wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

planten, bloemen

Total questions: 38

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

2.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

3.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

4.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

5.

Hoe noem je deel 2?

a)

Knoop

b)

Lid

c)

Okselknop

d)

Eindknop

6.

Dit is selderij. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet jij hier op?

a)

De wortels

b)

De stengel

c)

De bladeren

7.

Met welk nummer wordt de okselknop aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

8.

In welk deel van de wortel wordt reservevoedsel vooral opgeslagen?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelhaar

d)

Stengel

9.

Dit is een rode biet. Wat rood is, kan je opeten. Welk deel van de plant eet je?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

10.

Welk deel van de wortel kan je hier zien?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

wortelharen

d)

stengel

11.

Wat is de functie van de wortelharen?

a)

Water en voedingsstoffen opnemen uit de grond

b)

Water en zuurstof opnemen uit de grond

c)

Zuurstof en suikers maken

12.

Welke plant staat op een droge plek? (Kijk naar de wortels!)

a)

Plant 1

b)

Plant 2

c)

Plant 1 en 2

d)

Geen enkele plant

13.

Wat maken planten door fotosynthese?

a)

Zuurstof (oxygen)

b)

Water

c)

Suikers

d)

Zuurstof (oxygen) en Suikers

14.

Dit is spinazie. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet je hier op?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

15.

Waarom plaatsen ze vaak bomen in een stad?

a)

Omdat de blaadjes voor zuurstof zorgen (dit ademen we in)

b)

Omdat wij de stengels kunnen eten

c)

Omdat de blaadjes voor water zorgen

16.

Hoe heet nummer 2 op de foto? (TIP: Hiermee hangt het blad aan een boom)

a)

bladmoes

b)

bladsteel

c)

bladschijf

d)

stengel

17.

Hoe heten nummer 4 en 5 op de foto?

a)

De hoofdnerf en zijnerf (samen zijn dit: nerven)

b)

De hoofdwortel en zijwortels

c)

Bladmoes

d)

Vaatbundels

18.

Hoe heet nummer 1 op de foto?

a)

bladmoes

b)

bladsteel

c)

bladschijf

d)

stengel

19.

Wat zie je bij nummer 1 tot 5?

a)

volwassen planten

b)

kieming

c)

fotosynthese

20.

Waar zie je een volwassen plant?

a)

nummer 4

b)

nummer 5

c)

nummer 6

d)

nummer 7

21.

Waar moet je mee oppassen als je een plant in een andere pot doet.

a)

Dat je de wortelharen niet beschadigt

b)

Dat de stengel niet scheurt

c)

Dat de blaadjes er niet afvallen

22.

De kroonbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

23.

De kelkbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

24.

Wat mist op dit plaatje?

a)

Een stamper

b)

Meeldraden

c)

Kroonbladeren

25.

Wat is waar, kijk even naar die mooie paarse bloembladeren...

a)

De kroonbladeren zijn om insecten te lokken, de kelkbladeren om de bloem te beschermen

b)

De kroonbladeren zijn om de bloem te beschermen, de kelkbladeren lokken insecten

c)

De kroonbladeren en de kelkbladeren lokken insekten

d)

De kelkbladeren en de kroonbladen zijn om de bloem te beschermen

26.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

27.

Bloemen gebruiken insecten voor bestuiving. Stuifmeel blijft aan een insect plakken en op een andere bloem komt het stuifmeel op de stamper. De eicellen in de stamper kunnen dan met het stuifmeel bevrucht worden. Wat is waar voor de bloem op het plaatje?

a)

De bloem maakt stuifmeel

b)

De bloem maakt geen stuifmeel

c)

Dat kan je aan dit plaatje niet zien

28.

Als de stamper van een appelbloem niet wordt bestoven

a)

Ontstaat een appel zonder zaden

b)

Ontstaat een appel met zaden

c)

Ontstaat geen appel

29.
Welk kenmerk zie je WEL bij een windbloem?
a)
Nectar
b)
Gele kleur
c)
Veel stuifmeelkorrels
d)
Lange meeldraden
30.
Welk geslacht heeft deze bloem?
a)
Mannelijk
b)
Vrouwelijk
c)
Mannelijk en vrouwelijk
d)
Ongeslachtelijk
31.
Wat is een stamper?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan.
c)
Mannelijk voortplantingsorgaan.
d)
Bestuiving gebeurt door insecten.
32.
Wat is een kiem?
a)
Een jong plantje.
b)
Een plant met een éénjarige levenscyclus.
c)
Deel van een zaad met reservevoedslel.
d)
Het begin van een nieuw plantje.
33.

Welk antwoord behoort NIET tot insectenbloemen?

a)

produceren veel stuifmeel

b)

hebben grote opvallende kroonbladeren

c)

produceren vaak nectar

d)

verspreiden een lokkende geur

34.

Welke eigenschap(pen) behoren niet tot windbloemen?

a)

produceren veel stuifmeel

b)

verspreiden een lokkende geur

c)

hebben kleine stempels

d)

meeldraden zitten vakken binnen de bloem

35.

De plant maakt voor de mensen en dieren een heel belangrijke stof.

Dit is:

a)

koolstofdioxide

b)

water

c)

licht

d)

zuurstof

36.

Het proces waarbij suiker gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

37.

De energie die wij krijgen als we plantaardig voedsel eten komt eigenlijk van ...

a)

het water

b)

de koolstofdioxide

c)

de zon

d)

het bladgroen

38.

In de afbeelding zijn drie bloeiende planten getekend.

Insecten kunnen stuifmeel overbrengen zoals met de pijlen is aangegeven.

Bij welke pijl is er géén sprake van bestuiving?

a)

1

b)

2

c)

3