Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

thema 1, verbranding

Total questions: 40

Worksheet time: 3600secs

Name
Class
Date
1.

Hoe heet deel 1?

a)

Huig

b)

Strotklepje

c)

Longblaasje

d)

Neusholte

2.

Hoe heet deel 8?

a)

Bronchiën

b)

Luchtpijp

c)

Long

d)

Slokdarm

3.

Hoe heet deel 2?

a)

Bronchiën

b)

Long

c)

Longblaasje

d)

Strottenhoofd

4.

Hoe heet deel 10?

a)

Bronchie

b)

Longen

c)

Luchtpijp

d)

Keelholte

5.

Hoe heet deel 7?

a)

Strotklepje

b)

Huig

c)

Strottenhoofd

d)

Luchtpijp

6.

Welke deel bezit kraakbeenringen?

a)

Luchtpijp

b)

Neusholte

c)

Longblaasjes

d)

Keelholte

7.

Welke deel bezit kraakbeenringen?

a)

Slokdarm

b)

Neusholte

c)

Bronchiën

d)

Longblaasjes

8.

Op welke manier gaat het voedsel?

a)

Voedsel gaat van 1 naar A

b)

Voedsel gaat van 2 naar A

c)

Voedsel gaat van 1 naar B

d)

Voedsel gaat van 2 naar B 

9.

Waar zitten de stembanden?

a)

In de keelholte

b)

In de luchtpijp

c)

In het strottenhoofd

d)

Bij de huig

10.

Waar bevinden zich trilharen?

a)

1

b)

2

c)

A

d)

B

11.

Geef de naam van P in de afbeelding

a)

Strotklepje

b)

Huig

c)

Luchtpijp

12.

Welke producten ontstaan er bij verbranding?

a)

Water

b)

Koolstofdioxide

c)

Energie

d)

Zuurstof

13.

Welke stof is er altijd nodig bij verbranding?

a)

Koolstofdioxide

b)

Zuurstof

c)

Ammoniak

d)

Water

14.

Bij een normale inademing gaan de ribben OMHOOG/OMLAAG. het middenrif beweegt dan OMHOOG/OMLAAG

a)

Omhoog - omhoog

b)

Omhoog - omlaag

c)

Omlaag - omhoog

d)

Omlaag - omlaag

15.

Welke stof in sigaretten zorgt voor de beschadiging van de luchtwegen?

a)

Teer

b)

Koolstofmono-oxide

c)

Nicotine

16.

Zet in de juiste volgorde bij een buikademhaling

1. Borstholte wordt groter 2. De lucht stroomt naar binnen 3. De longen worden groter 4. Het middenrif beweegt omlaag

a)

2 - 3 - 4 - 1

b)

1 - 4 - 3 - 2

c)

1 - 4 - 2 - 3

17.

Door welke stof is Smog schadelijk voor je luchtwegen?

a)

Koolstofdioxide

b)

Fijnstof

c)

Koolstofmonoxide

d)

Teer

18.

Wat is een indicator?

a)

Een stof waarmee je een andere stof kan aantonen

b)

Een manier om een stof te vermenigvuldigen

19.

Welke stof is nodig voor de verbranding in ons lichaam?

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Zuurstof

20.

Waarom is ademhalen via de neus gezonder dan via de mond?

a)

Via de neus gaat de lucht eerder naar de hersenen, waardoor het gecontroleerd kan worden door verschillende hersengebieden

b)

Via de neus wordt de lucht gekoeld

c)

De neus bevat neusharen die (eventueel schadelijke) deeltjes tegenhouden

21.

Wat gebeurt er bij verslikken?

a)

Het strotklepje sluit niet goed

b)

De huig sluit niet goed

c)

Zowel het strotklepje als de huig sluiten niet goed

22.

In de afbeelding zijn twee pijlen getekend. Wat bevindt zich bij de pijl omhoog, weg van het longblaasje?

a)

Zuurstofrijke lucht

b)

Zuurstofarme lucht, maar koolstofdioxide rijk

c)

Zuurstofrijk bloed, maar koolstofdioxide arm

d)

Zuurstofarm bloed, maar koolstofdioxide rijk

23.

Wat is de eerste stap van de buikademhaling (inademen)?

a)

Het middenrif beweegt omlaag

b)

De longen worden groter

c)

De borstholte wordt groter

d)

Lucht stroomt naar binnen

24.

Is er verbranding mogelijk zonder zuurstof?

a)

Ja

b)

Nee

25.

Komt er water vrij bij verbranding?

a)

Ja

b)

Nee

26.

Helder kalkwater is een indicator voor?

a)

Zuurstof

b)

Brandstof

c)

Koolstofdioxide

d)

Water

27.

Wat komt er vrij bij verbranding?

a)

Water en koolstofdioxide

b)

Water en zuurstof

c)

Zuurstof, koolstofdioxide en water

d)

Water, koolstofdioxide en energie

28.

In je lichaam vindt ook verbranding plaatst. Hoe heet de brandstof voor je lichaam?

(a)  

29.

Tijdens welke bezigheid vindt de meeste verbanding plaats?

a)

Slapen

b)

Fietsen

c)

Rustig lopen

d)

Wedstrijd sprinten

30.

In welk(e) onderdelen van de longen vind gaswisseling plaats?

a)

De longblaasjes

b)

De bronchiën

c)

Het gehele long-oppervlak

d)

De luchtpijptakjes en de longlblaasjes

31.

Wat is de verslavende stof in een sigaret?

a)

Teer

b)

Koolstofmono-oxide

c)

Nicotine

d)

Koolstofdioxode

32.

Welke stof zorgt er voor dat de longen van rokers zwart worden?

a)

Nicotine

b)

Teer

c)

Koolmono-oxide

d)

Koolstofdioxide

33.

Wat is de brandstof van een kaars?

a)

Kaarsvet

b)

Koolstofdioxide

c)

Water

d)

Zuurstof

34.

In het reactieschema van verbranding in je lichaam ontbreken twee woorden.

Vul op je antwoordblad de goede woorden in.


Glucose + …1…… --> Koolstofdioxide + Water + ……2….

a)

zuurstof + koolstofmonoxide

b)

zuurstof + energie

c)

koolstofmonoxide + energie

35.

Afb 2. ademhaling (schematisch)

In tekening 1 zie je iemand die inademt. In tekening 2 zie je een uitademing.

Hoe kun je dit zien? Leg je antwoord uit

4 lines
36.

Waardoor is de luchtpijp zo stevig?

a)

Door de spieren

b)

Doordat er continu lucht doorheen stroomt

c)

Door de kraakbeenringen

d)

Doordat er bot omheen zit

37.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
38.

Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?

a)

zuurstof en water

b)

kaarsvet en koolstofdioxide

c)

water en koolstofdioxide

d)

water en zuurstof

39.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
40.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg