wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quizizz vragen TSE van 5bio3

Total questions: 19

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

(H1) Bij de marsupilami's bouwen een mannetje en een vrouwtje samen een nest waarin drie eieren worden gelegd die na 20 dagen, vlak na elkaar, uitkomen. De eerder uitgekomen jongen helpen het laatste jong bij het uit het ei komen. Waardoor wordt dit helpen van de jongen hoofdzakelijk bepaald?

a)

door erfelijke factoren

b)

 door inprenting

c)

 door trial and error

2.
a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

3.

Cellen zijn omgeven door een celmembraan van fosfolipiden. Waaruit bestaan deze cellen?

4 lines
4.

Wat gebeurt er in een hypotonisch milieu?

4 lines
5.

Als een rozenbottel rijp wordt, verandert de kleur van groen naar rood.  Welke verandering in de plastiden is hiervan de oorzaak

a)

Chloroplasten zijn overgegaan in chromoplasten.

b)

Chloroplasten zijn overgegaan in leukoplasten

c)

Chromoplasten zijn overgegaan in chloroplasten

d)

Leukoplasten zijn overgegaan in chloroplasten.

6.

Wat is een inwendige prikkel voor een pinguin dans?

4 lines
7.

Welke fase van een celcyclus wordt ook wel rustfase genoemd?

(a)  

8.

In welke organen zijn de meeste lysosomen aanwezig?

4 lines
9.

Uit welke fases bestaat een voortplantingscel cyclus?

4 lines
10.

Hebben plantaardige cellen een celwand? En als ze dat niet hebben, leg uit wat ze dan wel hebben.

4 lines
11.

In het lichaam van een volwassen vrouw kunnen de volgende ontwikkelingsstadia van een embryo voorkomen: blastula, tweecellig stadium, viercellig stadium en zygote.

Welk van deze ontwikkelingsstadia wordt of welke worden vrijwel nooit in de baarmoeder aangetroffen? 

a)

Alleen een blastula

b)

Alleen een zygote

c)

Alleen een tweecellig stadium en een viercellig stadium

d)

Een tweecellig stadium, een viercellig stadium en een zygote

12.

In het voorjaar komen grote groepen mannetjes van de groene kikker (Rana esculenta L.) bij elkaar die twee keer per dag, 's morgens en 's avonds, oorverdovend kwaken. Dit zijn de "kikkerkoren".Tot welk soort gedrag behoort het kwaken van kikkers in kikkerkoren? 

a)

Alleen baltsgedrag

b)

Alleen territoriumgedrag

c)

Alle twee

d)

Voedselgedrag

13.

George en James overhoren elkaar voor de aankomende toets. Het hoofdstuk gaat over cellen. Plantelijke en dierlijke cellen zijn eukaryoot, dus ze hebben een celkern. Bacteriën hebben geen celkern, dus zijn ze prokaryoot. Ze zijn ook heterotroof. Als ze bij het onderdeel over schimmels komen, willen ze weten of schimmelcellen... 

I ...prokaryoot en heterotroof zijn

II...prokaryoot en autotroof zijn

III...eukaryoot en heterotroof zijn

IV...eukaryoot en autotroof zijn

Wat is het juiste antwoord? 

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

14.

Wat is het verschil tussen de celwand van een plantaardige cel en de celwand van een schimmel cel?

.

a)

Het celwand van plantaardige cel is van cellulose (en soms lignine), terwijl die van een schimmel cel bestaat uit chitine

b)

Het celwand van een plantaardige cel is bedoeld om te zorgen voor stevigheid. Terwijl een schimmel cel niet voor stevigheid is, maar zodat vast kan zitten aan andere cellen

c)

Er is geen verschil. Ze bestaan uit de zelfde stof en hebben hetzelfde functie.

d)

Schimmels hebben geen celwand

15.

In de afbeelding zijn vier cellen (1, 2, 3 en 4) weergegeven waarin verschillende delingsstadia zichtbaar zijn. De cellen zijn afkomstig van hetzelfde organisme dat vier chromosomen per diploïde cel heeft.

Over deze delingsstadia worden de volgende beweringen gedaan.

1 Deze delingsstadia kunnen alle in hetzelfde orgaan van dit organisme voorkomen.

2 Deze delingsstadia zijn allemaal stadia van de mitose.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

a)

Geen

b)

1

c)

2

d)

Beide

16.
a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

17.

Welke hormonen beïnvloeden vooral de werking van de eierstokken? 

a)

Alvleesklier

b)

Hypofyse

c)

Schildklier

d)

Bijnier

18.

Hoe heet het vrijkomen van een rijpe eicel uit een eierstok?

(a)  

19.

(H2) Een rode bloedcel van een kikker bevindt zich in een bepaalde oplossing en ziet en dan uit zoals figuur 1. Na toevoeging van een stof aan deze oplossing treedt een duidelijke vormverandering op (zie figuur 2). Welke stof zal dit geweest zijn?

 glucose

 zuurstof

 water

 keukenzout

a)

Glucose

b)

Zuurstof

c)

Water

d)

Keukenzout