Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Basis 3 Economie Hoofdstuk 4 Begrippen

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Arbeidsmotieven

a)

Redenen om te willen stoppen met werken

b)

Redenen om te willen werken

c)

Afspraak dat een werknemer in loondienst komt werken bij een werkgever.

d)

Het bedrag dat een werknemer van 23 jaar en ouder minstens moet verdienen met een voltijdbaan. Als je jonger bent, geldt het minimumjeugdloon.

2.

Leidinggevend werk

a)

Werk waarbij je opdrachten geeft aan anderen en verantwoordelijk bent voor het resultaat van de werkzaamheden.

b)

Een schema waarin je de taken en verantwoordelijkheden in een bedrijf kunt zien

c)

Afspraak dat een werknemer in loondienst komt werken bij een werkgever.

d)

Het loon dat je ontvangst na inhouding van belasting en sociale premies.

3.

Organigram

a)

Een schema waarin je de taken en verantwoordelijkheden in een bedrijf kunt zien.

b)

Werk waarbij je opdrachten moet uitvoeren die je opgedragen krijgt.

c)

Het loon dat je ontvangst na inhouding van belasting en sociale premies.

d)

Alle mensen van 15 jaar tot aan de pensioensleeftijd die werk hebben of willen werken.

4.

Productiesectoren

a)

Alle mensen met werk en alle mensen die werk zoeken.

b)

Wet met regels voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.

c)

Alle arbeidsplaatsen bij bedrijven en de overheid.

d)

De vier sectoren waarin arbeid en productie plaatsvindt. Dit zijn de agrarische sector, de industriële sector en de dienstensector.

5.

Uitvoerend werk

a)

Collectieve arbeidsovereenkomst waarin afspraken staan over de arbeidsvoorwaarden in een bepaalde groep dezelfde bedrijven.

b)

Alle mensen van 15 jaar tot aan de pensioensleeftijd die werk hebben of willen werken.

c)

Werk waarbij je opdrachten moet uitvoeren die je opgedragen krijgt.

d)

Alle banen en vacatures bij werkgevers.

6.

Arbeidsovereenkomst

a)

Afspraak dat een werknemer in loondienst komt werken bij een werkgever.

b)

Het bedrag dat een werknemer van 23 jaar en ouder minstens moet verdienen met een voltijdbaan. Als je jonger bent, geldt het minimumjeugdloon.

c)

Een schema waarin je de taken en verantwoordelijkheden in een bedrijf kunt zien

d)

Het aantal verkochte producten in een bepaalde tijd.

7.

Arbeidstijdenwet

a)

Afspraak dat een werknemer in loondienst komt werken bij een werkgever.

b)

Wet met regels voor werk- en rusttijden.

c)

Alle mensen met werk en alle mensen die werk zoeken.

d)

Mensen tussen de 15 jaar en de pensioenleeftijd die zich inschrijven bij het UWV als werkzoekende.

8.

Arbowet

a)

Wet met regels voor werk- en rusttijden.

b)

Wet met regels voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.

c)

Het bedrag dat een werknemer van 23 jaar en ouder minstens moet verdienen met een voltijdbaan. Als je jonger bent, geldt het minimumjeugdloon.

d)

Het aanbod van arbeid is groter dan de vraag naar arbeid.

9.

Brutoloon

a)

Alle vraag naar arbeid en alle aanbod van arbeid.

b)

Afspraak dat een werknemer in loondienst komt werken bij een werkgever.

c)

Het loon dat je met je werkgever hebt afgesproken en waarop nog niets is ingehouden.

d)

Een schema waarin je de taken en verantwoordelijkheden in een bedrijf kunt zien.

10.

Cao

a)

Collectieve aandelensovereenkomst waarin afspraken staan over de arbeidsvoorwaarden in een bepaalde groep dezelfde bedrijven.

b)

Collectieve aansprakelijkheidsovereenkomst waarin afspraken staan over de arbeidsvoorwaarden in een bepaalde groep dezelfde bedrijven.

c)

Collectieve adjunctieovereenkomst waarin afspraken staan over de arbeidsvoorwaarden in een bepaalde groep dezelfde bedrijven.

d)

Collectieve arbeidsovereenkomst waarin afspraken staan over de arbeidsvoorwaarden in een bepaalde groep dezelfde bedrijven.

