wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mens en milieu

Total questions: 31

Worksheet time: 1hrs 26mins

Name
Class
Date
1.

In kassen van Wageningen Universiteit bootst een botanisch analist de omstandigheden van het tropisch regenwoud na. Onder deze omstandigheden wordt de boom Parasponia andersonii, afkomstig uit de wouden van Papoea Nieuw-Guinea, in potten gekweekt.


De botanisch analist stelt de abiotische en biotische omstandigheden in de kas zo in, dat de planten uit het tropisch regenwoud optimaal kunnen groeien.

Welke abiotische factoren zou de analist hiervoor in de kas kunnen reguleren?

a)

luchtvochtigheid, hoeveelheid humus in de bodem, daglengte

b)

temperatuur, bodem pH, nitraatconcentratie

c)

schimmels, luchtvochtigheid, temperatuur

d)

andere plantsoorten, nitraatconcentratie, lichtintensiteit

2.

Voor de productie van welke stoffen gebruikt Parasponia stikstof uit opneembare stikstofverbindingen als bouwstof?

a)

voor zowel DNA als voor eiwitten

b)

voor zowel DNA als voor vetten

c)

voor zowel koolhydraten als voor eiwitten

d)

voor zowel koolhydraten als voor vetten

3.

Vlinderbloemige planten kunnen worden gebruikt als groenbemesting.

Door het onderploegen van deze planten komen stikstofverbindingen in de bodem. Deze worden door bacteriën omgezet in voor planten opneembare stikstofverbindingen.

Welke bacteriën zijn verantwoordelijk voor deze omzettingen?

a)

denitrificerende bacteriën en nitrificerende bacteriën

b)

denitrificerende bacteriën en knolletjesbacteriën

c)

rottingsbacteriën en nitrificerende bacteriën

d)

rottingsbacteriën en knolletjesbacteriën

4.

E4 E5

Vroeger werd in Nederland de lupine aangeplant op voedselarme gronden voor de aanvulling van stikstofverbindingen in de bodem. Lupine (afbeelding 1) behoort tot de vlinderbloemige planten en bezit evenals de

sojaplant wortelknolletjes met stikstofbindende bacteriën. In de wortelknolletjes vindt uitwisseling van stoffen plaats tussen de bacteriën en de plant.


Over de relatie tussen knolletjesbacteriën en lupine worden drie uitspraken gedaan:

1 Knolletjesbacteriën krijgen koolstofverbindingen van lupine.

2 Lupine verkrijgt stikstofverbindingen van de knolletjesbacteriën.

3 Lupine kan zonder knolletjesbacteriën geen anorganische stoffen uit de bodem opnemen.

Welke van de bovenstaande uitspraken zijn juist?

a)

alleen 1

b)

alleen 2

c)

zowel 1 als 2

d)

zowel 1 als 3

e)

zowel 2 als 3

5.

V

Sojameel wordt op grote schaal in Nederland ingevoerd om te worden verwerkt in veevoer. Lupine lijkt een geschikte vervanger van sojameel. In Nederland wordt al geëxperimenteerd met lupine in veevoer. Ook in het kader van duurzaamheid heeft de teelt van lupine voordelen.


Lupinezaden bevatten evenals sojabonen veel organische stoffen (afbeelding 2).

Door welke stoffen zijn deze zaden zo geschikt voor het gebruik in vleesvervangende voedingsmiddelen?

a)

door essentiële aminozuren

b)

door koolhydraten

c)

door niet-essentiële vetzuren

d)

door vezels

6.

E1

Welk argument geeft het beste weer dat het gebruik van in Nederland geteelde lupinezaden milieuvriendelijker is dan het gebruik van uit Australië geïmporteerde lupinezaden?

a)

De zaden uit Australië hebben geen natuurlijke vijanden in Nederland

b)

De zaden uit Nederland zijn geteeld onder de juiste abiotische omstandigheden

c)

De zaden uit Nederland zijn geteeld onder de juiste biotische omstandigheden

d)

De zaden uit Australië moeten helemaal naar Nederland worden gebracht en dit kost veel brandstof

7.

