wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Neuro reco pt 1

Total questions: 107

Worksheet time: 27hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

welk hersendeel zorgt voor de fysiologische stabiliteit?

a)

Hypothalamus

b)

hippocampus

c)

cerebellum

2.

wat is er fout over gemyeliniseerde axonen?

a)

ze kunnen geen actiepotentiaal opwekken

b)

Een ongemyeliniseerd axon Heeft Een Snelheid van onthaalmoeder dan 1 m / s

c)

Actiepotentialen Worden opgewekt in de knopen van Ranvier

d)

Bij ongemyeliniseerde axonen Spreekt mannen van Een Blijven transmissie

3.

welke ruimte bevindt zich tussen de dura mater en de arachnoïdea?

a)

subdurale ruimte

b)

pia mater

c)

subarachnoïdale ruimte

4.

hoe kun je neurotransmitters niet functioneel indelen?

a)

ionotroop-metabotroop

b)

centraal perifieer

c)

klein moleculair en neuropeptiden

d)

exciterend en inhiberend

5.

wat is geen deel van het subcorticaal descenderend systeem?

a)

kleine hersenen (cerebellum)

b)

nucleus ruber

c)

nucleus vestibularis

d)

formatie reticularis

6.

welke cellen zijn het meest talrijk in de neocortex?

a)

gliacellen

b)

multipolaire cellen

c)

GABAerge neuronen

d)

GLUTAerge neuronen

7.

welk proces zorgt voor excitatie?

a)

glutamaat

b)

k efflux

c)

chloor instroom

d)

GABA

8.

wat is niet juist betreffende een enzym?

a)

ze veranderen niet van vorm

b)

het is substraatspecifiek

c)

het is een eiwit

d)

het is a organische katalysator

9.

wat hoort er altijd bij een metabotrope receptor?

a)

G-proteïne

b)

AMP

10.

hoe noem je een vacuole waarvan de deeltjes van de cel zelf er in terecht komen?

a)

autofagosoom

b)

lysosoom

c)

endosoom

d)

soma

11.

wat klopt er niet in verband met REM-slaap?

a)

je kan snel gewekt worden

b)

er is geen alfa spoeltje

12.

welk kanaal heeft 2 poorten?

a)

natrium

b)

kalium

c)

calcium

d)

chloor

13.

welke uitspraak is fout over activering en de inactieve gate?

a)

bij repolarisatie begint de inactieve poort te sluiten

b)

bij rustpotentiaal is de inactieve geopend

c)

bij depolarisatie is de activering poort gesloten

d)

voor het te laten werken beide openstaan

14.

wat zijn emoties volgens het artikel van Schoffel?

a)

bewuste ervaringen

b)

actieplannen sterven uit instinct

c)

gevoelens komen uit de hersenen, emoties niet

15.

een persoon (Vera Hoorens) heeft een EEG van 1 Hz, wat is die aan het doen?

a)

diepe slaap

b)

examens verbeteren

c)

dromen over andere prof

d)

berispt leerling op te laat binnen komen

16.

wat laat het NMDA-receptor wel door en het AMPA niet?

a)

calcium

b)

natrium

c)

kalium

d)

chloor

17.

wat maakt geen deel uit van de basala ganglia?

a)

nucleus ruber

b)

putamen

c)

globus pallidus

d)

nucleus caudatus

18.

waar vindt je muscarine terug?

a)

paddenstoelen

b)

bovenhersenen

c)

onderhersenen

d)

spieren

19.

welke hormoon zet de geboorte in gang?

a)

oxcytocine

b)

glutamaat

c)

adrenaline

d)

prolactine

20.

wat is een second messenger bij fototransductie/ 2e puinhoop Eger?

a)

cGMP

b)

...

21.

hoeveel zenuwen zitten in onze hals?

a)

16

b)

4

c)

6

d)

24

22.

in wat zit de Utriculus?

a)

vestibulair orgaan/utruculus

b)

auditief systeem

23.

welke craniale zenuw is de 10e?

a)

vagus

b)

abducens

c)

gezichtsbehandeling

24.

welke stof wordt geblokkeerd door de 2e generatie antipscyhotica/depressiva?

a)

serotinine (door SRNI's)

b)

dopamine

25.

wat wordt er in het mesolimbisch systeem aangemaakt?

a)

dopamine

b)

serotonine

c)

adrenaline

26.

wat is een anti-angst middel?

a)

diazepam

b)

paracetamol

c)

naproxen

27.

wat is amfetamine?

a)

agonist voor dopamine

b)

agonist voor glutamaat

c)

antagonist dopamine

d)

antagonist glutamaat

28.

