wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4m ma Politiek 3.1 t/m 3.3

Total questions: 25

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Wat past er NIET bij politici en politiek?

a)

het maken van keuzes en het nemen van besluiten

b)

ambtenaren zijn voorbeelden van politici

c)

besturen van rijk, provincie, gemeente

d)

politici worden ook wel bestuurders genoemd

2.

Wat is de juiste definitie van ambtenaren?

a)

personen die werken voor de regering

b)

personen die werken voor de overheid

c)

politici die werken voor de regering

d)

politici die werken voor de overheid

3.

Welk woord hoort op de puntjes te staan? "De overheid wordt gevormd door (a)   en ambtenaren samen"

4.

Welke zaken zijn van algemeen belang?

a)

het maken van radioprogramma's

b)

bouw van huizen

c)

het bezorgen van tijdschriften

d)

goed openbaar vervoer

5.

Wat past er niet bij het fenomeen belastingen?

a)

met belastingen worden zaken van privébelang gefinancierd

b)

het wordt betaald aan de overheid

c)

met belastingen worden overheidstaken uitgevoerd

d)

als de overheid geld tekort heeft kan het de belastingen verhogen

6.

welke regeringsvorm past bij de volgende omschrijving: "het volk heeft invloed op politieke besluiten."

(a)  

7.

Lees de volgende 2 beweringen:

I. Nederland is een directe democratie

II. Een referendum is een voorbeeld van een indirecte democratie

a)

I is juist, II is onjuist

b)

I is onjuist, II is juist

c)

beiden zijn juist

d)

beiden zijn onjuist

8.

Welk antwoord is niet juist?

a)

De Britten besloten via een referendum tot uittreding uit de EU

b)

Zwitserland kent al vele jaren een referendum

c)

Een referendum is een parlementaire stemming over een belangrijk thema

d)

In Nederland bestond tot voor kort de mogelijkheid tot een referendum

9.

In Nederland laten we besluiten nemen via volksvertegenwoordigers. Waarom eigenlijk?

a)

Veel politieke kwesties zijn te ingewikkeld

b)

Omdat het volk niet teveel macht zou mogen krijgen

c)

Omdat Nederlanders te eigenwijs bevonden werden

d)

Niet iedereen heeft de tijd en kennis om over politiek mee te denken

10.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving: het recht om te mogen stemmen.

(a)  

11.

Passief kiesrecht betekent het recht om je (a)  

12.

Wat is geen kenmerk van Nederlandse verkiezingen?

a)

je stemt officieel niet op een persoon, maar op een partij

b)

ze zijn vrij

c)

ze zijn geheim

d)

niemand kan jou dwingen om ergens op te stemmen

13.

Wat is de naam van de belangrijkste persoon van een politieke partij in verkiezingstijd?

(a)  

14.

Wat is geen kenmerk van links?

a)

gelijkheid

b)

actieve overheid

c)

opkomen voor kwetsbare mensen

d)

eigen verantwoordelijkheid mensen benadrukt

15.

Bescherming van het milieu past meer bij:

a)

links

b)

rechts

16.

Wat is geen kenmerk van rechts?

a)

hogere belastingen

b)

passieve overheid

c)

vrijheid

d)

eigen verantwoordelijkheid

17.

Welke partijen worden vaak beschouwd als middenpartijen?

a)

SP

b)

PVV

c)

CDA

d)

D66

18.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving: "Afspraken waarbij alle partijen een beetje toegeven."

(a)  

19.

Er zijn 3 grote politieke stromingen in Nederland: sociaal-democratie, christen-democratie en (a)   .

20.

Wat is in 1 woord het kernbegrip van het liberalisme?

(a)  

21.

Wat past niet bij het liberalisme?

a)

Economische vrijheid

b)

Persoonlijke vrijheid

c)

Naastenliefde

d)

Inkomensverschillen geen principieel probleem

22.

Wat is in 1 woord het kernbegrip van de sociaal-democraten?

(a)  

23.

Wat past niet bij de sociaal-democratie?

a)

solidariteit

b)

aanvullende rol overheid

c)

gelijkwaardigheid

d)

eerlijke verdeling geld, kennis en macht

24.

Wat is geen christen-democratische partij?

a)

CDA

b)

Christen-Unie

c)

SGP

d)

DENK

25.

Wat past niet bij de christen-democratie?

a)

weinig bemoeienis met bedrijven

b)

naastenliefde

c)

burgers moeten elkaar helpen

d)

christelijk geloof als uitgangspunt