NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheets3 havo Nederlands woordenschat H1 NN 6e
Total questions: 48
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
naburig, ernaast gelegen
a)
aangrenzend
b)
ondergrens
c)
confronteert
d)
publieke
2.
laten steunen
a)
baseren
b)
onomstreden zijn
c)
onder de maat
d)
riskant
3.
beperken
a)
begrenzen
b)
passage
c)
met lede ogen
d)
scannen
4.
bedoeld
a)
beoogd
b)
populaties
c)
neemt … de proef op de som
d)
sceptisch
5.
recht van bestaan
a)
bestaansrecht
b)
publieke
c)
toko’s
d)
streven naar
6.
bijdragen aan; vergroten
a)
bevorderen
b)
aangrenzend
c)
liegen er niet om
d)
taalgrens
7.
te maken hebbend met unieke lichaamskenmerken van personen
a)
biometrisch
b)
baseren
c)
kiemgetallen
d)
verschaffen
8.
versperringen, hindernissen
a)
blokkades
b)
begrenzen
c)
schrikbarend
d)
confronteert
9.
denkbeeldige lijn op een berg tot waar bomen voorkomen
a)
boomgrens
b)
beoogd
c)
gewapend met
d)
onder de maat
10.
het wegvloeien van gegevens
a)
datalekken
b)
bestaansrecht
c)
falende
d)
met lede ogen
11.
natuurbrug; wildviaduct; ecopassage; dierenviaduct; wildwissel
a)
ecoduct
b)
bevorderen
c)
geldende
d)
neemt … de proef op de som
12.
natuurlijk
a)
ecologisch
b)
biometrisch
c)
waarneming
d)
toko’s
13.
doeltreffend; nuttig
a)
effectief
b)
blokkades
c)
aangrenzend
d)
liegen er niet om
14.
met betrekking tot goed en kwaad
a)
ethisch
b)
boomgrens
c)
baseren
d)
kiemgetallen
15.
deskundige
a)
expert
b)
datalekken
c)
begrenzen
d)
schrikbarend
16.
toekomstig
a)
futuristisch
b)
ecoduct
c)
beoogd
d)
gewapend met
17.
denkbeeldige lijn tussen twee dorpen of steden
a)
gemeentegrens
b)
ecologisch
c)
bestaansrecht
d)
falende
18.
douanebeambte
a)
grensbewaker
b)
effectief
c)
bevorderen
d)
aangrenzend
19.
lijn die de scheiding tussen twee gebieden aangeeft
a)
grenslijn
b)
ethisch
c)
biometrisch
d)
baseren
20.
bemande grensovergang
a)
grenspost
b)
expert
c)
blokkades
d)
begrenzen
21.
assistent van een scheidsrechter die zich aan de zijlijn bevindt
a)
grensrechter
b)
futuristisch
c)
boomgrens
d)
beoogd
22.
eindeloos groot
a)
grenzeloos
b)
gemeentegrens
c)
datalekken
d)
bestaansrecht
23.
verplichting zich te kunnen identificeren; verplichting te bewijzen wie je zegt te zijn
a)
identificatieplicht
b)
grensbewaker
c)
ecoduct
d)
bevorderen
24.
voortplanting van onderling nauw verwante dieren
a)
inteelt
b)
grenslijn
c)
ecologisch
d)
biometrisch
25.
vaak; veelvuldig
a)
intensief
b)
grenspost
c)
effectief
d)
blokkades
26.
niet in verbinding staan met
a)
isoleren
b)
grensrechter
c)
ethisch
d)
boomgrens
27.
kritische opmerkingen
a)
kanttekeningen
b)
grenzeloos
c)
expert
d)
datalekken
28.
slecht beschermd
a)
kwetsbaar
b)
identificatieplicht
c)
futuristisch
d)
ecoduct
29.
verkeerd gebruik
a)
misbruik
b)
inteelt
c)
gemeentegrens
d)
ecologisch
30.
van alle kanten beperken
a)
omgrenzen
b)
intensief
c)
grensbewaker
d)
effectief
31.
minimum
a)
ondergrens
b)
isoleren
c)
grenslijn
d)
ethisch
32.
niet ter discussie staan
a)
onomstreden zijn
b)
kanttekeningen
c)
grenspost
d)
expert
33.
overtocht
a)
passage
b)
kwetsbaar
c)
grensrechter
d)
futuristisch
34.
volken; gemeenschappen
a)
populaties
b)
misbruik
c)
grenzeloos
d)
gemeentegrens
35.
openbare, voor iedereen toegankelijke
a)
publieke
b)
omgrenzen
c)
identificatieplicht
d)
grensbewaker
36.
onveilig
a)
riskant
b)
ondergrens
c)
inteelt
d)
grenslijn
37.
aftasten; meten
a)
scannen
b)
onomstreden zijn
c)
intensief
d)
grenspost
38.
kritisch twijfelend
a)
sceptisch
b)
passage
c)
isoleren
d)
grensrechter
39.
zich inspannen
a)
streven naar
b)
populaties
c)
kanttekeningen
d)
grenzeloos
40.
scheidingslijn tussen twee taalgebieden
a)
taalgrens
b)
publieke
c)
sceptisch
d)
identificatieplicht
41.
bezorgen; geven
a)
verschaffen
b)
riskant
c)
streven naar
d)
inteelt
42.
middelen; faciliteiten
a)
voorzieningen
b)
scannen
c)
taalgrens
d)
intensief
43.
bijna zeker
a)
aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid
b)
sceptisch
c)
verschaffen
d)
een grensgeval zijn
44.
iets tussen acceptabel en niet-acceptabel in zijn
a)
een grensgeval zijn
b)
streven naar
c)
voorzieningen
d)
onbegrensde mogelijkheden
45.
onbeperkte, ruime vooruitzichten
a)
onbegrensde mogelijkheden
b)
taalgrens
c)
aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid
d)
over de grens kijken
46.
ervaringen opdoen in het buitenland
a)
over de grens kijken
b)
verschaffen
c)
een grensgeval zijn
d)
zijn eigen grenzen niet kennen
47.
niet beseffen wanneer hij te ver gaat
a)
zijn eigen grenzen niet kennen
b)
voorzieningen
c)
onbegrensde mogelijkheden
d)
zijn grenzen verleggen
48.
nieuwe normen stellen; zijn veilige omgeving verlaten
a)
zijn grenzen verleggen
b)
aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid
c)
over de grens kijken
d)
ondergrens
Reset
