wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Th4 Voortplanting

Total questions: 35

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.
In de bijballen worden de zaadcellen tijdelijk opgeslagen
a)
Juist
b)
Onjuist
2.
De prostaat voegt samen met de prostaat vocht toe aan de zaadcellen
a)
Juist
b)
Onjuist
3.

Wordt het slijmvlies van de baarmoeder tijdens de menstruatie dikker?

a)

Ja

b)

Nee

4.

Wanneer is een vrouw het meest vruchtbaar?

a)

Vlak na de menstruatie

b)

Vlak voor de menstruatie

c)

Vlak na de eisprong

d)

Vlak voor de eisprong

5.

Hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

10

b)

14

c)

28

d)

35

6.
Op welke dag van de menstruatie vindt gemiddeld de eisprong plaats?
a)
10
b)
12
c)
14
d)
16
7.

Wat is bevruchting?

a)

de eicel en de zaadcellen treffen elkaar

b)

de kern van de eicel smelt samen met de kern van de zaadcel

c)

de eicel nestelt zich in het baarmoederslijmvlies

d)

de spermacel zwemt naar de eicel toe

8.

Hoe noem je de geslachtskenmerken die komen tijdens de puberteit?

a)

Primaire geslachtskenmerken

b)

Secundaire geslachtskenmerken

c)

Puberteitskenmerken

d)

Groeispurt

9.
Waar vindt de bevruchting plaats?
a)
Baarmoeder
b)
Eierstok
c)
Baarmoederslijmvlies
d)
Eileider
10.
Waar vindt de innesteling van een bevruchte eicel plaats?
a)
Eileider
b)
Baarmoederslijmvlies
c)
Baarmoedermond
d)
Vagina
11.

Met welk nummer is de prostaat aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

12.

In welk onderdeel worden zaadcellen gemaakt?

a)

5

b)

6

c)

2

d)

3

13.

Met welk nummer worden de zaadblaasjes aangegeven?

a)

5

b)

6

c)

2

d)

3

14.

het vruchtwater beschermt de baby voor stoten of klappen

a)

juist

b)

onjuist

15.

Welke vorm van geboorteregeling wordt hieronder beschreven

In de vruchtbare periode rond de eisprong hebben man en vrouw geen gemeenschap. Zeer onbetrouwbaar.

a)

Onderbroken geslachtsgemeenschap

b)

Periodieke onthouding

c)

Coïtus interruptus

16.

Welk(e) voorbehoedsmiddel(en) bescherm(t) (en) tegen soa's?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Spiraal

b)

Sterilisatie

c)

Condoom

d)

Pil

e)

Vrouwencondoom

17.

Is de balzak een primaire of secundaire geslachtskenmerk?

a)

Primaire

b)

Secundaire

18.

Welke situatie laat een biseksuele relatie zien?

a)

Jongen - Jongen

b)

Jongen - Meisje

c)

Meisje - Meisje

d)

Zowel verliefd kunnen worden op jongens en meisjes

19.

Wat is de duur van de zwangerschap?

a)

35 weken

b)

39 weken

c)

40 weken

d)

28 weken

20.

De morning-afterpil...

a)

Moet binnen 12 uur ingenomen worden.

b)

Moet binnen 3 dagen ingenomen worden.

c)

Moet binnen 24 uur binnen genomen worden.

21.

wanneer is iemand intersekse?

a)

Als iemand geboren wordt met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken.

b)

Als iemand het gevoel heeft in het verkeerde lichaam te zitten en dit wilt veranderen.

22.
Waar komt tijdens de geslachtsgemeenschap (seks) de penis?
a)
P
b)
Q
c)
R
d)
S
23.
Wat zijn voorbeelden van secundaire geslachtskenmerken?
a)
Vagina en penis
b)
Schaamlippen en schaamhaar
c)
Baard in de keel en bredere heupen
d)
Bredere heupen en clitoris
24.
Met welk nummer wordt de eierstok aangegeven?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
25.

Als de spermacellen de penis uitkomen, welke weg hebben ze dan gevolgd?

a)

Bijbal - teelbal - zaadleiders - urinebuis - eikel

b)

teelbal - bijbal - zaadleiders - urinebuis - eikel

c)

eikel - urinebuis - zaadleiders - bijbal - teelbal

d)

teelbal - bijbal - urinebuis - zaadleiders - eikel

26.

Hoe wordt het genoemd als een jongen of een man zelf zorgt voor een

zaadlozing?

a)

Masturbatie

b)

Menstruatie

c)

Orgasme

d)

Ovulatie

27.

Sperma bestaat uit:

a)

Vocht uit de prostaat

b)

Vocht uit de zaadblaasjes

c)

Spermacellen

d)

Vocht uit de urineblaas

e)

Afscheiding

28.

Stelling: Het verspreiden van seksueel getint beeldmateriaal zonder toestemming is strafbaar. Dus ook als je onderling (bijvoorbeeld in de klas) filmpjes doorstuurt.

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

Bij ... start de pubertijd meestal eerder.

a)

Jongens

b)

Meisjes

30.

In welke deel KAN het maagdenvlies zich bevinden.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

31.

Wanneer spreken we van een embryo

a)

Tijdens de hele zwangerschap

b)

Na drie maanden van de zwangerschap

c)

De eerste drie maanden van de zwangerschap

d)

Wanneer de baby geboren is

32.

Krijgt de moeder via de placenta voedingsstoffen van het embryo?

a)

Ja

b)

Nee

33.

Bevat de navelstreng bloedvaten?

a)

Ja

b)

Nee

34.

Prenataal onderzoek is onderzoek dat plaatsvindt

a)

Als de baby wordt geboren

b)

Als de baby 1 jaar is

c)

Als de bevruchting plaatsvindt

d)

Als het kind nog niet is geboren

35.

Wat is een transgender?

a)

Iemand die zich alleen voelt.

b)

Iemand die in het verkeerde lichaam is geboren en dus van geslacht verandert.

c)

Iemand die op hetzelfde geslacht verliefd kan worden.