wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5 - Vroege Middeleeuwen B

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Het eerste volk dat rond 500 rooms-katholiek werd waren de ...

a)

Franken

b)

Friezen

c)

Germanen

d)

Saksen

2.

Jihad betekent heilige oorlog

a)

waar

b)

niet waar

3.

De Arabieren liepen in de middeleeuwen voor op het Westen wat betreft geneeskunde, wiskunde en bouwkunst

a)

waar

b)

niet waar

4.

Karel de Grote en de paus waren goede vrienden omdat...

a)

ze goede christenen waren.

b)

ze elkaar nodig hadden voor hun eigen macht.

c)

ze een gemeenschappelijke vijand hadden.

d)

ze beide van Frankische afkomst waren.

5.

Wie had het minst te zeggen van alle personen in de middeleeuwen?

a)

de monniken

b)

de Vorst

c)

de boeren

d)

de heren

6.

Wie behoort niet tot de adel?

a)

priesters

b)

Koningen

c)

Hertogen

d)

graven

7.

Een boerenzoon zegt in de middeleeuwen tegen zijn vader: "Ik wil later als ik groot ben een edelman worden!"


Wat zou het eerlijke antwoord van zijn vader zijn?

a)

Dat kan, als je goed leeft en veel doet voor de koning.

b)

Dat kan niet, je ouders moeten ook van adel zijn.

8.

Bij welke stand hoort de persoon in het midden?

a)

Geestelijkheid

b)

Adel

c)

Boeren

9.

Waarom was West-Europa na de val van het West-Romeinse rijk zo onveilig?

a)

Er waren veel natuurrampen in West-Europa

b)

De Romeinen kregen onderling ruzie met elkaar

c)

Stammen trokken het rijk in nu er geen bescherming meer was. Er werd veel geplunderd.

10.

Wat zien we hier op deze afbeelding?

a)

Feodalisme

b)

Een klooster

c)

Een domein

11.

Welk begrip past hier bij de volgende omschrijving:


´Systeem waarbij de grond verdeeld was in domeinen en bewoond en bewerkt werden door boeren en heren´

a)

Hofstelsel

b)

Feodalisme

c)

Drieslagstelsel

12.

Had een horige meer rechten of plichten?

a)

Meer plichten

b)

Meer rechten

13.
Welk begrip hoort bij deze omschrijving?
Iemand die stukken land uitleende in ruil voor trouw en steun
a)
Leenheer
b)
Leenman
c)
Ridder
d)
Paus
14.

Waar of niet waar:

Veel van onze tradities tijdens christelijke feestdagen zoals een kersboom en paaseieren, zijn oude Germaanse gebruiken.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Waar of niet waar:

Na de dood van Karel de Grote gingen de leenmannen gingen hun grond als hun eigendom zien en het doorgeven aan hun zoons.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Wat is geen titel van de adel:

a)

Hertog

b)

Jonkheer

c)

Graaf

d)

Priester

17.

Onder leiding van welke koning ontstond het Frankische Rijk?

a)

Clovis

b)

Pippijn de Korte

c)

Karel Martel

d)

Lodewijk de Duitser

18.

In welk jaar kroonde Paus Leo III Karel de Grote tot keizer?

a)

481

b)

768

c)

795

d)

800

19.

Welke uitspraak over een vazal is juist?

a)

Een vazal is onderdeel van de derde stand

b)

Een vazal is altijd iemand uit van de adel

c)

Een vazal is altijd iemand van de geestelijkheid

d)

Zowel edelen als geestelijken konden vazal zijn

20.

Juist of Onjuist:


Een leenman leent grond uit aan een leenheer

a)

JUIST

b)

ONJUIST

21.

Wat is GEEN plicht van de leenman tegenover de leenheer

a)

Gebied lenen van de leenheer

b)

Leenheer helpen met de rechtspraak

c)

Leenheer helpen met het bestuur

d)

Soldaten leveren aan de leenheer