

hele oude brandstoffen

b)

brandstoffen uit dode planten en dieren

c)

brandstoffen uit zand en steen

d)

brandstoffen uit gas

13.
Wat zijn de gevolgen van het versterkt broeikaseffect?
a)
overstromingen, stijging van de zeespiegel, extreme weersomstandigheden 
b)
grotere gebergtes, meer aardbevingen, veel regen
c)
veel regen, meer begroeiing, meer ijs- en sneeuw op de polen
14.

Welk effect heeft het weghalen van alle planteneters uit een biotoop op de vleeseters én de plantengroei in de biotoop?

a)

Het aantal vleeseters daalt en de plantengroei neemt af

b)

Het aantal vleeseters stijgt en de plantengroei neemt toe.

c)

Het aantal vleeseters daalt en de plantengroei neemt toe.

d)

Het aantal vleeseters stijgt en de plantengroei neemt af.

15.

Bij vermesting wordt er teveel mineralen (voedingsstoffen voor planten) aangebracht in de bodem. Met name stikstof en fosfaat zitten veel in kunstmest. Voor welke moleculen in organismen (planten of dieren) is stikstof nodig?

a)

DNA

b)

Eiwitten

c)

Zowel DNA als eiwitten

d)

Geen van beide

16.

Wat zijn de gevolgen van versnippering?

a)

Dieren kunnen niet meer naar hun partner en worden boos op mensen

b)

Populaties worden kleiner waardoor ze kwetsbaarder zijn

c)

Er leven meer soorten op een kleiner oppervlak, waardoor de voedselketen ontregelt

d)

De kans is groter dat organismen omkomen door aanrijdingen

e)

Soorten planten minder voort doordat het leefgebied kleiner wordt en er meer sprake is van verstoring

17.

Wat zijn twee redenen waardoor het energieverbruik zo erg is toegenomen.

a)

Er zijn meer mensen op aarde en energie wordt steeds duurder

b)

Er zijn meer mensen en er is meer welvaart

c)

We hebben steeds meer producten die energie nodig hebben

d)

Er is meer welvaart en huizen zijn beter geïsoleerd

18.

Welk milieuprobleem past het best bij deze afbeelding?

a)

aantasting

b)

uitputting

c)

vervuiling