welke stof komt uit de schors van de bijnier?

a)

cortisol

b)

adrenaline

29.

tot wat behoort fluortexine?/

a)

antidepressiva

b)

antipsychose

c)

algemene stimuli

30.

welk hersendeel gaat over nieuwe informatie opslaan en herinneringen?

a)

hippocampus

b)

prefrontale cortex

c)

amygdala

31.

welk hersendeel gaat over plannen, motivatie en beslissingen nemen?

a)

prefrontale cortex

b)

hippocampus

c)

amygdala

32.

wat gebeurt er als het orthosympatisch systeem geactiveerd is?

a)

verwijding van pupillen

b)

speekselaanmaak

c)

verlaagde hartslag

d)

verlaagde bloeddruk

33.

welke cellen bevinden zich in het bloed-hersenen barriere?

a)

astrocyten

b)

microgliale cel

c)

schwann cel

d)

oligodendrocyte

34.

welke neuronen bevinden zich in het ruggenmerg?

a)

motorneuronen

b)

ganglion cellen

c)

purkinje cellen

d)

schwann cel

35.

welke neurotransmittor gebruikt een motorneuron?

a)

Ach

b)

glycine

c)

GABA

d)

glutamaat

36.

wat gebeurt er bij repolarisatie?

a)

K poort staat open, Na poort gaat toe

b)

Na poort staat open, K poort gaat toe

37.

wat is er bij hyperpolarisatie?

a)

instroom van chloor

b)

instroom van natrium

c)

instroom van K

38.

Welke ziekte komt voor uit schade aan de substantia Nigra?

a)

parkinson

b)

alzheimer

39.

wat is de functie van de caudate nucleus?

a)

controle van (oog)beweging

b)

pijn

c)

reuk

40.

wat zorgt het parasympatisch zenuwstelsel voor?

a)

stimuleert speekselafscheiding

b)

verwijding pupil

c)

verhoging hartslag

d)

verhoogd bloeddruk

41.

een aangetaste suprachiasmatische kern zorgt voor?

a)

verstoring in het slaap-waak ritme

b)

verstoring van het hart

42.

wat bezit het myosinekopje?

a)

enzym om ATP te splitsen

b)

bindingsplaats neurotransmitter

c)

Ca kanaal

d)

plooibinding

43.

wat is de functie van Fluoxetine?

a)

heropname van serotonine blokkeren

b)

afbraak glutamaat

c)

vrijstelling glutamaat

44.

wat wordt er in de bijniermerg aangemaakt?

a)

adrenaline

b)

dopamine

c)

cortisol

45.

waar worden nieuwe neuronen aangemaakt?

a)

subventriculaire zone (SVZ)

b)

mesencefalie

c)

basale voorhersenen

d)

primaire visuele cortex

46.

waar kan je purkinjecellen vinden?

a)

cerebellum

b)

corsale hoorn

47.

van welke neurotransmitters maken motorneuronen gebruik?

a)

acetylcholine

b)

glutamaat

c)

neradrenaline

d)

GABA

48.

hoe ziet de hersenschors van iemand met een hoge score op neuroticisme eruit?

a)

dikker en minder geplooid

b)

dunner en minder geplooid

c)

dikker en meer geplooid

d)

dunner en meer geplooid

49.

in wat zit de Utriculus

a)

vestribulaire orgaan

b)

auditief orgaan

50.

wat is het Flynn effect?

a)

dat de gemiddelde score op een IQ door de jaren stijgt

b)

daling IQ testen

c)

waard sinds test neuroticisme

51.

hoeveel paar hersenzenuwen zijn er?

a)

12

b)

6

c)

8

d)

4

52.

voor wat zorgt de nucleus caudatus?

a)

controle van beweging

b)

pijngewaarwording

c)

horen

d)

reuk

53.

welke stoffen die iets in verband met sociaal gedrag?

a)

serotonine en oxytocine

b)

serotonine en dopamine

c)

oxytocine en dopamine

54.

welke neurotransmitter wordt door grote dense-cord verstikels getransporteerd?

a)

enkefaline

b)

dopamine

c)

serotonine

d)

glutamaat

55.

welke stelling over het bijnierschors is verkeerd?

a)

het is deel van het orthosympatisch systeem

b)

maakt cortisol en geslachtshormonen aan

c)

speelt een rol in de regulatie van het dag-nacht ritme

d)

zware depressie leidt tot hoge cortisol niveaus in het bloed

56.

welke neurotransmitter staat bekend voor zijn complexiteit?

