WorksheetsKennen kunnen liggen leggen
Total questions: 10
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Ken / Kun jij die ene voetballer?
a)
Ken
b)
Kun
2.
Henk ken / kan heel goed telefoonnummers onthouden
a)
ken
b)
kan
3.
Ze hebben goed geoefend en kennen/kunnen alle regels.
a)
kennen
b)
kunnen
4.
De dvd's leggen/liggen op de kast.
a)
leggen
b)
liggen
5.
Ik lig/leg de dvd's op de kast.
a)
lig
b)
leg
6.
Ik (a) iemand die precies op hem lijkt.
7.
Joyce ... vanmorgen heerlijk in het zonnetje.
(a)
8.
Mijn vader (a) een mooie houten vloer in mijn kamer.
9.
Ik (a) vanavond gratis naar binnen bij het concert.
10.
Gisteren (a) mijn zusje veel te laat in bed.
100 %