E5 V

Tijdens hun opleiding hebben de studenten een experiment uitgevoerd met lupineplanten met wortelknolletjes die in een kas met radioactief stikstofgas (N2) werden gekweekt. Na de oogst werden de zaden van de lupineplanten verwerkt in veevoer dat aan een melkkoe gevoerd werd. De studenten willen weten of de consumptie van lupine-eiwitten bijdraagt aan de productie van melk. Ze onderzoeken van de koe:

1 bloed

2 melk

3 urine

Uit de resultaten van hun onderzoek blijkt dat de lupine eiwitten inderdaad bijdragen aan de productie van melk.


In welke van de nummers 1, 2 en 3 kunnen de studenten in het betreffende monster radioactieve stikstofverbindingen hebben aangetroffen?

a)

alleen 1

b)

alleen 1 en 2

c)

alleen 2 en 3

d)

alleen 1 en 3

e)

1, 2 en 3

8.

Medicijnen die terechtkomen in afvalwater kunnen onverwachte ecologische effecten hebben. Dat schrijven Zweedse onderzoekers in het tijdschrift Science op basis van onderzoek aan baarzen.

De onderzoekers ontdekten dat baarzen (afbeelding 1) meer en sneller eten en roekelozer worden onder invloed van het middel oxazepam. Dit kalmeringsmiddel wordt door mensen gebruikt om angstgevoelens te verminderen. De stof komt via de menselijke urine echter onbedoeld ook terecht in het aquatische milieu.

De onderzoekers stelden baarzen bloot aan hoeveelheden van het middel zoals die ook in het milieu voorkomen. Daaruit bleek dat kleine hoeveelheden van dit medicijn al voldoende zijn om het gedrag van de baarzen te beïnvloeden. Dat kan volgens de onderzoekers leiden tot

veranderingen in de soortensamenstelling van het ecosysteem waarvan deze baarzen deel uitmaken.


Wat is een verklaring voor het feit dat de concentratie oxazepam in baarzen lager zal zijn dan in een mens die oxazepam gebruikt?

a)

Een baars is kleiner dan een mens

b)

Een baars krijgt de oxazepam binnen via het water (dus verdund) en een mens via een pil

c)

Baarzen kunnen oxazepam afbreken

d)

Baarzen hebben kieuwen en mensen hebben longen

9.

De Biobag is een zak waarin uit organisch afval biogas gemaakt wordt met behulp van micro-organismen. Met dit biogas kunnen mensen koken. De Biobag verkleint op deze manier zowel de houtkap als de afvalberg. Guatemala is een land in Midden-Amerika, waar een groot deel van de Indiaanse bevolking zijn brood verdient met landbouw. Zoals in meerdere tropische gebieden gaat dit ten koste van regenwouden. Doordat landbouwgronden uitgeput raken, worden bomen gekapt om nieuw akkerland te winnen. Door introductie en gebruik van de Biobag wordt afval vergist. De vrijgekomen mineralen kunnen weer gebruikt worden als mest voor de uitgeputte landbouwgronden. Het geproduceerde biogas kan worden gebruikt om op te koken. Hiervoor wordt nu voornamelijk gekapt hout gebruikt.

In de Biobag worden anaerobe bacteriën gebruikt om het afval af te breken.


Na het omzetten van het organisch afval door de bacteriën bevat het restproduct voornamelijk ammonium. In de bodem wordt ammonium omgezet in nitriet en nitraat.


Waardoor ontstaat er in de Biobag ammonium en geen nitriet of nitraat?

a)

In de biobag bevinden zich aerobe bacteriën, dus geen zuurstof. Voor de vorming van nitriet en nitraat uit ammonium is zuurstof nodig.

b)

In de biobag bevinden zich aerobe bacteriën, dus zuurstof. Voor de vorming van nitriet en nitraat uit ammonium is zuurstof nodig en dat wordt al door de bacteriën gebruikt.

c)

In de biobag bevinden zich anaerobe bacteriën, dus geen zuurstof. Voor de vorming van nitriet en nitraat uit ammonium is zuurstof nodig.

d)

In de biobag bevinden zich anaerobe bacteriën, dus zuurstof. Voor de vorming van nitriet en nitraat uit ammonium is zuurstof nodig en dat wordt al door de bacteriën gebruikt.

10.

Planten gebruiken fosfaten voor het maken van organische verbindingen.

Voor het maken van welke organische verbindingen is fosfaat noodzakelijk als bouwstof?

a)

alleen aminozuren

b)

alleen chlorofyl

c)

alleen DNA

d)

alleen DNA en chlorofyl

e)

alleen aminozuren en DNA

11.