a)

serotonine

b)

adrenaline

c)

GABA

d)

acetylcholine

57.

welke neurotransmitter wordt gevormd uit lipiden van een membraan?

a)

endocannbinoïden

b)

neuropeptiden

c)

catecholamines

d)

indolamines

58.

wat is er fout ivm Notch en Delta?

a)

de activatie van Notch zorgt voor de ontwikkeling van oligodendrocyten

b)

in het begin evenveel inkeping als delta

c)

delta expressie overwicht zorgt voor meer gliacellen

59.

tot welke groep hoort de emotie 'bewondering'?

a)

hypercomplex

b)

eenvoudig

c)

complex

d)

meervoudig

60.

welk hormoon helpt bij moedermelk productie, liefde en empathie?

a)

oxytocine

b)

adenocorticotroop hormoon

c)

cortisol

61.

welke uitspraak is juist (over RAS?

a)

er wordt orexine aangemaakt in RAS

b)

aspirine werkt in op de hersenen

c)

SRY--> ontwikkeling vrouw

d)

snelle pijn prikkels gaan niet via de tractus spinothalamicus

62.

welke uitspraak is fout?

a)

gebied van Broca stuurt de spiertjes voor controle van de vocale structuren

b)

het gebied van wernicke zit meestal in de linkerhemisfeer

c)

het gebied van wernicke bevat vocal patronen om gesproken taal te herkennen

d)

het gebied van Broca stuurt de bewegingen die nodig zijn om te spreken

63.

wat past niet in het rijtje?

a)

chordine

b)

noggine

c)

follisatine

d)

enkefalline

64.

wat vormt ATP om in ADP?

a)

myosine

b)

actine

c)

troponine

d)

tropomyonsine

65.

wat zit niet in het cholinerge systeem?

a)

fluoxentine

b)

nicotine

c)

curare

d)

fysostigmine

66.

welk systeem staat in voor pijn en temmperatuur?

a)

ventrolaterale systeem

b)

lemniscale systeem

c)

reticulair

67.

welk deel van de hersenen fungeert als interface voor de kernen die instaan voor waken en slapen in de hersenstam?

a)

hypothalamus

b)

hippocampus

c)

prefrontale cortex

68.

tot welke groep behoord MDMA?

a)

psychotrope

b)

axioliytisch

c)

antipsychotisch

69.

welke stof komt voor in vrijwel alle hersengebieden?

a)

GABA

b)

dopamine

c)

acetylcholine

d)

CCK

70.

welk deel van de hersenen zorgt ervoor dat we onze aandacht kunnen richten op de omgeving bij een bepaalde handeling/situatie?

a)

prefrontale cortex

b)

hypothalamus

c)

amygdala

d)

occipitale cortex

71.

welk deel in onze hersenen zorgt er voor dat we in eerste instantie taal kunnen begrijpen en verstaan?

a)

gebied van Wernicke

b)

gebied van Broca

c)

gebied van Cajal

72.

van waar tot waar loopt het mesolimbisch systeem?

a)

van de hersenstam tot het limbisch gebied

b)

limbisch gebied naar olijfkern

c)

ventrolateraal naar limbisch systeem

d)

limbisch systeem naar prefrontale cortex

73.

met wat wordt dopamine in verband gebracht?

a)

verslaving

b)

alzheimer

c)

ALS

d)

oncomfortabelheid in bepaalde situaties

74.

wanneer is 'default mode network' zeker van toepassing?

a)

bij dagdromen

b)

auto rijden

c)

dromen

d)

tijdens het examen

75.

wat is de functie van de anterieure singulate cortex?

a)

zorgt dat we bepaalde situatie als ongemakkelijk ervaren

b)

je in staat stellen om een glas water op te heffen

c)

iets dat onlangs gebeurd is herinneren

d)

pijn waarnemen

76.

wat is het effect van Fluoxitine?

a)

stimuleert werking van serotonine

b)

remming van serotonine

c)

remming van glutamaat

d)

stimuleert heropname van indolamine

77.

wat is de functie van de Nervus Glossopharygeus IX?

a)

smaak

b)

nekbeweging

c)

reuk

d)

oogbeweging

78.

welke atria worden gevormd door de 2 halsslagaders onderaan in de hersenen?

a)

arteria basiliaris

b)

arteria cerebri media

c)

arteria comunnicans

d)

arteria spinalis

79.

voor wat wordt polysomnografie gebruikt?

a)

chronische vermoeidheid

b)

eetproblemen

c)

verslaving

80.

waar komen schwanncellen voor?

a)

in de dorsale wortels

b)

thalamus

c)

ruggenmerg

81.

