wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Nederlands 2A (Kerstmis)

Total questions: 39

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste spelling?

'Vorige zomer ... (braden) wij vaak vlees op de barbecue.'

a)

braaden

b)

braadde

c)

braadden

d)

bradden

2.

Wat is de juiste spelling?

'Het is belangrijk dat je je spelling niet ... (verwaarlozen).'

a)

verwaarloosdt

b)

verwaarloost

c)

verwaarloosd

d)

verwaarloos

3.

Wat is de juiste spelling?

'Vorige nacht ... (verschaffen) inbrekers zich toegang tot het pand.'

a)

verschafte

b)

verschaftte

c)

verschaften

d)

verschaftten

4.

Wat is de juiste spelling?

'Otis ... (vermoeden) dat zijn vriend thuis is.'

a)

vermoedt

b)

vermoet

c)

vermoed

5.

Wat is de juiste spelling?

'Werd er bij jouw hond ook een chip ... (inplanten)?'

a)

ingeplandt

b)

ingepland

c)

ingeplant

6.

Wat is de juiste spelling?

'De oude man werd gisteren ... (beroven).'

a)

beroovd

b)

beroofd

c)

berooft

d)

beroovt

7.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'Volgens sommigen leveren chatsessies soms onveilige internetverbindingen op.'

a)

MV

b)

BWB

c)

LV

d)

NWD

8.

WWG of NWG?

Het woord van het jaar 2021 is 'bestie'.

a)

WWG

b)

NWG

9.

WWG of NWG?

Het woord werd enkele dagen geleden verkozen.

a)

WWG

b)

NWG

10.

WWG of NWG?

Fake news werd een hit op Youtube.

a)

WWG

b)

NWG

11.

WWG of NWG?

Er werd heel veel op het nieuwe woord gestemd.

a)

WWG

b)

NWG

12.

WWG of NWG?

30% van alle fake news kan een Facebook worden gelinkt.

a)

WWG

b)

NWG

13.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'Volgens sommigen leveren chatsessies soms onveilige internetverbindingen op.'

a)

MV

b)

BWB

c)

LV

d)

NWD

14.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'Toen de inbreker de politie zag, nam hij de benen.'

a)

LV

b)

NWD

c)

NWU

d)

ADPV

15.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'De constructie van zo'n toestel is nochtans erg eenvoudig.'

a)

LV

b)

NWD

c)

NWU

d)

ADPV

16.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'Waarom verveel je je zo snel?'

a)

O

b)

NWD

c)

ADPV

d)

wed. vn.

17.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'Na het eindsignaal dansten de spelers van Italië over het veld.'

a)

VZV

b)

BWB

c)

MV

18.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'Ik heb zin in een lekker ijsje.'

a)

VZV

b)

BWB

c)

MV

19.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'De weermannen waarschuwden de bewoners voor de gevaarlijke tornado.'

a)

VZV

b)

BWB

c)

MV

20.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'De leerkracht had de toets aan zijn leerlingen gegeven.'

a)

VZV

b)

BWB

c)

MV

21.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'Op het gras lagen veel donzige veertjes.'

a)

VZV

b)

BWB

c)

MV

22.

Het onderstreepte zinsdeel is een ...

'De leerlingen verheugen zich op de aankomende vakantie.'

a)

VZV

b)

BWB

c)

MV

23.

Als of dan?

Dat nieuwe lokaal heeft dezelfde afmetingen (a)   de oude lokalen.

24.

Als of dan?

Karel drinkt meer (a)   goed voor hem is.

25.

Als of dan?

Yael woont langer in Eindhoven ... Senna.

(a)  

26.

Als of dan?

Onze boom is net zo hoog ... die bij de buren.

(a)  

27.

Standaardtaal, dialect of tussentaal?

'Sjiek is mich dat.'

a)

Standaardtaal

b)

Dialect

c)

Tussentaal

28.

Standaardtaal, dialect of tussentaal?

'Hij gaat met zijne auto.'

a)

Standaardtaal

b)

Dialect

c)

Tussentaal

29.

Duid het juiste synoniem aan voor 'consument'.

a)

de conducteur

b)

de gebruiker

c)

de bewoner

d)

de charmeur

30.

Duid het juiste synoniem aan voor 'onnodig'.

a)

voldoende

b)

verplicht

c)

noodzakelijk

d)

overbodig

31.

Duid het juiste synoniem aan voor 'een ruiker'.

a)

een boeket

b)

een bundel

c)

een snuffelaar

d)

een overzicht

32.

Duid het juiste synoniem aan voor 'gemeenschappelijk'.

a)

parallel

b)

gelijk

c)

gezamenlijk

d)

overzichtelijk

33.

Duid het juiste synoniem aan voor 'effectief'.

a)

feilloos

b)

doeltreffend

c)

compleet

d)

gefocust

34.

Duid het juiste synoniem aan voor 'de suggestie'.

a)

het begrip

b)

het effect

c)

de analyse

d)

het voorstel

35.

Vul het vaste voorzetsel in.

'De kinderen van het eerste middelbaar nemen deel ... een wedstrijd.'

(a)  

36.

Vul het vaste voorzetsel in.

'Ik moet nog even wennen ... het idee.'

(a)  

37.

Vul het vaste voorzetsel in.

'Voor dit groepswerk wil ik graag samenwerken ... Tristan.'

(a)  

38.

Vul het vaste voorzetsel in.

'Ben jij al op de hoogte ... het laatste nieuwtje?'

(a)  

39.

Laatste vraag...

Vul de zin aan met het juiste vaste voorzetsel: De leerlingen kijken het hardst uit ... het examen Nederlands.

(a)