WorksheetsHerhaling 3PMW
Total questions: 43
Worksheet time: 22mins
We hebben allemaal een binnenkant en een buitenkant. Waarvan is dit een voorbeeld: Fien zit in een hokje en sraart voor zich uit.
Binnenkant
Buitenkant
Welke Oostenrijkse Amerikaan publiceerde 5 communicatieaxioma's?
Erikson
Piaget
Watzlawick
Locke
Over welk axioma gaat het hier: Je bent altijd bezig met beïnvloeden en je wordt altijd beïnvloed.
Communicatie kent inhoud en betrekkingsniveau
De verschillende interpretaties heeft ieder zijn waarheid
Mensen communiceren zowel analoog als digitaal
Je kan onmogelijk niet communiceren.
Communicatie kent een inhoud en een betrekkingsniveau. Waarvan is dit een voorbeeld: Dit gaat over wat er gezegd wordt, over wat er gecommuniceerd wordt. De relatie met de ander wordt buiten beschouwing gehouden.
Inhoudsniveau
Betrekkingsniveau
Waarvan is dit een voorbeeld:
Digitale taal
Analoge taal
Digitale taal kunnen we onderverdelen in verbale en non-verbale communicatie. Waarvan is dit een voorbeeld: De trui van Yoren is zwart.
Verbale communicatie
Non verbale communicatie
communicatie bestaat uit veel meer dan enkel praten. Waar heeft analoge taal geen betrekking op.
lichaamstaal
subverbale taal
de manier waarop we onszelf presenteren
transverbale taal
Is dit een voorbeeld van een symmetrische of complementaire relatie: De relatie tussen dokter en patiënt.
Complementair
Symmetrisch
Van welk axioma is dit een voorbeeld:
Tamara vraagt aan Ken: 'zin om gezellig een kopje koffie te halen?' Ken antwoordt krekelig 'Haal zelf je koffie!'.
Mensen communiceren zowel digitaal als analoog
Communicatie kent en inhoud en betrekkingsniveau.
Je kan onmogelijk niet communiceren.
Communicatie tussen mensen is symmetrisch of complementair
Waarvan is dit een voorbeeld: Maya belt Aurelie op: zullen we zaterdag naar de film gaan? Leuk! vind Aurelie
Door verschillen in interpretatie heeft ieder zijn waarheid
Communicatie tussen mensen is symmetrisch of complementair
Mensen communiceren zowel analoog als digitaal
Je kan onmogelijk niet communiceren.
Een emotie kan pas ontstaan wanneer er een uitlokkende prikkel is. Hoe noemt men dit nog?
Impressie
Expressie
Uitdrukking
Een indruk/impressie kan aanleiding geven tot onder andere psychologische reacties. Welke zijn deze?
Zweten en kippevel
denkprocessen en gevoelsprocessen
hartkloppingen
blozen
Waarvan is dit een voorbeeld: nadat je een spin zag REN JE ZO SNEL WEG ALS JE KAN.
emotie
indruk
lichamelijke reactie
expressie
Geef een ander woord voor uitdrukking/expressie
mentale component
gedragsmatig component
fysiologisch component
Welk onderdeel van het zenuwstelsel bestaat uit zenuwen die signalen doorgeven aan de skeletspieren?
Somatisch zenuwstelsel
Autonoom zenuwstelsel
Sommige gedragingen doet iedereen op dezelfde manier, ongeacht leeftijd of cultuur. Over welk soort gedrag gaat het hier dan?
Erfelijk bepaald gedrag
Aangeleerd gedrag
geef aan over welk component van emotie het in volgend voorbeeld gaat: Jef is verliefd op Juliette
Fysiologisch
Mentaal
Gedrag
En bij deze: de leerkracht roept luid en kordaat mijn naam.
Fysiologisch
Mentaal
Gedrag
Emoties hebben 3 functies. Over welke functie gaat het hier: Milo maakt een opmerking tegen zijn vriend Yoren over Kelly. Yoren begint te blozen en zegt 'ik ben helemaal niet verliefd op Kelly.
Waarschuwingsfunctie
Aanpassingsfunctie
Communicatieve functie
En bij deze:
Sofia luistert naar het verhaal van Jill. Wanneer Sofia zachtjes begint te huilen, geeft Jill haar en knuffel.
