Font size
WorksheetsIntaco 2021 2.0
Total questions: 127
Worksheet time: 1hrs 4mins
OVT
We (spelen) voetbal gisteren.
(a)
Ik (klaarmaken) het eten.
ik klaarmaakte het eten.
ik maakte het eten klaar.
ik maakde het eten klaar.
ik klaarmaakde het eten.
Jullie (verhuizen) naar Utrecht
verhuizden
verhuisten
verhuisden
verhuisden
OVT
Ik (chatten) de hele nacht met mijn vriendin.
(a)
OVT
Je (moeten) altijd studeren toen je kinder was.
(a)
VTT
Hij (stappen) naar zijn huis
Hij is naar zijn huis gestapt
Hij heeft naar zijn huis gestapt
Hij is naar zijn huis gestappt
Hij heeft naar zijn huis gestapd
VTT
Mijn vader (betalen ) voor het restaurant.
Ecrire la phrase en entier ;)
(a)
VTT
Hij (ontmoeten) mijn ouders.
Hij heeft mijn ouders ontmoetten
Hij heeft mijn ouders ontgemoet
Hij heeft mijn ouders geontmoet
Hij heeft mijn ouders ontmoet
Hij ………………………… met haar vriendin in de winkel …………………………. . (wandelen)
(a)
Het ……………………………… gisteren ……………………………… . (gebeuren)
(a)
Aan het station ……………………………… we een stadsfiets ……………………………… . (huren)
(a)
De gids (singulier) ……………………………… ons veel over de geschiedenis van Gent ……………………………… . (vertellen)
(a)
We ……………………………… veel ……………………………… . (leren)
(a)
Jullie ……………………………… een leuke dag ……………………………… in Gent. (beleven)
(a)
In Gent Sint-Pieters ……………………………… de trein ……………………………… . (stoppen)
(a)
Hij ……………………………… veel ……………………………… . (fietsen)
(a)
De operatie ……………………………… vijf uren ……………………………… . (duren)
(a)
J'ai crié
Ik heb geroepen
Ik ben geroepen
Ik heb geroept
Ik ben geroepd
Ik heb geroopen
J'ai écrit
Ik heb geschreven
Ik ben geschreven
Ik ben geschrijft
Ik ben geschrijfd
Ik heb geschrijven
J'ai dormi
Ik heb geslapen
Ik ben geslapen
Ik heb geslaapt
Ik ben geslaapd
Ik ben gesloepen
J'ai fermé
Ik heb gesloten
Ik ben gesloten
Ik heb gesluit
Ik ben gesluiten
Ik ben gesluitten
J'ai coupé
Ik heb gesneden
Ik ben gesneden
Ik ben gesnijden
Ik heb gesnijdt
Ik ben gesneed
J'ai parlé
Ik heb gesproken
Ik ben gesproken
Ik ben gespreekt
Ik heb gespreken
Ik ben gespreekd
J'ai nagé
Ik heb gezwommen
Ik ben gezwommen
Ik ben gezwemt
Ik heb gezwemd
Ik heb gezwemmen
J'ai chanté
Ik heb gezongen
Ik ben gezongen
Ik heb gezingen
Ik heb gezingd
Ik ben gezingen
Ik (a) één uur in het bos gewandeld.
We (a) naar zee geweest.
De directeur (a) te laat gekomen.
Elien (a) eergisteren naar Finland gereisd.
Ik (a) al met de auto van vader gereden !
Steven (a) een computer gehad.
Karl (a) naar Zwitserland gegaan.
Ze (a) in België gebleven.
Eddy (a) naar het zwembad gefietst.
Waarom (a) je niet gekomen?
Ik .... met mijn zus gebeld
heb
ben
... er iets gebeurd?
