wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2H H1 Wat heb je nodig?

Total questions: 55

Worksheet time: 45mins

Name
Class
Date
1.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

2.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

3.

De boodschappen zijn:

a)

Incidentele uitgaven

b)

Huishoudelijke uitgaven

c)

Vaste lasten

4.

Voorbeelden van vaste lasten zijn:

a)

Kleding, eten, drinken

b)

Huur, gas, water, vakantie

c)

Huur, gas, water, zorgverzekering

5.

Als je zonnepanelen gebruikt, doe je aan zelfvoorziening

a)

Waar, want je wekt je eigen energie op. Ondanks de investering, kun je daarna zelfvoorzienend zijn

b)

Niet waar, je koopt de energie van de energiemaatschappij

6.

Je ziet hier ...

a)

Commerciële reclame

b)

Merkreclame

c)

Ideële reclame

d)

Sluikreclame

7.

Een auto is meestal een secundaire behoefte, toch kan het zijn dat je je auto nodig hebt om naar je werk te gaan. Dan is het een ...

a)

Primaire behoefte

b)

Luxe behoefte

c)

Overige behoefte

d)

Secundaire behoefte

8.

De afbeelding is een voorbeeld van?

a)

Indirecte ruil

b)

Directe ruil

c)

Prioriteiten stellen

d)

Zelfvoorziening

9.
Wat is het verschil tussen primaire en basis behoeften
a)
Basisbehoeften heb je echt nodig, primaire niet.
b)
Primaire behoeften heb je echt nodig, basisbehoeften niet
c)
Er is geen verschil
d)
Primaire behoeften zijn duurder
10.
Wat is consumeren ?
a)
Het kopen van goederen en diensten
b)
Het verkopen van goederen
c)
Het kopen van goederen
d)
Het aanbieden van diensten
11.

De formule om een procentueel aandeel uit te rekenen is

a)

(deel/geheel) x 100

b)

(geheel/deel) x 100

c)

(nieuw-oud)/ oud x 100

d)

jaar/basisjaar x 100

12.

Finn heeft weer een baan gevonden. In de ww had hij een inkomen van € 1.210,- Nu gaat hij 1.581,- per maand verdienen. Met hoeveel procent is zijn loon gestegen?

a)

3,3%

b)

23,5%

c)

30,7%

d)

31,8%

13.

Je krijgt EUR 15,-- zakgeld per week. Hoeveel is dat per maand?

a)

EUR 60

b)

EUR 33.91

c)

EUR 65

d)

EUR 75

14.

Je krijgt EUR 15,-- zakgeld per maand. Hoeveel is dat per week?

a)

EUR 3.46

b)

EUR 180,--

c)

EUR 65,--

d)

EUR 3.45

15.

Je krijgt EUR 15,-- zakgeld per maand. Hoeveel is dat per week?

a)

EUR 3.46

b)

EUR 180,--

c)

EUR 65,--

d)

EUR 3.45

16.

Bij welke staan alleen maar basis behoeften

a)

Huur, water, jas, scooter, brood

b)

Jas, medicijnen, woonhuis, brood

c)

Schooltas, water, huur, speaker voor telefoon

d)

Medicijnen, schooltas, water, pumps

17.
Wat zijn middelen
a)
Geld, kapitaal en tijd
b)
Geld, bezittingen en tijd
c)
Kapitaal, bezittingen en tijd
d)
Geld, kapitaal en bezittingen
18.

Wat is een voorbeeld van verbruiksgoederen?

a)

Auto

b)

Wasmachine

c)

Tv

d)

Pizza

19.

Wat is GEEN voorbeeld van gebruiksgoederen?

a)

Auto

b)

Snoep

c)

Scooter

d)

Wasmachine

20.

Wat is GEEN oplossing om geldtekort op te lossen?

a)

Heel hard huilen

b)

Lenen

c)

Meer geld verdienen

d)

Bezuinigen

21.

