wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BOA van alles wat

Total questions: 25

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wie is bevoegd om een verdachte op heterdaad aan te houden?

a)

dat mag iedereen

b)

dat mag alleen een algemeen opsporingsambtenaren

c)

dat mag iedereen met toestemming van een hulpofficier van justitie

2.

Je komt aan op het politiebureau met een verdachte. Wat gaat er eerst gebeuren en bij wie?

a)

Eerst de cel in om te wachten op een advocaat. Die moet altijd als eerste komen om te kijken of de aanhouding correct is gegaan.

b)

Eerst een voorgeleiding bij de HOVJ. Die toetst de aanhouding op rechtmatigheid.

c)

Eerst naar de Progris ruimte om vingerafdrukken en foto's te maken. Dit moet namelijk bij iedere verdachte. De opsporingsambtenaar moet dit doen.

3.

Een opsporingsambtenaar is een ..... belast met de opsporing van .... strafbare feit

(a)  

4.

wanneer mag je een veiligheidsfouillering toepassen?

a)

Altijd als (B)OA

b)

voordat je een verdachte aan gaat houden

c)

bij onmiddellijk gevaar

d)

bij vluchtgevaar

5.

Je wilt op straat een kort verhoor afnemen. Mag dit zonder mede te delen dat de verdachte een raadsman mag raadplegen voor dit verhoor?

a)

Ja bij een kort verhoor mag dit en je kunt de raadsman achteraf in kennis stellen.

b)

Ja dit is toegestaan omdat het dan snel afgerond wordt en dat is in het voordeel van de verdachte.

c)

Nee je moet altijd een raadsman aanbieden voor elk verhoor.

6.

Hoelang mag je een aangehouden verdachte in eerste instantie ophouden voor onderzoek bij een VH feit?

a)

minimaal 9 uur

b)

tussen de 6 en 9 uur

c)

maximaal 9 uur

7.

Wat mag je vragen tijdens een verhoor?

a)

alleen datgene wat te maken heeft met het vermoedelijk gepleegde strafbare feit.

b)

alles wat je maar wilt weten als je de cautie maar geeft voordat je vragen gaat stellen.

c)

alleen persoonlijke informatie omdat het een vertrouwelijk gesprek is wat in vrijheid afgenomen moet worden.

8.

Hoeveel arrondissementen kent Nederland en wat is hiervoor een ander woord?

a)

10 en dit noemen ze regionale eenheden

b)

12 en dit noemen ze rechterlijke machten

c)

11 en dit zijn de werkgebieden van een rechtbank

9.

Iedere ambtenaar is bevoegd om geweld te gebruiken. Klopt dit en zo ja, wanneer dan?

a)

Dit is juist. Alleen als het doel niet op andere wijze kan worden bereikt.

b)

Dat klopt. Je moet waarschuwen en stoppen als je doel is bereikt.

c)

Dat klopt niet.

10.

De rechter-commissaris is een rechter die kan bepalen of een opgehouden verdachte nog extra 14 dagen mag worden vastgehouden voor onderzoek?

a)

Ja dat is waar. Dit noemen we een voorgeleiding bij de RC.

b)

Nee dit mag alleen de Officier van Justitie omdat hij de leider van het opsporingsonderzoek is.

c)

Nee dit is niet waar want de rechter-commissaris kan alleen maar advies geven aan de OVJ.

11.

Welke van onderstaande antwoorden zijn opsporingsbevoegdheden?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

aanhouden

b)

staande houden

c)

fouilleren

d)

in beslag nemen

e)

plaatsen betreden

12.

Wat zijn de voorwaarden om een woning binnen te treden volgens de AWOB?

a)

aanbellen, je naam zeggen, mededelen doel waarom je naar binnen gaat en een machtiging tonen

b)

jezelf legitimeren, toestemming vragen, doel van binnen treden mededelen

c)

doel mededelen van het betreden, toestemming vragen en eventueel de deur forceren

13.

wat is staande houden?

a)

Een persoon naar zijn gegevens vragen ter vaststelling van de identiteit

b)

een persoon kort ter plaatse ophouden om uit te zoeken waarom diegene op die plaats is

c)

een verdachte kort ophouden om zijn identiteit vast te stellen.

