wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhalingsles over planten en dieren

Total questions: 37

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Bij welke levenskemerken reageer je op de omgeving?

a)

Waarnemen

b)

Voortplanten

c)

Voeden

d)

Bewegen

2.

Hoe noem je het groter en zwaarder worden van een organisme?

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Ontwikkeling

c)

Metamorfose

d)

Groei

3.

Hoe noem je veranderingen in de bouw van een organisme?

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Ontwikkeling

c)

Metamorfose

d)

Groei

4.

Hoe noem je een verandering in leefwijze en lichaamsbouw

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Ontwikkeling

c)

Metamorfose

d)

Groei

5.

Welk onderdeel van de bruine boon is voor het opnemen van water?

a)

Zaadlobben

b)

Zaadhuid

c)

Navel

d)

Poortje

6.

Welk onderdeel van de bruine boon bevat reservestoffen voor het kiemplantje?

a)

Worteltje

b)

Zaadlobben

c)

Navel

d)

Zaadhuid

7.

Hoe noem je de ontwikkeling van een zaad tot een plant en daarna tot een vrucht (met zaden)?

a)

Levensfasen

b)

Celcyclus

c)

Levenscyclus

d)

Metamorfose

8.

Wat komt er uit een eitje bij een dier dat metamorfose ondergaat?

a)

Volwassene

b)

Imago

c)

Larve

d)

Kuiken

9.

Hoe noem je een volwassen insect na de metamorfose?

a)

Volwassene

b)

Imago

c)

Larve

d)

Vlinder

10.

Met welke organen kan het kikkervisje ademhalen?

a)

Luchtzakjes

b)

Kieuwen

c)

Longen

d)

Huid

11.

Met welke organen kan de volwassen kikker ademhalen?

a)

Luchtzakjes

b)

Kieuwen

c)

Longen

d)

Huid

12.

Bij de mens, hoe noem je een verandering in de bouw van je lichaam?

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Geestelijke ontwikkeling

c)

Motorische ontwikkeling

d)

Puberteit

13.

Bij de mens, hoe noem je het aanleren van bepaalde bewegingen

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Geestelijke ontwikkeling

c)

Motorische ontwikkeling

d)

Puberteit

14.

Bij de mens, hoe noem je een verandering in verstand, gevoelsleven en persoonlijkheid?

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Geestelijke ontwikkeling

c)

Motorische ontwikkeling

d)

Puberteit

15.

Hoe noem je een mens tussen de 4 en 6 jaar oud

a)

Baby

b)

Peuter

c)

Schoolkind

d)

Kleuter

16.

Hoe noem je een mens tussen de 16 en 21 jaar oud?

a)

Puber

b)

Adolescent

c)

Volwassene

d)

Bejaarde

17.

Bij welke levensfasen van de mens vindt een groeispurt plaats?

a)

Adolescent

b)

Baby

c)

Schoolkind

d)

Puber

18.

Hoe noem je het proces waarbij een plant glucose maakt met behulp van licht?

a)

Koolstofdioxide

b)

Fotosynthese

c)

Metamorfose

d)

Ontwikkeling

19.

Welke dingen zijn nodig voor fotosynthese?

a)

Zuurstof

b)

Koolstofdioxide

c)

Glucose

d)

Energie van licht

e)

Water

20.

Welke dingen ontstaan bij fotosynthese?

a)

Zuurstof

b)

Koolstofdioxide

c)

Glucose

d)

Energie van licht

e)

Water

21.

Hoe noem je stoffen waarvan producten worden gemaakt?

a)

Hernieuwbare brandstoffen

b)

Grondstoffen

c)

Brandstoffen

d)

Harde stoffen

22.

Welke snavel is geschikt om zaden mee te eten?

a)

Pincetsnavel

b)

Kegelsnavel

c)

Zeefsnavel

d)

Haaksnavel

e)

Priemsnavel

23.

Welke snavel is geschikt om insecten in spleten te vangen?

a)

Pincetsnavel

b)

Kegelsnavel

c)

Zeefsnavel

d)

Haaksnavel

e)

Priemsnavel

24.

Welke snavel is geschikt om prooidieren te verscheuren?

a)

Pincetsnavel

b)

Kegelsnavel

c)

Zeefsnavel

d)

Haaksnavel

e)

Priemsnavel

25.

Welke snavel is geschikt om in een natte bodem te prikken naar bodemdiertjes?

a)

Pincetsnavel

b)

Kegelsnavel

c)

Zeefsnavel

d)

Haaksnavel

e)

Priemsnavel

26.

Welke snavel is geschikt om plankton uit het water te filteren?

a)

Pincetsnavel

b)

Kegelsnavel

c)

Zeefsnavel

d)

Haaksnavel

e)

Priemsnavel

27.

Welke manieren van lopen zijn het beste op een harde ondergrond?

a)

Zoolgangers

b)

Teengangers

c)

Topgangers

d)

Hielgangers

28.

Hoe noem je een dier dat na de geboorte hulpeloos is?

a)

Nestvlieder

b)

Larve

c)

Nestblijver

d)

Imago

29.

Hoe noem je een dier dat na de geboorte al snel het nest verlaat?

a)

Nestvlieder

b)

Larve

c)

Nestblijver

d)

Imago

30.

Bij welk levenskenmerk geef je stoffen af aan de omgeving?

a)

Ademhalen

b)

Bewegen

c)

Uitscheiden

d)

Waarnemen

31.

Wat kun je zeggen over een plant in een droge omgeving?

a)

De plant heeft veel of grote wortels

b)

De plant heeft weinig of kleine wortels

c)

De plant heeft helemaal geen wortels nodig

32.

Wat betekent het woord Biologie

a)

Bestuderen van dieren

b)

Bestuderen van het leven

c)

Bestuderen van planten

d)

Bestuderen van energie

33.

Hoe noem je stoffen die nodig zijn voor de groei en ontwikkeling van je lichaam?

a)

Voedingsstoffen

b)

Vitamines

c)

Mineralen

d)

Water

34.

Bij welke tekening laat je de details weg en teken je alleen de belangrijkste kenmerken?

a)

Natuurgetrouwe tekening

b)

Schematische tekening

35.

Water is ...

a)

Dood

b)

Levenloos

c)

Levend

36.

Hebben planten in het water ook licht nodig voor fotosynthese?

a)

Ja

b)

Nee

37.

Planten maken glucose. Wat is glucose?

a)

Een suiker. Hierdoor kan een plant groeien.

b)

Een stof in de lucht die de plant inademt

c)

Een vitamine. Hierdoor kan een plant overleven.