11.

Nettoloon

a)

Collectieve arbeidsovereenkomst waarin afspraken staan over de arbeidsvoorwaarden in een bepaalde groep dezelfde bedrijven.

b)

Het loon dat je ontvangst na inhouding van belasting en sociale premies.

c)

Alle arbeidsplaatsen bij bedrijven en de overheid.

d)

Een schema waarin je de taken en verantwoordelijkheden in een bedrijf kunt zien.

12.

Wettelijke minimumloon

a)

Het bedrag dat een werknemer van 20 jaar en ouder minstens moet verdienen met een voltijdbaan. Als je jonger bent, geldt het minimumjeugdloon.

b)

Het bedrag dat een werknemer van 21 jaar en ouder minstens moet verdienen met een voltijdbaan. Als je jonger bent, geldt het minimumjeugdloon.

c)

Het bedrag dat een werknemer van 22 jaar en ouder minstens moet verdienen met een voltijdbaan. Als je jonger bent, geldt het minimumjeugdloon.

d)

Het bedrag dat een werknemer van 23 jaar en ouder minstens moet verdienen met een voltijdbaan. Als je jonger bent, geldt het minimumjeugdloon.

13.

Aanbod van arbeid

a)

Alle vraag naar arbeid en alle aanbod van arbeid.

b)

Alle mensen die werk zoeken.

c)

Alle mensen met werk en alle mensen die werk zoeken.

d)

Alle werkloze mensen.

14.

Beroepsbevolking

a)

Alle mensen van 16 jaar tot aan de pensioensleeftijd die werk hebben of willen werken.

b)

Alle mensen van 15 jaar tot aan de pensioensleeftijd die werk hebben of willen werken.

c)

Alle mensen van 14 jaar tot aan de pensioensleeftijd die werk hebben of willen werken.

d)

Alle mensen van 13 jaar tot aan de pensioensleeftijd die werk hebben of willen werken.

15.

Vraag naar arbeid

a)

Alle banen en vacatures bij werkgevers.

b)

Alle mensen die werk zoeken.

c)

Alle werklozen en geen werk zorgen.

d)

Het totaal van alle werkgevers in een bepaald land.

16.

Geregistreerde werkloosheid

a)

Mensen tussen de 13 jaar en de pensioenleeftijd die zich inschrijven bij het UWV als werkzoekende.

b)

Mensen tussen de 14 jaar en de pensioenleeftijd die zich inschrijven bij het UWV als werkzoekende.

c)

Mensen tussen de 15 jaar en de pensioenleeftijd die zich inschrijven bij het UWV als werkzoekende.

d)

Mensen tussen de 16 jaar en de pensioenleeftijd die zich inschrijven bij het UWV als werkzoekende.

17.

Verborgen werkloosheid

a)

Werklozen die niet geregistreerd zijn bij het UWV.

b)

Werklozen die wel geregistreerd zijn bij het UWV.

c)

Werkzoekenden die wel geregistreerd zijn bij het UWV.

d)

Werkzoekenden die niet geregistreerd zijn bij het UWV.

18.

Werkgelegenheid

a)

Alle arbeidsplaatsen bij bedrijven en de overheid.

b)

Alle werkgevers in een land en de overheid.

c)

Alle bedrijven in een land en de overheid.

d)

Alle vacatures bij verschillende mensen bij elkaar opgeteld.

19.

Werkloosheid

a)

Het aanbod van arbeid is groter dan de vraag naar arbeid.

b)

Het aanbod van arbeid is kleiner dan de vraag naar arbeid.

c)

Het aanbod van arbeid is gelijk dan de vraag naar arbeid.

d)

Het aanbod van arbeid is omgekeerd evenredig vergeleken met de vraag naar arbeid