Je bent een ____ als je goederen en diensten koopt om in je behoeften te voorzien.

a)

producten

b)

consument

c)

producent

d)

fabrikant

22.

Welke formule hoort er bij een procentuele verandering?

a)

(nieuw-oud)/oud x 100

b)

(nieuw/oud) x 100

c)

(oud-nieuw)/oud x 100

d)

(oud/nieuw) x 100

23.

Een verkeersboete is een voorbeeld van ..?...

a)

huishoudelijke uitgaven

b)

secundaire uitgaven

c)

incidentele uitgaven

d)

vaste lasten

24.

Meneer Nicolai en Michel gaan samen naar de wedstrijd FC Twente - Heracles Almelo. Dit is een ..?.. behoefte.

a)

primaire

b)

secundaire

25.

De boodschappen zijn:

a)

Incidentele uitgaven

b)

Huishoudelijke uitgaven

c)

Vaste lasten

26.

Bij welke staan alleen maar basis behoeften

a)

Huur, water, jas, scooter, brood

b)

Jas, medicijnen, woonhuis, brood

c)

Schooltas, water, huur, speaker voor telefoon

d)

Medicijnen, schooltas, water, pumps

27.

De advertentie van Coolblue is een voorbeeld van?

a)

Commerciële reclame

b)

Ideële reclame

c)

Sluikreclame

28.

wat hoort bij inkomen uit bezit?

a)

rente op je geld

b)

verhuuropbrengst van je huis

c)

loon

d)

pacht voor verhuur van grond

29.

welke behoort NIET bij overdrachtsinkomen

a)

zak- en kleedgeld

b)

winst

c)

inkomenstoeslagen

d)

kinderbijslag

e)

uitkering zoals WW

30.

De advertentie van Coolblue is een voorbeeld van?

a)

Commerciële reclame

b)

Ideële reclame

c)

Sluikreclame

31.

Als je kinderbijslag krijgt, welke vorm van inkomen krijg je dan?

a)

Inkomen uit arbeid

b)

Inkomen uit bezit

c)

Overdrachtsinkomen

d)

Inkomen in natura

32.

Hoe noem je reclame die bedoeld is om het gedrag van mensen te veranderen?

a)

Ideële reclame

b)

commerciële reclame

c)

informatieve reclame

d)

merkreclame

33.

Wat is commerciële beïnvloeding?

a)

reclame via familie

b)

mond op mond reclame

c)

dat je wordt beïnvloed door de bedrijven om hun product te kopen

d)

reclame om jouw gedrag te veranderen

34.

"Beste koop" betekent..

a)

Dat je de beste prijs-kwaliteitsverhouding hebt

b)

Dat je de beste prijs hebt

c)

Dat je de beste kwaliteitsverhouding hebt

35.

Welke van de 4 behoort niet tot de consumentenorganisatie?

a)

Consumentenbond

b)

Anwb

c)

Autoriteit Consument & Markt

d)

Vereniging eigen huis

36.

Om producten te vergelijken bekijk je....

a)

Het vergelijkend onderzoek

b)

Het onderzoek planbureau

c)

Het onderzoek van statistieken

d)

Een vergelijkend Warenonderzoek

37.

Om producten te vergelijken bekijk je....

a)

Het vergelijkend onderzoek

b)

Het onderzoek planbureau

c)

Het onderzoek van statistieken

d)

Een vergelijkend Warenonderzoek

38.

Als je nieuwe oortjes kapot gaan na 2 weken, waar heb jij dan recht op?

a)

Nieuwe oortjes

b)

Teruggave van het hele bedrag

c)

Een deel van het bedrag krijg je terug

d)

Je hebt nergens recht op

39.

Wie stelt eisen aan de veiligheid van producten?

a)

Wet koop op afstand

b)

Wet productaansprakelijkheid

c)

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

d)

De Warenwet

40.