Is
Heb
Zij .... in 2018 naar Intaco gekomen
heeft
is
Hij ... kippensoep gemaakt
heeft
is
Hij ... voor het examen geslaagd
is
heeft
Wanneer ... je met de cursus begonnen?
heb
ben
Bavo .... geschiedenis gestudeerd
heeft
is
We .... tot 17.30 op het strand gebleven.
hebben
zijn
Manu en Rouby ..... zes jaar in Amsterdam gewoond.
zijn
hebben
In het pashokje ……………………………… ik de kleren ……………………………… . (passen)
(a)
Het ……………………………… gisteren ……………………………… . (gebeuren)
(a)
Aan het station ……………………………… we een stadsfiets ……………………………… . (huren)
(a)
We ……………………………… veel ……………………………… . (leren)
(a)
Schrijf de VTT. Denken --> Jullie hebben ...
(a)
Schrijf de VTT. Bakken --> Ik heb een lekkere taart (a)
Schrijf de VTT. Doen --> Ik heb … alsof ik hem niet kende.
(a)
Schrijf de VTT. Eten--> Jij hebt veel pistolés (a)
Schrijf de VTT. Bidden --> Ik heb … voor de Belgen op het Europees Kampioenschap.
(a)
Schrijf de VTT. Fluiten (siffler) --> Ik heb (a)
Schrijf de VTT. Opblazen--> Wij hebben de ballonnen (a)
Schrijf de VTT.
Dwingen--> Ik heb de leerlingen (a) om Nederlands te spreken.
Schrijf de VTT. Helpen--> Ik heb mijn team (a) bij de Olympische Spelen.
Schrijf de VTT. Kiezen--> Ik heb voor Intaco (a) want de leraren zijn heel knap.
Schrijf de VTT. Kopen-->
Ik heb een t-shirt van Intaco (a)
Let op. Schrijf nu de OVT.
Eten --> Ik (a) lekker balletjes in tomatensaus gisteren.
Let op. Schrijf nu de OVT.
Drinken--> Ik (a) de melk op.
Let op. Schrijf nu de OVT.
Hangen --> Ik (a) de was buiten.
Let op. Schrijf nu de OVT.
Grijpen --> Wij (a) de kans.
Let op. Schrijf nu de OVT.
Breken --> Ik (a) het brood met mijn vrienden.
Let op. Schrijf nu de OVT.
Bijten --> Ik (a) in de watermeloen.
Let op. Schrijf nu de OVT.
Gaan --> Wij (a) naar de cinema.
Let op. Schrijf nu de OVT.
Glijden --> Ik (a) over het ijs.
Om 7 uur ben ik ... (opstaan).
geopstaan
opstaand
opgestaan
opgestond
Om halfzeven heb ik ... (ontbijten).
ontbeten
geontbeten
geontbijt
ontgebeten
Daarna heb ik een lange douche ... (nemen).
geneemd
geneemt
genomen
genommen
Om 10 uur ... ik in het bos gewandeld.
ben
heb
zijn
hebben
Na de wandeling heb ik een lekkere koffie ... (drinken).
gedrinkt
gedronken
gedranken
gedrinken
Daarna heb ik een paar vrienden ... (ontmoeten).
ontmoet
geontmoet
ontgemoet
geontmoed
Natuurlijk heb ik ook een beetje met de PS4 ... (spelen).
gespeeld
gespeelt
gespeld
gespelt
's Avonds heb ik mijn oma ... (opbellen)
geopbeld
opbeld
opgebeld
opgebelt
Ik ... tot aan de kerk gelopen.
heb
ben
hebben
zijn
Ik heb tot middernacht naar TV ... (kijken)
gekijkt
gekeekt
gekeekd
gekeken
Ik heb vandaag buiten voetbal ...
gespeeld
gespeelt
gespeld
Ik heb mama ook ... met de afwas.
gehelpt
geholpen
geholpt
De meester ... de vraag.
Annemarie heeft een mooie draak ...
Is je vraag nu ...?
Jan ... de radiografisch bestuurbare auto.
De radiografisch bestuurbare auto wordt door Jan ...
... je deze quiz leuk?
Ik weet niet of iedereen de quiz leuk ...
Het ... nogal eens dat het werkwoord gebeuren verkeerd wordt vervoegd.
Misschien is dat bij jou ook wel eens ...
Wat is de juiste schrijfwijze?
Chinese thee
chineese thee
Chinese the
chinese thee
Tekenen doe je met een ...
potloot
pootlod
potloodt
potlood
Ik ... het gras
sproeij
sproei
sproej
sproeje
