wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Weekquiz 2

Total questions: 21

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel is het ongeveer?

7x68,8 KG

a)

€540

b)

€400

c)

€420

d)

€490

2.

Mees krijgt 1/3 van 1/5 reep chodolade. Hoeveel chocolade krijgt hij?

a)

1/8 reep

b)

2/15 reep

c)

1/15 reep

d)

2/8 reep

3.

Maarten en Malle Pietje (a)   vorige week het hekje groen. (verven)

4.

In 1 doos zitten 197 potloden. Hoveel potloden zitten er ongeveer in 12 dozen?

a)

212 potloden

b)

2400 potloden

c)

1200 potloden

d)

240 potloden

5.

Waar is het woord goed gespeld?

a)

Tipies

b)

Typisch

c)

Tipysch

d)

Typies

6.

5/6 x 360 =

a)

300

b)

240

c)

60

d)

120

7.

Een jonge hond noem je ook wel een (a)  

8.

7989 − 1948 + 3005 ≈

a)

9000

b)

8000

c)

8500

d)

8700

9.

Nika krijgt een puppy. Ze koopt een hondenmand van €19.95 en twee zakken hondenvoer voor €10,45. Ze betaald met €50,- Hoeveel krijgt ze ongeveer terug?

a)

€15

b)

€40

c)

€10

d)

€5

10.

Lizanne fietst elke dag 3​ 1/2​ kilometer naar school. Hoeveel kilometer fietst ze in 5 dagen?

a)

17,5km

b)

18 km

c)

19,5 km

d)

21 km

11.

Op welke datum hebben we surprise op school?

a)

5 december

b)

4 december

c)

2 december

d)

1 december

12.

Waar is het woord goed gespeld?

a)

Yogurt

b)

Jogurt

c)

Yoghurt

d)

Joghurt

13.

Waar is het woord goed gespeld?

a)

Gymnastiek

b)

Gymastiek

c)

Gimnastiek

d)

Gimastiek

14.

Hoe noem je een strafschop bij voetbal ook wel?

(a)  

15.

Wat was géén gevaar of angst in de vroege middeleeuwen?

a)

Ziektes & kindersterfte

b)

Berovingen & oorlog

c)

Mislukken van de oogst & natuurrampen

d)

cybercriminaliteit

16.

Hoe noem je de bestuurders van een land, provincie of gemeente?

a)

De overheid

b)

De regering

c)

De raad

d)

De baas

17.

Vroeger (a)   Sieme geen olijven. (Lusten)

18.

Maya moest tijdens de les naar de wc. Dit mag eigenlijk niet, maar voor deze keer mocht ze van de juf toch gaan.

Welke uitdrukking past hierbij?

a)

Om je vingers winden.

b)

Alarm slaan.

c)

Een oogje dichtknijpen.

d)

Een vinger in de pap hebben.

19.

Hoe noem je het tijdvak van de vroege middeleeuwen ook wel?

(jaartal 500 - 1000)

a)

Tijd van grieken en romeinen

b)

Tijd van monniken en ridders

c)

Tijd van steden en staten

d)

Prehistorie

20.

Welke zin staan in de gebiedende wijs?

a)

Jullie mogen je tas pakken.

b)

Iedereen mag zijn tas pakken.

c)

Zouden jullie je tas willen pakken?

d)

Pak allemaal je tas.

21.

Hoe ziet het hofstelsel eruit?

a)

1. Leenheer

2. Geestelijken

3. Horigen/Boeren

b)

1. Horigen/Boeren

2. Geestelijken

3. Leenheer

c)

1. Geestelijken

2. Leenheer

3. Horigen/Boeren

d)

1. Leenheer

2. Horigen/Boeren

3. Geestelijken