wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets PWW1

Total questions: 25

Worksheet time: 2hrs 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het symbool van koolstof?

(a)  

2.

Welke stof heeft als symbool H?

(a)  

3.

Hoe heet dit glaswerk?

a)

bekerglas

b)

erlenmeyer

c)

maatcilinder

d)

allonge

4.

Met dit glaswerk kun je nauwkeurig 100 mL water afmeten.

a)

waar

b)

niet waar

5.

Wat betekent dit gevarensymbool?

a)

brandbaar

b)

brandbevorderend

c)

gevaarlijk

d)

schadelijk

6.

Hoe noem je de elementen uit groep 17?

a)

alkalimetalen

b)

aardalkalimetalen

c)

halogenen

d)

edelgassen

7.

Welke deeltjes in een atoom zijn geladen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

elektronen

b)

neutronen

c)

protonen

8.

Welke deeltjes van een atoom hebben een massa? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

elektronen

b)

neutronen

c)

protonen

9.

Wat is de atoommassa van een C-13 atoom?

a)

6 u

b)

12,01 u

c)

13 u

d)

19 u

10.

Hoeveel elektronenschillen heeft een siliciumatoom?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

11.

Hoeveel neutronen heeft een chlooratoom met een atoommassa van 35 u? Vul alleen het getal in.

(a)  

12.

Wat is de naam van dit atoom?

(a)  

13.

Het aantal protonen en neutronen samen vormen...

a)

het massagetal

b)

het atoomnummer

c)

het aantal elektronen

d)

het aantal elektronenschillen

14.

Uit hoeveel atomen bestaat H2O2?

Vul alleen het getal in.

(a)  

15.

Wat is de systematische naam van N2O4?

a)

stikstofoxide

b)

dineonpentaoxide

c)

distikstoftetraoxide

d)

distikstoftetrazuurstof

16.

Wat is de molecuulformule van het zwaveltrioxide?

a)

Z3O

b)

ZO3

c)

SO3

d)

S3O

17.

Wat is de triviale naam van CH4?

(a)  

18.

Welke verbrandingsproducten ontstaan bij de volledige verbranding van CS2? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

CO2

b)

H2O

c)

SO2

d)

NO2

19.

Welke stoffen ontstaan bij de onvolledige verbranding van CH4? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

C (s)

b)

CO (g)

c)

H2O (l)

d)

H2 (g)

20.

Hoe noem je een ontleding met behulp van licht?

a)

Thermolyse

b)

Elektrolyse

c)

Fotolyse

d)

Cryolyse

21.

Met welke stof toon je SO2 (g) aan?

a)

helder kalkwater

b)

geel joodwater

c)

wit kopersulfaat

d)

gloeiende houtspaander

22.

Maak de reactievergelijking kloppend.

...H2O  ? H2 + ...O2...H_2O\ \rightarrow\ ?\ H_2\ +\ ...O_2  

Welk getal hoort op het vraagteken?

(a)  

23.

Maak de reactievergelijking kloppend.

...Al + ? Cl2  ...AlCl3...Al\ +\ ?\ Cl_2\ \rightarrow\ ...AlCl_3  

Welk getal hoort op het vraagteken?

(a)  

24.

Maak de reactievergelijking kloppend.

... Sb2O5 + ? HCl  ... SbCl5 + ... H2O...\ Sb_2O_5\ +\ ?\ HCl\ \rightarrow\ ...\ SbCl_5\ +\ ...\ H_2O  

Welk getal hoort bij het vraagteken?

(a)  

25.

Welke verbrandingsproducten ontstaan bij de volledige verbranding van CS2? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

CO2

b)

H2O

c)

SO2

d)

NO2