welke stelling is fout?

a)

gebied van Broca is minder functioneel bij mensen met dyslexie

b)

er is een verschil tussen de hypothalamus van mannen en vrouwen

c)

hippocampus maakt nieuwe cellen aan

d)

oxytocine wordt afgescheiden door de achterkwab van de hypofyse

82.

welke banen geleiden pijn en temperatuur?

a)

ventrolateraal

b)

lemniscaal

c)

reticulair

d)

piramide

83.

welke stelling is juist?

a)

het bijnierschors wordt geassocieerd met het orthosympatisch zenuwstelsel

b)

in het bijniermerg wordt cortisol geproduceerd

c)

het bijniermerg speelt een rol in ons dag-nacht ritme

d)

een zware depressie kan leiden tot weinig cortisol in het bloem

84.

waar hoort MAO onder?

a)

antidepressiva

b)

antipsychotica

c)

analgetica

d)

hallicunoogene farmaca

85.

welke laag ligt het dichtst bij de schedel?

a)

moleculaire laag

b)

korrel laag

c)

pyramidale laag

d)

spoelvormige laag

86.

wat doen parvocellulaire cellen?

a)

oxytocine vrijstellen in de hersenen

b)

verbinding tussen hypofyse en frontale cortex

c)

verbinding tussen hypofyse en hersenstam

d)

vrijstelling van ACTH

87.

wat werkt samen met het chloor kanaal?

a)

GABA-receptor

b)

NMDA

c)

DI-receptor

d)

5HT-receptor

88.

welke stof zorgt voor verandering in vrijstelling van neurotransmitters?

a)

calcium

b)

kalium

c)

natrium

d)

chloor

89.

over wat hadden de frenologen het wel juist?

a)

over de plasticiteit van de hersenen

b)

flynn effect

c)

dat karaktertrekken te zien zijn aan de hersenomtrek

d)

dat intelligentie niet veroorzaakt wordt door de associatieve cortex

90.

wat zei Caroline Fine over neuroseksisme?

a)

dat mannen en vrouwen onveranderlijke verschillen in hersenfuncties hebben

b)

dat je niet vaan geslacht kan veranderen

c)

dat mannen en vrouwen qua vaardigheden die ze kunnen uitvoeren ...

91.

welke stof komt bij aanvang binnen voor een actiepotentiaal?

a)

natrium

b)

kalium

c)

calcium

d)

chloor

92.

Hersenzenuw 10 staat in voor bezenuwing van interne organen, welke zenuw is dit?

a)

vagus

b)

facialis

c)

hypoglossus

d)

trochlearis

93.

waartoe dient stikstofoxide bij LTP?

a)

glutamaatvrijstelling

b)

inhibitie van...

94.

bij welk systeem hoort de amygdala?

a)

limbisch systeem

b)

controle systeem

c)

olfactorisch systeem

d)

vestibulaire systeem

95.

welk systeem zorgt voor het openen en sluiten van ionenkanalen?

a)

gating

b)

opening

c)

entering

d)

closing

96.

wat verbindt de gebieden van Broca een Wernicke?

a)

fasciculus arcuatus

b)

...

97.

welke soort cellen vormen kolommen door de verschillende cortex lagen?

a)

piramidecellen

b)

korrelcellen

98.

welk deel van de hersenen staat in voor de visuele input?

a)

occipitale kwab

b)

pariëtale kwab

c)

temporale kwab

d)

frontale kwab

99.

schade aan myelinisering veroorzaakt?

a)

Multiple sclerose (MS)

b)

...

100.

als je bij 2 gemyeliniseerde axonen een actiepotentiaal kort na elkaar hebt, dan...

a)

blijft het gelijk

b)

...

101.

wat is geen kleinmoleculaire neurotransmitter?

a)

enkefaline

b)

acetylcholine

c)

noradrenaline

102.

een parasympatische reactie is?

a)

afscheiden van glucose door lever

b)

...

103.

wat is er correct bij repolarisatie?

a)

Na-poorten sluiten en K gaat naar buiten

b)

K poorten sluiten en Na gaat naar buiten

104.

welk inhiberend neurotransmitter komt enkel voor in het ruggenmerg?

a)

glycine

b)

...

105.

welke cellen vind je in het cerebellum?

a)

ganglioncellen

b)

...

106.

iemand drinkt iets waar hij wakker van wordt, wat zit er in het drankje?

a)

caffeïne

b)

melk

c)

taurine

107.

wat hoort er niet bij oligodentrocyten?

a)

nervus vagus

b)

...