wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wat weet jij al wel én nog niet over biomoleculen?

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

De elementen waaruit biomoleculen zijn opgebouwd zijn ...

a)

C H N O P S

b)

C H N O Fe Ca

c)

C H N O Ca P

d)

C H N O Fe P

2.

Enzymen zijn ...

a)

eiwitten

b)

nucleïnezuren

c)

lipiden

d)

koolhydraten

3.

Spieren bestaan vooral uit ...

a)

eiwitten

b)

nucleïnezuren

c)

lipiden

d)

koolhydraten

4.

De erfelijke informatie van cellen en virussen ligt opgeslagen in ....

a)

eiwitten

b)

nucleïnezuren

c)

lipiden

d)

koolhydraten

5.

Steroïden zijn ...

a)

eiwitten

b)

nucleïnezuren

c)

lipiden

d)

koolhydraten

6.

In brood en pasta vinden we vooral...

a)

eiwitten

b)

nucleïnezuren

c)

lipiden

d)

koolhydraten

7.

Alle virussen - dus ook het coronavirus - hebben een zogenaamde mantel als buitenkant. Deze bestaat uit ...

a)

eiwitten

b)

nucleïnezuren

c)

lipiden

d)

koolhydraten

8.

In welke polymeren vinden we deze monomeer?

a)

eiwitten

b)

nucleïnezuren

c)

lipiden

d)

koolhydraten

9.

Welke functionele groep wordt NIET gevonden in biomoleculen?

a)

Amino

b)

Carboxyl

c)

Hydroxyl

d)

Cyanaat

e)

Fosfaat

10.

Hoeveel H2O-moleculen komen er totaal vrij bij de vorming van een tripeptide?

a)

0

b)

1

c)

2

d)

3

11.

Welk molecuul is een zuur?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

e)

e

12.

Welk van de onderstaande groepen gedraagt zich in een eiwit hydrofoob?

a)

-CH2OH

b)

-CH3

c)

-CH2COO-

d)

-CH2CH2CH2CH2NH3+

13.

De R-groep van dit aminozuur is ...

a)

apolair

b)

ongeladen polair

c)

zuur

d)

basisch

14.

Alfa-helix en beta-vouwblad zijn de twee vormen van ...... structuur in een eiwit.

a)

primaire

b)

secundaire

c)

tertiaire

d)

quaternaire

15.

Hemoglobine is een voorbeeld van een eiwit met quaternaire structuur. Eiwitten met quaternaire structuur...

a)

bestaan uit meer dan één polypeptide-ketens

b)

bestaan uit vier polypeptide-ketens

c)

bevatten vier haem-groepen

d)

hebben meer dan één functie