wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Onderwerp en persoonsvorm - samengestelde zinnen

Total questions: 25

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het kenmerk van een enkelvoudige zin?

a)

De zin bevat een persoonsvorm

b)

De zin bevat twee persoonsvormen

c)

De zin bevat drie persoonsvormen

d)

De zin bevat meer dan drie persoonsvormen

2.

Wat is een kenmerk van een hoofdzin?

a)

In een hoofdzin staan de persoonsvorm en het onderwerp naast elkaar

b)

In een hoofdzin staan de persoonsvorm en onderwerp niet dicht bij elkaar

c)

in een hoofdzin staat de persoonsvorm helemaal achteraan in de zin

d)

In een hoofdzin staat helemaal geen persoonsvorm

3.

Wat is een kenmerk van een bijzin?

a)

Er staat geen persoonsvorm in de bijzin.

b)

Tussen de persoonsvorm en het onderwerp kun je iets in zetten

4.

Persoonsvorm:

Wie van jullie is komen lopen?

a)

lopen

b)

is

c)

wie van jullie

d)

komen

5.
Eet de papegaai enkel nootjes of ook iets anders?
Het onderwerp in deze zin is:
a)
de papegaai
b)
enkel nootjes
c)
iets anders
6.
Elke morgen start opa aan zijn ochtendwandeling van 8 km.
Deze zin staat in...
a)
het meervoud
b)
het enkelvoud
7.
Een agent heeft aan het drukke kruispunt het verkeer goed in de war gestuurd.
De persoonsvorm is:
a)
heeft
b)
drukke
c)
gestuurd
8.
Iedere zondag komt de hele familie samen bij oma en opa om gezellig bij te babbelen.
Het onderwerp is:
a)
iedere zondag
b)
de hele familie
c)
oma en opa
9.
Elke dag wandelde Lutje met haar hond Foksie naar het park om hem daar te laten ravotten met andere honden.
Het onderwerp in deze zin is...
a)
haar hond Foksie
b)
Foksie
c)
Lutje
d)
andere honden
10.
Anneke vertelde Marieke het geheim van haar broer.
Het onderwerp in deze zin is:
a)
Anneke
b)
Marieke
11.

Selecteer alle persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "Ik begreep de uitleg van de leerkracht niet, omdat iedereen aan het praten was."

a)

begreep

b)

praten

c)

was

12.

Selecteer de juiste persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "Ik ben nog aan het werken omdat de wifi uitgevallen was."

a)

ben

b)

werken

c)

uitgevallen

d)

was

13.

Een zinsdeel kan je voor de PV zetten zonder dat de betekenis van je zin verandert.

a)

juist

b)

fout

14.

Een zinsdeel kan uit een of meer woorden bestaan.

a)

juist

b)

fout

15.

Een enkelvoudige zin heeft één onderwerp en kan meerdere persoonsvormen hebben.

a)

juist

b)

fout

16.

Selecteer de persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "Ik ga naar de markt omdat ik appels wil kopen.

a)

ga

b)

wil

c)

kopen

17.

Selecteer de persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "Morgen ga(1) ik werken en daarna ga(2) ik naar de winkel.

a)

ga (1)

b)

werken

c)

ga (2)

18.

Selecteer de persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "De jongen liep de trap op, ging zijn kamer in en pakte een boek."

a)

liep

b)

ging

c)

pakte

19.

Noteer het onderwerp: Mensen die hier rekening mee houden verafschuwen die dag.

(a)  

20.

Noteer het onderwerp: Heel wat leerlingen van onze school komen met de fiets.

(a)  

21.

Noteer het onderwerp: Als het regent, durven ze wel eens een beroep doen op de bus.

(a)  

22.

Noteer het onderwerp: De eerste verlofdag van het schooljaar is alweer een feit.

(a)  

23.

Noteer het onderwerp: Eenvoudig is dat examen niet!

(a)  

24.

Noteer het onderwerp: Hij moest het examen dwarsfluit afleggen.

(a)  

25.

Noteer het onderwerp: Vorige week dinsdag was Achmed erg zenuwachtig.

(a)