wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Reacties petrochemie

Total questions: 28

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Bij de onvolledige verbranding van pentaan ontstaan

a)

CO + H2OCO\ +\ H_2O  

b)

CO2 + H2OCO_2\ +\ H_2O  

2.
Bij de volledige verbranding van een bepaalde koolstofverbinding ontstaan CO2 en H2O. Welke conclusie is juist?
a)
De brandstof bevat alleen koolstof- en waterstofatomen.
b)
De brandstof bevat koolstof- en waterstofatomen en kan ook zuurstof atomen bevatten
3.

C5H12  C2H6 + C3H6C_5H_{12}\ \rightarrow\ C_2H_6\ +\ C_3H_6  

is een voorbeeld van een .....

a)

kraakreactie

b)

additiereactie

c)

verbrandingsreactie

d)

substitutiereactie

4.

Met wat voor een proef kan je een dubbele binding aantonen?

(a)  

5.

C3H8 + Cl2  C3H7Cl + HClC_3H_8\ +\ Cl_2\ \rightarrow\ C_3H_7Cl\ +\ HCl  

Dit is een ......

a)

additiereactie

b)

kraakreactie

c)

substitutiereactie

d)

verbrandingsreactie

6.

Wat is het product van de reactie van 3-methylpent-1-een met water (Er zijn 2 antwoorden)

a)

3-methylpent-1-ol

b)

2-hydroxy-3-methylpent-1-een

c)

3-methylpent-2-ol

d)

4-hydroxy-3-methylpent-1-een

7.

Wat ontbreekt er in de volgende reactievergelijking

....C7H16 + C4H6+C5H12....\rightarrow C_7H_{16}\ +\ C_4H_6+C_5H_{12}  

a)

C16H34C_{16}H_{34}  

b)

C16H32C_{16}H_{32}  

c)

C16H32 + H2C_{16}H_{32}\ +\ H_2  

8.

Welk van de volgende moleculen zijn isomeren van elkaar?

a)

3-methylbutaan-2-ol

b)

2-methylpropaan-2-ol

c)

3-aminobutaan-2-ol

d)

pentaan-3-ol

9.

Welke stelling is juist?

1. Isomeren hebben dezelfde molecuulformule maar een andere structuurformule.

2. Een additiereactie kan alleen maar plaatsvinden als het molecuul verzadigde verbindingen heeft.

a)

alleen 1 is juist

b)

alleen 2 is juist

c)

beide zijn juist

d)

beide zijn onjuist

10.
Bij kraken maak je kleine moleculen uit een groot molecuul
a)
waar
b)
niet waar
11.
Welke vergelijking hoort bij de volledige verbranding van koolstofdisulfide?
a)

CS2 + 2 O2 \rightarrow   CO2 + 2 SO

b)

CS2 + O2 \rightarrow  CO2 + 2 S

c)

C2S + 3 O2 \rightarrow   2 CO2 + SO2

d)

CS2 + 3 O2 \rightarrow   CO2 + 2 SO2

12.

Wat is een mogelijk product van de reactie tussen 2-methylbut-2-een en waterstofbromide?

a)

3-broom-2-methylbutaan

b)

3-broom-3-methylbutaan

c)

1-broom-2-methylbutaan

d)

2-broom-2-methylbutaan

13.

Wat is het product van de additie van chloor, Cl2, aan propeen, C3H6?

a)

1,1-dichloorpropaan

b)

2,2-dichloorpropaan

c)

1,2-dichloorpropaan

d)

1,3-dichloorpropaan

14.

Joep geeft dit molecuul de volgende naam: methylbutaan. Wat is hij vergeten?

a)

het voorvoegsel di-

b)

de getallen 2,3,-

c)

het voorvoegsel di- en de getallen 2,3,-

d)

hij is niets vergeten, het is gewoon goed zo.

15.

Geef de naam van dit molecuul

a)

3,4-methylpentaan-2-ol

b)

2,3-dimethylpentaan-4-ol

c)

3,4dimethylpentaan4ol

d)

3,4-dimethylpentaan-2-ol

16.

Geef de naam van dit molecuul

a)

4-methylpenta-1,3-een

b)

4-methylpenta-1,3-dieen

c)

2-methylpenta-2,4-dieen

d)

2-methylpent-2,4-dieen

17.

Geef de naam van dit molecuul

a)

3-methylhex-5-yn-3-amine

b)

3-methylhex-4-yn-2-amine

c)

4-methylhexyn-4-amine

d)

3-methylhexyn-3-amine

18.

Geef de naam van dit molecuul

a)

2,3-dimethylcyclopent-1-een

b)

4,5-dimethylcyclopenteen

c)

3,4-dimethylcyclopent-1-een

d)

1,2-dimethylcyclopenteen

19.

Zijn dit isomeren van elkaar?

a)

Ja

b)

Nee

20.

Teken de structuurformule van 2,3-dimethylbutaan

21.

1 molecuul C16H34 wordt omgezet in 2 moleculen C6H14 en 1 ander molecuul. Geef de structuurformule van de onbekende stof.

22.

Pieter voegt 2 moleculen chloorgas toe aan 2-methylbut-1-een. Teken het(de) product(en) van deze reactie in structuurformules.

23.

Johan voegt waterstofjodide toe aan 2-methylprop-1-een. Teken beide producten die kunnen ontstaan in structuurformules.

24.

C4H8 + Cl2  C4H8Cl2 C_4H_8\ +\ Cl_2\ \rightarrow\ C_4H_8Cl_2\  

Dit is een ......

a)

additiereactie

b)

kraakreactie

c)

substitutiereactie

d)

verbrandingsreactie

25.

Een additiereactie tussen een alkyn en waterstof kan het(de) volgende product(en) geven

a)

Een alkeen

b)

Een alkyn

c)

Een alkaan

d)

Water

26.

Wat is waar voor dit molecuul?

a)

Dit molecuul is vertakt en verzadigd

b)

Dit molecuul is onvertakt en verzadigd

c)

Dit molecuul is onvertakt en onverzadigd

d)

Dit molecuul is vertakt en onverzadigd

27.

Wat is waar voor dit molecuul?

a)

Dit molecuul is vertakt en verzadigd

b)

Dit molecuul is onvertakt en verzadigd

c)

Dit molecuul is vertakt en onverzadigd

d)

Dit molecuul is onvertakt en onverzadigd

28.

Wat is waar voor dit molecuul?

a)

Dit molecuul is onvertakt en verzadigd

b)

Dit molecuul is onvertakt en onverzadigd

c)

Dit molecuul is vertakt en onverzadigd

d)

Dit molecuul is vertakt en verzadigd