wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen met begrippen

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Kust waarbij de afzetting van materiaal overheerst

a)

klifkust

b)

afbraakkust

c)

aanslibbingskust

d)

erosiekust

2.

Natuurlijke bocht in een rivier

a)

slenk

b)

horst

c)

reliëf

d)

meander

3.

Gebergte dat 'pas' enkele tientallen miljoenen jaar oud is

a)

oud gebergte

b)

heuvelland

c)

jong gebergte

d)

laagland

4.

sediment dat onder het ijs ligt en dat achterblijft als de gletsjer smelt

a)

grondmorene

b)

eindmorene

c)

zijmorene

d)

middenmorene

5.

Een langs een breukvlak liggend deel van het aardoppervlak dat niet of nauwelijks naar beneden is gezakt en dus redelijk hoog ligt in het landschap

a)

slenk

b)

horst

c)

firnbekken

d)

V-dal

6.

Hoogteverschillen in het landschap

a)

breuk

b)

schol

c)

lengteprofiel

d)

reliëf

7.

Afzetting van materiaal dat is aangevoerd door ijs, water of wind

a)

erosie

b)

verwering

c)

sedimentatie

d)

debiet

8.

koude periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalt en waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen

a)

interglaciaal

b)

glaciaal

c)

firn

d)

gletsjertijd

9.

de hoeveelheid water die op een bepaald punt door de rivier stroomt in m3 per seconde

a)

regiem

b)

branding

c)

stroomstelsel

d)

debiet

10.

Rivier met alle zijrivieren en vertakkingen die deel uitmaken van hetzelfde stroomgebied

a)

stroomgebied

b)

rivieren

c)

stroomstelsel

d)

meander

11.

het uiteenvallen van het gesteente waarbij de samenstelling van het gesteente niet verandert

a)

chemische verwering

b)

mechanische verwering

c)

erosie

d)

sedimentatie

12.

Gebied met berger die hoger zijn dan 1500m

a)

middelgebergte

b)

heuvelland

c)

hooggebergte

d)

laagland

13.

korrelige, overjarige ijsachtige sneeuw

a)

ijs

b)

sneeuw

c)

firnbekken

d)

firn

14.

gebied vlak voor de monding, waar de rivier zich vertakt in veel rivierlopen

a)

delta

b)

benedenloop

c)

middenloop

d)

bovenloop

15.

Hoogteverschil tussen twee plaatsen aan een rivier

a)

Verhang

b)

Verval

c)

Waterscheiding

d)

Regiem

16.

Schommelingen in de waterafvoer van een rivier in de loop van een jaar

a)

Regiem

b)

Debiet

c)

Verval

d)

Verhang

17.

Meer dat is gevormd door de afsnijding van een meander

a)

firnbekken

b)

delta

c)

gletsjermeer

d)

hoefijzermeer

18.

kracht die de aardkorst van buitenaf verandert

a)

exogene kracht

b)

endogene kracht

19.

water dat in vaste of vloeibare vorm uit de dampkring op aarde neerkomt

a)

rivier

b)

golf

c)

firn

d)

neerslag

20.

kust waarbij het wegslaan van materiaal overheerst

a)

opbouwkust

b)

aanslibbingskust

c)

afbraakkust

d)

deltakust