Font size
WorksheetsK1 Eindtoets quiz
Total questions: 30
Worksheet time: 23mins
Welkom bij deze quiz.
Er zijn meerkeuzevragen en open vragen.
Bij de open vragen moet je een antwoord intypen. Doe dit juist, anders wordt het antwoord helaas fout gerekend.
Ben je er klaar voor?
ja
nee, maar kom maar op
Wat is de persoonsvorm (pv) uit de onderstaande zin:
Rob heeft goed voor de toets geleerd.
(a)
Wat is het onderwerp (ow) uit de onderstaande zin:
Rob heeft goed voor de toets geleerd.
(a)
Wat is het gezegde (gez) uit de onderstaande zin:
Rob heeft goed voor de toets geleerd.
(a)
Wat is de persoonsvorm (pv) uit de onderstaande zin:
We gaan volgende week naar de Efteling.
(a)
Wat is het onderwerp (ow) uit de onderstaande zin:
We gaan volgende week naar de Efteling.
(a)
Wat is het gezegde (gez) uit de onderstaande zin:
We gaan volgende week naar de Efteling.
(a)
Waar staan drie bijvoeglijke naamwoorden? Bij A, B, C of D?
A: leuk, gevaar, mooi
B: groot, vies, rommel
C: warm, mooi, houten
D: steen, smal, rood
Wat is het bijvoeglijk naamwoord uit de onderstaande zin:
De taarten van Bakkerij Janssen zijn heerlijk.
taarten
Bakkerij
Janssen
heerlijk
Wat is het bijvoeglijk naamwoord uit de onderstaande zin:
We hebben de antieke tafel van oma helemaal gerestaureerd.
antieke
tafel
oma
helemaal
Noteer het voorzetsel dat in de zin staat:
Ik ga op mijn verjaardag nooit meer zoveel snoep eten.
(a)
Welk voorzetsel moet op de ... staan?
De politie zocht uren ... de vermiste peuter.
op
naar
achter
met
Welk voorzetsel moet op de ... staan?
De docent is helaas nooit ... de waarheid gekomen.
aan
naar
achter
tot
Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord uit de onderstaande zin?
Door de nieuwe regels moesten veel reizigers hun geboekte vakantie annuleren.
werkwoord (ww)
lidwoord (lw)
zelfstandig naamwoord (zn)
bijvoeglijk naamwoord (bn)
voorzetsel (vz)
Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord uit de onderstaande zin?
Door de nieuwe regels moesten veel reizigers hun geboekte vakantie annuleren.
werkwoord (ww)
lidwoord (lw)
zelfstandig naamwoord (zn)
bijvoeglijk naamwoord (bn)
voorzetsel (vz)
Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord uit de onderstaande zin?
Door de nieuwe regels moesten veel reizigers hun geboekte vakantie annuleren.
werkwoord (ww)
lidwoord (lw)
zelfstandig naamwoord (zn)
bijvoeglijk naamwoord (bn)
voorzetsel (vz)
Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord uit de onderstaande zin?
Door de nieuwe regels moesten veel reizigers hun geboekte vakantie annuleren.
werkwoord (ww)
lidwoord (lw)
zelfstandig naamwoord (zn)
bijvoeglijk naamwoord (bn)
voorzetsel (vz)
Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord uit de onderstaande zin?
Door de nieuwe regels moesten veel reizigers hun geboekte vakantie annuleren.
werkwoord (ww)
lidwoord (lw)
zelfstandig naamwoord (zn)
bijvoeglijk naamwoord (bn)
voorzetsel (vz)
Welk woord hoort er niet bij als je let op de meervoudsvorm?
band - toets - grap - wijk - bord
band
toets
grap
wijk
bord
Welk woord hoort er niet bij als je let op de meervoudsvorm?
dictee - kangoeroe - notitie - baby - bushalte
dictee
kangoeroe
notitie
baby
bushalte
Welk woord hoort er niet bij als je let op de meervoudsvorm?
aantal - fietstas - verhaal - straf - kip
aantal
fietstas
verhaal
straf
kip
Wat is de juist gespelde werkwoordsvorm op de plaats van A en B in de onderstaande zinnen:
1. Mijn vader heeft gisteren het gazon [ A ].
2. Jan heeft zijn fiets helemaal wit [ B ].
A. gemaait
B. geverft
A. gemaaid
B. geverfd
A. gemaait
B. geverfd
A. gemaaid
B. geverft
Wat is de juist gespelde werkwoordsvorm van 'verdienen' op de plaats van A en B in de onderstaande zinnen:
1. Kees [ A ] een aardig zakcentje bij de Albert Heijn.
2. Hij heeft het afgelopen jaar wel 250 euro [ B ].
A. verdient
B. verdient
A. verdiend
B. verdiend
A. verdient
B. verdiend
A. verdiend
B. verdient
Wat is de juist gespelde verleden tijd in de onderstaande zinnen:
1. De strandwachten [ A ] de badgasten voor de gevaarlijke stroming.
2. Gisteren [ B ] mijn broertje zich als piraat.
A: waarschuwte
B: verkleede
A: waarschuwde
B: verkleedde
A: waarschuwden
B: verklede
A: waarschuwden
B: verkleedde
Wat is de juist gespelde verleden tijd in de onderstaande zinnen:
1. Waarom [ A ] je nou zo tegen je klasgenootje?.
2. Vanwege het voetbal [ B ] de winkel vroeger dan normaal.
A: scheldde
B: sluitte
A: scholde
B: sloten
A: schold
B: sloot
A: scholde
B: sloote
Welke TWEE werkwoordsvorm van zijn, hebben, willen, kunnen en zullen zijn hieronder verkeerd gespeld?
Zijn wij de enigen hier?
Ik had mijn fiets laten staan.
Wilt hij vandaag de directeur spreken?
Jullie konde ons vast niet horen.
Zouden zij zin hebben in een feestje?
Welke TWEE werkwoordsvorm van zijn, hebben, willen, kunnen en zullen zijn hieronder verkeerd gespeld?
Jij bent gelukkig net op tijd.
Hij heb gisteren zijn arm gebroken.
Wilde jullie ook graag meedoen met de quiz?
Kan zij nog winnaar van het toernooi worden?
wij zullen echt beter je best moeten doen.
Vul het juiste verwijswoord in:
Het leuke meisje, . . . daar loopt, zit bij mij in de klas.
(a)
Vul het juiste verwijswoord in:
Ik heb gisteren heel mooie schoenen gekocht, maar ... zitten niet lekker..
(a)
Vul het juiste verwijswoord in:
De leerlingen hebben een kluisje. Daar kunnen zij ... spullen bewaren.
(a)