Welk van de onderstaande stoffen is anorganisch?

a)

galactose

b)

chlorophyl

c)

fosfolipide

d)

methionine (aminozuur)

e)

zuurstof

12.
CO2 wordt gevormd bij dit proces:
a)
aerobe dissimilatie
b)
assimilatie
c)
fotosynthese
d)
stikstoffixatie
13.
Wat zijn de twee belangrijkste kernmerken van duurzame energiebronnen?
a)
1. onuitputbaar en goedkoop.
b)
2. uitputbaar en duur.
c)
3. ze raken niet op en vervuilen niet.
d)
4. schoon en uitputbaar.
14.
Waarvoor is fotosynthese een oplossing voor het probleem van het versterkte broeikaseffect?
a)
Kun je als brandstof gebruiken
b)
kooldioxide wordt omgezet in voeding en zuurstof
c)
Heeft Nederland nog genoeg voorraden van
d)
Komt vrij bij de verbranding van aardolie
15.
Een boom is
a)
heterotroof
b)
autotroof
16.
Welke pyramide heeft een pyramide vorm?
a)
pyramide van aantallen
b)
pyramide van biomassa
17.
Hoe noemen we de groene planten in een voedselketen?
a)
autotroof
b)
heterotroof
c)
consumenten
d)
producenten
18.
Hoe noemen we de bacteriën en schimmels in een voedselketen?
a)
afvaleters
b)
consumenten
c)
reducenten
19.
Wat ontbreekt er bij nummer 1?
a)
verbranding
b)
fotosynthese
20.
Welke energierijke stof wordt gemaakt bij de fotosynthese?
a)
koolstofdioxide
b)
mineralen
c)
glucose
d)
zonlicht
21.
Waarom hebben organismen stikstofhoudende mineralen nodig?
a)
Ze maken hier koolhydraten van.
b)
Ze maken hier vetten van.
c)
Ze maken hier eiwitten van.
22.
Wat hoort er bij nr 2?
a)
dierlijke eiwitten
b)
afvalstoffen
c)
stikstofhoudende mineralen
d)
verbranding
23.
Wanneer planten met wortelknolletjes worden ondergeploegd, neemt de hoeveelheid NO3- in de bodem toe. Hoe kan dat?
a)
De plant heeft N2 uit de lucht opgenomen
b)
De bacteriën in de plant hebben N2 uit de lucht opgenomen
c)
De bacteriën in de grond hebben N2 uit de lucht opgenomen
24.
Twee processen in de bodem zijn denitrificatie en nitrificatie. Welk(e) van de twee zorgt voor een hogere vruchtbaarheid van de bodem?
a)
Alleen denitrificatie
b)
Alleen nitrificatie
c)
Beide processen
d)
Geen van beide processen
25.

De koolstofkringloop in water bevat de stof HCO3-.

Hoe komt deze stof in het water?


a)
CO2 lost op in water
b)
CH4 reageert met water
c)
Waterplanten geven deze stof af
d)
Schelpdiertjes geven deze stof af
26.
Welke is een broeikasgas?
a)
ammoniakgas
b)
stikstofoxiden
c)
zwaveldioxide
d)
methaan
27.
Toenemen van gifstoffen in de voedselketen noemen we
a)
monocultuur
b)
vruchtwisseling
c)
biologische landbouw
d)
accumulatie
28.

Hoe noem je de opstapeling van gifstoffen in dieren?

a)

Eutrofiering

b)

Accumulatie

c)

Resistentie

d)

Inseminatie

29.

Xarelto® is een enteric coated tablet. Daarom mag ik deze tablet NIET...? Vul het ontbrekende woord aan.

a)

combineren met melk

b)

pletten

c)

op een nuchtere maag geven

30.

Welke kenmerken horen bij biologische landbouw?

a)

Er zijn alleen maar monoculturen

b)

Het milieu wordt zoveel mogelijk ontzien

c)

Er wordt geen kunstmest gebruikt, alleen stalmest.

d)

Intensieve veehouderij

e)

Er worden geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt

31.

Wat kunnen gevolgen zijn van het versterkte broeikaseffect?

a)

De zeespiegel daalt, doordat er teveel water verdampt

b)

Diersoorten kunnen uitsterven

c)

Klimaatzones veranderen

d)

Meer extreme weersomstandigheden

e)

Diersoorten verschuiven langzaam van leefgebied, waarna ze daar vervolgens een plaag gaan vormen