14.

Welke van onderstaande antwoorden kan onder het begrip 'woning' vallen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

een tent

b)

een garage die een binnen doorgang heeft naar de woning

c)

een trappenhuis

d)

een gat in de grond met een zeil er over heen

15.

Je ziet als burger een persoon een steen door een ruit van een auto gooien. Je roept dat hij moet blijven staan en dat hij aangehouden is. Vervolgens gaat de persoon naar binnen bij een supermarkt. Mag je de persoon als burger aanhouden in die supermarkt?

a)

ja, hij is verdachte en op heterdaad mag een burger elke plaats betreden.

b)

nee je mag als burger niet zomaar een plaats betreden ter aanhouding.

c)

ja want hij pleegt een strafbaar feit en een burger mag altijd iemand aanhouden.

16.

Wat is geen geldig identiteitsbewijs van onderstaande antwoorden?

a)
b)
c)
d)
17.

De raadsman heeft met de verdachte een omgangsrecht gekregen. De raadsman heeft dus:

stelling 1: vrije toegang tot deze verdachte

stelling 2: het recht deze verdachte alleen te spreken

stelling 3: het recht brieven met deze verdachte te wisselen

Wat is het juiste antwoord over deze stellingen?

a)

stellingen 1 en 2 zijn juist

b)

stellingen 1 en 3 zijn juist

c)

alle stellingen zijn juist

d)

stellingen 2 en 3 zijn juist

18.

waarom hebben de verdachte en de raadsman het recht op kennisneming van alle processtukken?

a)

Dit is noodzakelijk voor een eerlijk proces. De verdachte moet zich namelijk kunnen verdedigen tegen ingebracht bewijs.

b)

Zij hebben dit recht niet. Getuigen en andere verklaringen moeten geheim blijven vanwege de privacy!

c)

De raadsman moet kunnen controleren of alle bevoegdheden op de juiste manier zijn toegepast. De verdachte hoort alleen wat belangrijk is voor hem van de raadsman.

19.

Stelling 1: een toezichthouder maakt gebruik van zijn bevoegdheden op het moment dat er een concrete verdenking is.

Stelling 2: een opsporingsambtenaar past opsporingsbevoegdheden toe als er een redelijk vermoeden van schuld is dat een strafbaar feit is of wordt gepleegd.

Welk van onderstaande antwoorden is juist?

a)

Stelling 1 en 2 zijn beiden juist

b)

Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist

c)

Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

20.

Een opsporingsambtenaar kan alleen die opsporingsbevoegdheden toepassen die hij in de wet vindt. Dit noemen we?

a)

Wetmatigheid

b)

Rechtmatigheid

c)

Plichtmatig

21.

Een ander woord voor advocaat is 'raadsheer'

Dit is:

a)

waar

b)

niet waar

22.

Je wilt als opsporingsambtenaar een verdachte aanhouden voor zware mishandeling met een groot mes. De verdachte loopt een moskee in waar een dienst gaande is. Mag je nu naar binnen om de verdachte aan te houden?

a)

nee want dit is een beschermde plaats dus moet je een machtiging hebben.

b)

nee dit mag alleen bij een vuurwapen gevaarlijke verdachte.

c)

ja want dit is een noodsituatie en anders kan de verdachte nog meer schade aan richten.

23.

Een (a)   mag een verdachte op last van de OVJ in het lichaam onderzoeken.

24.

Wat moet je altijd maken nadat je iets in beslag genomen hebt?

a)

Een bewijs van ontvangst voor de beslagene.

b)

Een proces verbaal van inbeslagneming

c)

Een kennisgeving van inbeslagname voor het OM

25.

Degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit, noemen we?

a)

de verdachte

b)

de schuldige

c)

de dader