Font size
WorksheetsToets T16 lj2 Rood
Total questions: 37
Worksheet time: 1hrs 25mins
Welk plaatje is een instruerend tekst doel?
Wat is een activerend tekstdoel?
recept
advertentie
Welke tekstsoort horen bij het tekstdoel amuseren?
Gebruiksaanwijzing
Recensie
Verhaal
Recept
Een informatieve tekst bevat feiten.
Waar
Niet waar
Een gedicht is een ...
Overtuigende tekst
Amuserende tekst
Informatieve tekst
Amuseren
roman, strip, kort verhaal,
mop, column
studieboek, folder, receptnieuwsbericht, geboortekaartje
ingezonden brief, sommige columns
gebruiksaanwijzing, instructie
reclamefolder, advertentie
uitnodiging, affiche
Activeren
roman, strip, kort verhaal,
mop, column
studieboek, folder, receptnieuwsbericht, geboortekaartje
ingezonden brief, sommige columns
gebruiksaanwijzing, instructie
reclamefolder, advertentie
uitnodiging, affiche
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Mijn tante houdt niet van winkelen, maar mijn moeder vindt het heel erg leuk.
tijd
reden
tegenstelling
opsomming
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Mijn oom is heel erg avontuurlijk. Mijn tante daarentegen is helemaal niet avontuurlijk en wil niet graag nieuwe dingen beleven.
opsomming
volgorde
voorbeeld
tegenstelling
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Ik heb besloten om vanmiddag naar de kapper te gaan, omdat ik mijn haren nu echt te lang vind .
opsomming
tegenstelling
tijd
reden
Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?
Eerst deed ik mijn pyjama aan en vervolgens poetste ik mijn tanden. Daarna stapte ik in bed en uiteindelijk viel ik weer in slaap.
reden
tegenstelling
tijd
voorbeeld
Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?
Mijn moeder wil groenten en fruit kopen. Verder brood en daarnaast wat broodbeleg en tot slot een paar toetjes.
tijd
opsomming
voorbeeld
reden
Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?
Ten eerste vind ik het heel erg leuk om naar school te gaan en ten tweede leer ik er veel van.
voorbeeld
tijd
reden
opsomming
Welk van de volgende signaalwoorden hoort niet bij een opsommend verband?
bovendien
echter
als laatste
vervolgens
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
Het bevat het belangrijkste nieuws van een nieuwsbericht.
Het vat de belangrijkste inhoud van een tekst in enkele zinnen samen.
Het vertelt in één zin wat de tekst over het onderwerp van de tekst zegt.
Teksten over hetzelfde onderwerp en met hetzelfde doel hebben dezelfde hoofdgedachte.
Dat zou kunnen, maar hoeft niet.
Ja, want de teksten willen hetzelfde bereiken.
Nee, elke tekst is verschillend en heeft dus een andere hoofdgedachte.
Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.
Mijn vader
viert
zijn
morgen
Wat is de pv: Wat is jouw naam?
Wat
is
jouw
naam
Wat is de pv: Ik help jou altijd op vrijdag.
Ik
help
jou
op vrijdag
Wat is de pv: Ik doe altijd mijn best tijdens toetsen.
mijn best
toetsen
doe
Ik
Wat is het wg van de volgende zin?
Gisteren waren we pas om 11 uur aangekleed.
gisteren
we
waren
waren aangekleed
Wat is het wg van de volgende zin?
De opa's lazen hun krantje op een bankje in de zon.
lazen
de opa's
lazen op
lazen in
Wat is het wg in deze zin?
De Mini heeft weer eens pech onderweg gekregen.
heeft
Mini
heeft gekregen
heeft weer eens gekregen
Wat is het wg in deze zin?
Ik schreef de zin niet goed op.
schreef
schreef op
schreef niet op
schreef de zin
Wat is het onderwerp? In de sloot zwemmen mooie vissen.
in de sloot
zwemmen
mooie vissen
in de sloot zwemmen
Wat is het onderwerp? Hij schrijft de brief nog met een pen.
hij
schrijft
de brief
met een pen
Wat is het onderwerp? Heb jij een vis gevangen tijdens het klassenuitje?
klassenuitje
een vis
heb gevangen
jij
Wat is het onderwerp? Op school werken de mannen hard aan een nieuwe kantine.
op school
werken
de mannen
aan de nieuwe kantine
Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?
Gisteren heeft hij spekpannenkoeken gegeten.
gisteren
hij
spekpannenkoeken
Er is geen lijdend voorwerp.
Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?
Die meisjes laat je gewoon met rust!
die meisjes
je
gewoon met rust
Er is geen lijdend voorwerp.
Wat is het lijdend voorwerp in onderstaande zin?
Mijn neefje van zes wordt altijd door zijn oppas naar hockeytraining gebracht.
mijn neefje van zes
door zijn oppas
naar hockeytraining
Er is geen lijdend voorwerp.
Wat is het lijdend voorwerp in onderstaande zin?
Mijn oma en opa hebben voor volgende zomer een busreis naar Spanje geboekt.
mijn opa en oma
een busreis
een busreis naar Spanje
Er is geen lijdend voorwerp.
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De mentor mocht de geslaagden hun vwo-diploma overhandigen.
de mentor
de geslaagden
hun vwo-diploma
Er is geen lijdend voorwerp.
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
De mentor mocht de geslaagden hun vwo-diploma overhandigen.
de mentor
de geslaagden
hun vwo-diploma
Er is geen meewerkend voorwerp.
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
Vertelde de hopman zijn scouts vannacht een spookverhaal?
de hopman
zijn scouts
een spookverhaal
Er is geen meewerkend voorwerp.
