Font size
WorksheetsOnderwerp en persoonsvorm - samengestelde zinnen
Total questions: 25
Worksheet time: 18mins
Wat is het kenmerk van een enkelvoudige zin?
De zin bevat een persoonsvorm
De zin bevat twee persoonsvormen
De zin bevat drie persoonsvormen
De zin bevat meer dan drie persoonsvormen
Wat is een kenmerk van een hoofdzin?
In een hoofdzin staan de persoonsvorm en het onderwerp naast elkaar
In een hoofdzin staan de persoonsvorm en onderwerp niet dicht bij elkaar
in een hoofdzin staat de persoonsvorm helemaal achteraan in de zin
In een hoofdzin staat helemaal geen persoonsvorm
Wat is een kenmerk van een bijzin?
Er staat geen persoonsvorm in de bijzin.
Tussen de persoonsvorm en het onderwerp kun je iets in zetten
Persoonsvorm:
Wie van jullie is komen lopen?
lopen
is
wie van jullie
komen
Het onderwerp in deze zin is:
Deze zin staat in...
De persoonsvorm is:
Het onderwerp is:
Het onderwerp in deze zin is...
Het onderwerp in deze zin is:
Selecteer alle persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "Ik begreep de uitleg van de leerkracht niet, omdat iedereen aan het praten was."
begreep
praten
was
Selecteer de juiste persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "Ik ben nog aan het werken omdat de wifi uitgevallen was."
ben
werken
uitgevallen
was
Een zinsdeel kan je voor de PV zetten zonder dat de betekenis van je zin verandert.
juist
fout
Een zinsdeel kan uit een of meer woorden bestaan.
juist
fout
Een enkelvoudige zin heeft één onderwerp en kan meerdere persoonsvormen hebben.
juist
fout
Selecteer de persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "Ik ga naar de markt omdat ik appels wil kopen.
ga
wil
kopen
Selecteer de persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "Morgen ga(1) ik werken en daarna ga(2) ik naar de winkel.
ga (1)
werken
ga (2)
Selecteer de persoonsvormen van de hoofdzin(nen): "De jongen liep de trap op, ging zijn kamer in en pakte een boek."
liep
ging
pakte
Noteer het onderwerp: Mensen die hier rekening mee houden verafschuwen die dag.
(a)
Noteer het onderwerp: Heel wat leerlingen van onze school komen met de fiets.
(a)
Noteer het onderwerp: Als het regent, durven ze wel eens een beroep doen op de bus.
(a)
Noteer het onderwerp: De eerste verlofdag van het schooljaar is alweer een feit.
(a)
Noteer het onderwerp: Eenvoudig is dat examen niet!
(a)
Noteer het onderwerp: Hij moest het examen dwarsfluit afleggen.
(a)
Noteer het onderwerp: Vorige week dinsdag was Achmed erg zenuwachtig.
(a)