Een nieuwe IPhone voor 300 euro behoort tot...

a)

Een slechte prijs-kwaliteitsverhouding

b)

Een normale prijs-kwaliteitsverhouding

c)

Een goede prijs-kwaliteitsverhouding

d)

Geen van allen

41.

Wat voor behoefte staat op de foto?

a)

Basisbehoefte

b)

Overige behoefte

c)

Geen behoefte

42.
Voor welke uitgaven reserveer je geld?
a)
dagelijkse uitgaven
b)
vaste lasten
c)
incidentele uitgaven
43.

Hoe bereken je de reservering per maand?

a)

benodigd bedrag ÷ aantal maanden

b)

benodigd bedrag x aantal maanden

c)

aantal maanden x weekloon

d)

aantal maanden ÷ benodigd bedrag

44.

Je hebt 3 soorten uitgaven, namelijk

a)

geld als rekenmiddel, spaarmiddel en ruilmiddel

b)

vaste lasten, dagelijkse uitgaven en incidentele uitgaven

c)

huishoudelijke uitgaven, vaste uitgaven en zware uitgaven

d)

geld als rekenmiddel, betaalmiddel en ruilmiddel

45.

Je hebt 3 soorten uitgaven, namelijk

a)

geld als rekenmiddel, spaarmiddel en ruilmiddel

b)

vaste lasten, dagelijkse uitgaven en incidentele uitgaven

c)

huishoudelijke uitgaven, vaste uitgaven en zware uitgaven

d)

geld als rekenmiddel, betaalmiddel en ruilmiddel

46.

Je gaat naar de bioscoop. Dit is een voorbeeld van

a)

vaste lasten

b)

dagelijkse uitgaven

c)

incidentele uitgaven

d)

betaalmiddel

47.
Als ik van een weeksalaris naar een maandsalaris wil rekenen moet ik eerst...
a)
van week naar jaar  en daarna naar maand gaan
b)
van week naar maand gaan
c)
van week naar kwartaal gaan en daarna naar jaar
d)
van maand naar week gaan en dan naar een week
48.
Het betalen van huur zijn...
a)
dagelijkse uitgaven
b)
vaste lasten
c)
incidentele uitgaven
49.
Hoeveel euro moet je per maand reserveren als je over één jaar 1200 euro nodig hebt voor een auto?
a)
1200 euro
b)
120 euro
c)
100 euro
d)
200 euro
50.
de formule om de reservering per maand te berekenen is:
a)
aankoopprijs - verkoopprijs
b)
aankoopprijs : verkoopprijs
c)
verkoopprijs : aantal maanden
d)
aankoopprijs : aantal maanden
51.

Welke stelling(en) is/zijn juist?

I vaste lasten zijn altijd basisbehoeften

II incidentele uitgaven zijn vaak grote uitgaven

a)

Alleen I is juist

b)

Alleen II is juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

52.

Je krijgt dagelijks €0,40 aan zakgeld. Op welke manier(en) kun je dit omrekenen naar jouw zakgeld per maand?

a)

€0,40 x 31

b)

€0,40 x 365 : 12

c)

€0,40 x 365 : 52

d)

€0,40 x 7 x 52 : 12

e)

€0,40 x 7 x 12 : 52

53.

Wat is geld reserveren?

a)

Berekenen hoeveel geld je nodig hebt.

b)

Opzoeken hoeveel iets kost.

c)

Geld opzijzetten om grote of onverwachte uitgaven te betalen.

54.

Waarom is het slim om te bugetteren?

a)

Zo weet je hoeveel geld je verdient.

b)

Je stemt je uitgaven af op de inkomsten, zo voorkom je geldproblemen.

c)

Je weet hoeveel je te besteden hebt.

d)

Je weet zo hoelang je voor bijvoorbeeld een scooter moet sparen.

55.

Wat betekent een begroting?

a)

je inkomsten en uitgaven opschrijven

b)

je inkomsten en uitgaven in evenwicht brengen

c)

je inkomsten en uitgaven die je verwacht in de komende periode

d)

alle inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar