wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begintoets Nederlands 2B

Total questions: 33

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.
Het meervoud van kerstbal is
a)
kerstballen
b)
kerstballs
c)
kerstbalen
2.
Zoek het onderwerp in deze zin.
Harry Potter gaat voor het eerst naar Zweinstein.
a)
Harry Potter
b)
Zweinstein
c)
gaat
d)
eerst
3.
Zoek in deze zin het onderwerp.
De uil bezorgt een brief.
a)
een brief
b)
de uil
c)
bezorgt
d)
een
4.
Zoek in deze zin de persoonsvorm.
Eet professor Perkamentus graag snoep? 
a)
eet
b)
professor Perkamentus
c)
snoep
d)
graag
5.
Een samengestelde zin heeft ....... persoonsvormen.
a)
één
b)
twee
c)
twee of meer
d)
geen
6.
Welk woord is fout gespeld?
a)
narcissen
b)
narsissen
7.
Welk woord is goed gespeld?
a)
tvprogramma
b)
tv-programma
c)
tv-progamma
8.
Welk woord is fout gespeld?
a)
terapie
b)
therapie
9.
Welk woord is fout gespeld?
a)
kanoos
b)
kano's
10.
Welk woord is goed gespeld?
a)
kompliment
b)
compliment
c)
complimend
11.
Vul het werkwoord 'beantwoorden' in op de puntjes. (t.t.)
De meester ... de vraag.
a)
beantwoort
b)
beantwoorde
c)
beantwoordt
d)
beantwoord
12.
Vul het werkwoord 'tekenen' in op de puntjes. (voltooid deelwoord)
Annemarie heeft een mooie draak ...
a)
getekend
b)
getekent
c)
tekende
d)
getekendt
13.
Vul het werkwoord 'vinden' in op de puntjes. (t.t.)
... je deze quiz leuk?
a)
vind
b)
vint
c)
vindt
d)
vond
14.
Vul het werkwoord 'vinden' in op de puntjes. (t.t.)
Ik weet niet of iedereen de quiz leuk ...
a)
vint
b)
vind
c)
vindt
d)
vond
15.
Wat is het tekstdoel?
Een recept voor appelcake.
a)
informeren
b)
instructies geven
c)
overtuigen
d)
activeren
16.
Wat is het tekstdoel?
Een artikel op Wikipedia over Antwerpen.
a)
informeren
b)
activeren
c)
instructies geven
d)
overtuigen
17.
Wat is het tekstdoel?
Een poster met verschillende argumenten waarom je beter water drinkt dan frisdrank.
a)
informeren
b)
overtuigen
c)
activeren
d)
amuseren
18.

Wat is het tekstdoel?

Een bijsluiter van een medicijn.

a)

aanzetten tot actie

b)

overtuigen

c)

informeren

d)

ontroeren

19.

Fictie en non-fictie

Welk teksttype past niet in het rijtje?

a)

een cartoon

b)

een Harry Potter-boek

c)

een handleiding van een televisietoestel

d)

een Game of Thrones-boek

20.

Wat is het teksttype?

a)

krantenartikel

b)

recensie

c)

bijsluiter

d)

gerecht

e)

jeugdboek

21.
Wat is de juiste vorm van het werkwoord? 
Het water ______ heel warm.
a)
wort
b)
word
c)
wordt
22.
Wat is het teksttype?
a)
Jeugdboekfragment
b)
Advertentie
c)
Bijsluiter
d)
Krantenartikel
23.
Je wil het telefoonnummer van dokter Van Deun weten.
a)
Genietend lezen
b)
Oriënterend lezen
c)
Zoekend lezen
d)
Kritisch lezen
24.
Je hebt morgen examen Nederlands.
a)
Globaal lezen
b)
Intensief lezen
c)
Kritisch lezen
d)
Studerend lezen
25.
Je krijgt een leestoets en bekijkt de tekst een eerste keer 
a)
Oriënterend lezen
b)
Kritisch lezen
c)
Genietend lezen
d)
Zoekend lezen
26.

Welke versie van deze zin is correct?

a)

hij gaat naar parijs met tom.

b)

Hij gaat naar Parijs met tom.

c)

hij gaat naar Parijs met Tom.

d)

Hij gaat naar Parijs met Tom.

27.

Welke reeks is correct alfabetisch gerangschikt?

a)

bloes - blauw - broek - braaf

b)

braaf - bloes - blauw - broek

c)

blauw - broek - braaf - bloes

d)

broek - braaf - bloes - blauw

28.

Duid de infinitief aan.

a)

jij reist

b)

reizen

c)

reis

d)

reist

29.

Wat is het onderwerp in deze zin?

Hij zag haar gisteren op tv.

a)

haar

b)

hij

c)

gisteren

d)

tv

30.

Wat is het zelfstandig naamwoord in deze zin?

Hij zag gisteren een voetbalwedstrijd.

a)

gisteren

b)

zag

c)

voetbalwedstrijd

31.

Welk werkwoord past op het lijntje?

Hij ... voetbal een leuke sport.

a)

vinden

b)

vind

c)

vindt

32.

Wat is de verleden tijd van 'reizen'?

a)

reis

b)

reisde

c)

rees

33.

Welk bepaald lidwoord past in deze zin?

Hij eet ... koek terwijl hij de wedstrijd bekijkt.

a)

het

b)

de

c)

een