wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalverzorging spelling - laatste letter -d/-t en ik-vorm

Total questions: 39

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

In de winter is het soms spekgla... op de weg.

a)

t

b)

d

c)

dt

2.

Op de kaar... staat aangegeven waar de schat ligt.

a)

t

b)

d

c)

dt

3.

Ik vind dat je die presentatie uitsteken... hebt gedaan.

a)

t

b)

d

c)

dt

4.

Een luipaar... is een groot carnivoor.

a)

t

b)

d

c)

dt

5.

Je kunt een brandwon... krijgen als je met vuurwerk stunt.

a)

t

b)

d

c)

dt

6.

Heb je gevraag... of je wat later thuis mag komen?

a)

t

b)

d

c)

dt

7.

Wanneer heb je voor het laatst gehuil... ?

a)

t

b)

d

c)

dt

8.

De vluchtelingen komen in opstan... tegen de slechte leefomstandigheden.

a)

t

b)

d

c)

dt

9.

Red jij het om de hele avon... geen televisie te kijken?

a)

t

b)

d

c)

dt

10.

Bram heeft het winnende kraslo... gekocht.

a)

t

b)

d

c)

dt

11.

Haar nieuwe baan bie... veel mogelijkheden.

a)

t

b)

d

c)

dt

12.

Kun jij gepas... betalen?

a)

t

b)

d

c)

dt

13.

Hij vist een drijven... stuk hout uit het water.

a)

t

b)

d

c)

dt

14.

In Londen staat een prachtig reuzenra... .

a)

t

b)

d

c)

dt

15.

Ik zie het verdrie... in zijn ogen.

a)

t

b)

d

c)

dt

16.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Betalen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

17.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Bewijzen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

18.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Bijten

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

19.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Blijven

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

20.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Luisteren

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

21.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Niezen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

22.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Plukken

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

23.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


Proeven

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

24.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


rennen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

25.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


schrijven

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

26.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


stoppen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

27.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


sturen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

28.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


verhuizen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

29.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


vervelen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

30.

Wat moet je doen bij het volgende werkwoord om de ik-vorm te krijgen?


wandelen

a)

-en eraf

b)

-en eraf en v wordt f

c)

-en eraf en z wordt s

d)

-en eraf en medeklinker eraf

e)

-en eraf en klinker erbij

31.

Wat is de ik-vorm van lopen?

(a)  

32.

Wat is de ik-vorm van wonen?

(a)  

33.

Wat is de ik-vorm van praten?

(a)  

34.

Wat is de ik-vorm van lezen?

(a)  

35.

Wat is de ik-vorm van kiezen?

(a)  

36.

Wat is de ik-vorm van fietsen?

(a)  

37.

Wat is de ik-vorm van raken?

(a)  

38.

Wat is de ik-vorm van lachen?

(a)  

39.

Wat is de ik-vorm van vragen?

(a)