wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De resultatenrekening

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De waarde van onze gebouwen boeken we bij

a)

Kosten

b)

Opbrengsten

c)

Actief

d)

Passief

2.

De aankopen van handelsgoederen boeken we bij

a)

kosten

b)

opbrengsten

c)

actief

d)

passief

3.

De voorraad handelsgoederen boeken we bij

a)

kosten

b)

opbrengsten

c)

actief

d)

passief

4.

De verkoop van handelsgoederen boeken we bij

a)

kosten

b)

opbrengsten

c)

actief

d)

passief

5.

Het geld op de bank boeken we bij

a)

kosten

b)

opbrengsten

c)

actief

d)

passief

6.

De lening bij de bank boeken we bij

a)

kosten

b)

opbrengsten

c)

actief

d)

passief

7.

Ontvangen intrest van onze bankrekening boeken we bij

a)

kosten

b)

opbrengsten

c)

actief

d)

passief

8.

De huur van een magazijn boeken we bij

a)

Kosten

b)

Opbrengsten

c)

Actief

d)

Passief

9.

De lonen van ons personeel boeken we bij

a)

Kosten

b)

Opbrengsten

c)

Actief

d)

Passief

10.

De aankoop van kledij voor een kledingzaak boeken we bij

a)

Bedrijfskosten

b)

Financiële kosten

c)

Uitzonderlijke kosten

11.

De aankoop van kledij voor ons personeel boeken we bij

a)

Bedrijfskosten

b)

Financiële kosten

c)

Uitzonderlijke kosten

12.

Bankkosten boeken we bij

a)

Bedrijfskosten

b)

Financiële kosten

c)

Uitzonderlijke kosten

13.

Een kastekort boeken we bij

a)

Bedrijfskosten

b)

Financiële kosten

c)

Uitzonderlijke kosten

14.

De verkoop van onze handelsgoederen boeken we bij

a)

Bedrijfsopbrengsten

b)

Financiële opbrengsten

c)

Uitzonderlijke opbrengsten

15.

Een betalingskorting bij de leverancier boeken we bij

a)

Bedrijfsopbrengsten

b)

Financiële opbrengsten

c)

Uitzonderlijke opbrengsten

16.

Winst die we gemaakt hebben bij de verkoop van een bestelwagen boeken we bij

a)

Bedrijfsopbrengsten

b)

Financiële opbrengsten

c)

Uitzonderlijke opbrengsten

17.

Het hoofddoel van een onderneming is

a)

zoveel mogelijk omzet maken

b)

zoveel mogelijk winst maken

18.

Wanneer de opbrengsten > de kosten heb je

a)

winst

b)

verlies

19.

Wanneer de opbrengsten < de kosten heb je

a)

winst

b)

verlies

20.

Het openstaand saldo van onze klanten vinden we bij de

a)

Kosten

b)

Opbrengsten

c)

Activa

d)

Passiva