Waarschuwingsfunctie
Aanpassingsfunctie
Communicatieve functie
Vul aan: ... is het gevolg van groei- rijpings- en leerprocessen.
Mentale processen
Communicatie
Ontwikkeling
Egocentrisme
Waarover gaat het in dit voorbeeld: Matthias (20) is de laatste 2 jaar enorm veranderd. Zijn schouders zijn breder geworden en zijn spiermassa nam spectaculair toe.
Groeien
Rijpen
Leren
En bij deze:
Na het taalkamp nam Matthieu vlot het woord in de Franse les.
Groeien
Leren
Rijpen
Bij welke levensperiode past volgende ontwikkelingstaak.
Baby-peuter
lagerschoolkind
adolescentie
En deze:
Het leren van een geslachtsverschil
Baby-peuter
Lagerschoolkind
Adolescentie
We hebben 3 ontwikkelingsgebieden gezien. Waarover gaat dit: spelontwikkeling
lichamelijke ontwikkeling
psychische ontwikkeling
sociale ontwikkeling
En deze: motorische ontwikkeling
Lichamelijke ontwikkeling
Psychische ontwikkeling
Sociale ontwikkeling
Waarvan is de borstontwikkeling een voorbeeld?
Primair geslachtskenmerk
Secundair geslachtskenmerk
En dit: de spierontwikkeling
Primair geslachtskenmerk
Secundair geslachtskenmerk
Fietsen is een voorbeeld van ... motoriek
fijne
grove
geef een ander woord voor de Moro-reflex
grijpreflex
zoekreflex
schrikreflex
Babinski reflex
De .... is het proces van het verwerven, verwerken, opslaan en vervolgens toepassen van kennis.
Psychische ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling
Sociale ontwikkeling
Lichamelijke onwikkeling
Jean Piaget, de Zwitserse psycholoog formuleerde 4 stadia in de denkontwikkeling welke past niet in het rijtje thuis.
Sensomotoisch stadium
Senso-operationeel stadium
Pre-operationeel stadium
Concreet operationeel stadium
Formeel operationeel stadium
Waarover hebben we het in volgend voorbeeld:
Terry prikt in zijn vinger.... hij is bang dat hij nu volledig leeg zal lopen
centratie
magisch denken
egocentrisme
centratie
In welke fase van de taalontwikkeling zit een kind die het volgende kan zeggen: 'Wat is dit? '
Prelinguale taal
Vroeglinguale taal
Differentiatiefase
Voltooiingsfase
.... is de emotionele en wederkerige band tussen een ouder (of verzorger) en een kind. De band zorgt voor veiligheid en vertrouwen.
persoonspermanentie
gehechtheid
objectpermanentie
responsiviteit
In de derde fase heeft de baby een duidelijke voorkeur voor één persoon. Dit kan leiden tot 2 soorten angsten. Welke?
scheidingsangst en vreemdenangst
scheidingsangst en agorafobie
vreemdenangst en pleinvrees
vreemdenangst en agorafobie
Geef een ander woord voor peuterpuberteit
de hel
koppigheidsfase
trail and error fase
imitatie fase
Wat is 'symbolisch spel'
Is een vorm van constructiespel
peuters spelen samen op een speelmat maar alleen
daarbij doen kleuters alsof voorwerpen iets anders zijn
samen spelen, enkel wanneer en symbolische volwassene in de buurt is.
De psychosociale ontwikkeling kent volgens Erik erikson steeds 2 polen, een negatieve en een positieve pool. Er is en voortdurende spanning tussen deze polen, waarvoor zorgt dit bij de persoon?
intern conflict
decorumverlies
apraxie
objectpermanentie
Wat is de negatieve pool tijdens de peuterfase?
minderwaardigheid
schuld
schaamte en twijfel
wantrouwen
Behoeftenpiramide van Maslow. Waarvan is dit een voorbeeld:
Bianca zocht vliegensvlug een schuilplaats voor het onweer op pukkelpop.
Behoefte aan affecie
Behoefte aan zelfverwezenlijking
Behoefte aan achting en waardering
Behoefte aan veiligheid en zekerheid.
Gaat het hier over een formele of een informele norm: Als je door het rood bent gereden moet je en boete betalen.
Informeel
Formeel
