wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Blok 2&3 metend rekenen en meetkunde

Total questions: 37

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een gelijkzijdige driehoek?

a)
b)
c)
d)
2.

Wat is een gelijkbenige driehoek?

a)
b)
c)
d)
3.

Wat is een gelijkbenige rechthoekige driehoek?

a)
b)
c)
d)
4.

Wat zijn alle eigenschappen van een rechthoek?

a)

alle zijden zijn even lang

b)

twee paar even lange zijden

c)

twee paar evenwijdige zijden

d)

alle hoeken zijn recht

5.

Wat zijn alle eigenschappen van een gewoon trapezium?

a)

alle zijden zijn even lang

b)

overstaande hoeken zijn gelijk

c)

precies 1 paar evenwijdige zijden

d)

2 paar evenwijdige zijden

6.

Wat zijn alle eigenschappen van een ruit?

a)

alle zijden zijn even lang

b)

4 rechte hoeken

c)

twee paar evenwijdige zijden

d)

gelijke overstaande hoeken

7.

Wat zijn alle eigenschappen van een parallellogram?

a)

alle zijden zijn even lang

b)

twee paar even lange zijden

c)

twee paar evenwijdige zijden

d)

twee paar even grote hoeken

8.

Wat werd hier getekend?

Geef de best passende naam.

a)

evenwijdige rechten

b)

loodrecht snijdende rechten

c)

snijdende rechten

9.

Wat werd hier getekend?

Geef de best passende naam.

a)

evenwijdige rechten

b)

loodrecht snijdende rechten

c)

snijdende rechten

10.

Kijk goed naar de rechten en vul aan.

e // .

(a)  

11.

Kijk goed naar de rechten en vul aan.

a // .

(a)  

12.

Kijk goed naar de rechten en vul aan.

e ⊥ .

(a)  

13.

Welke hoek is hier scherp?

a)

hoek A

b)

hoek B

c)

hoek D

d)

hoek E

14.

Welke hoek is hier recht?

a)

hoek A

b)

hoek D

c)

hoek E

d)

hoek F

15.

Benoem de volgende driehoeken volgens de grootte van de hoeken en zijden. Duid beide correcte benamingen aan.

a)

een ongelijkbenige driehoek

b)

een rechthoekige driehoek

c)

een gelijkbenige driehoek

d)

een gelijkzijdige driehoek

e)

een stomphoekige driehoek

16.

Benoem de volgende driehoeken volgens de grootte van de hoeken en zijden. Duid beide correcte benamingen aan.

a)

een ongelijkbenige driehoek

b)

een rechthoekige driehoek

c)

een gelijkbenige driehoek

d)

een gelijkzijdige driehoek

e)

een scherphoekige driehoek

17.

Duid 2 correcte benamingen aan.

a)

een ongelijkbenige driehoek

b)

een rechthoekige driehoek

c)

een gelijkbenige driehoek

d)

een gelijkzijdige driehoek

e)

een scherphoekige driehoek

18.

Vraag 15: Wat is de omtrek van deze driehoek?

a)

10 cm²

b)

10 cm

c)

11,5 cm

d)

11,5 cm²

19.

Vraag 18: Wat is de oppervlakte van deze driehoek?

a)

24cm²

b)

10cm

c)

28cm²

d)

30cm²

20.

Vraag 20: Wat is de oppervlakte van deze ruit?

a)

14 cm

b)

24cm²

c)

14 cm²

d)

48 cm²

21.
De oppervlakte van een driehoek bereken je met :
a)
lengte x breedte : 2
b)
basis x hoogte : 2
c)
lengte x breedte x hoogte
d)
Niet
22.
De basis en de hoogte staan altijd ?
a)
evenwijdig aan elkaar
b)
loodrecht op elkaar
c)
naast elkaar
d)
hand in hand
23.

Wat is de omtrek?


... cm

(a)  

24.
Hoeveel is de omtrek van deze
figuur ?
a)
4 cm
b)
6 cm
c)
60 cm
d)
8 cm
25.

Duid de veelhoeken aan.

a)
b)
c)
d)
26.

Duid de driehoeken aan.

a)
b)
c)
d)
e)
27.

Duid de rechthoeken aan.

a)
b)
c)
d)
e)
28.

Duid de vierkanten aan.

a)
b)
c)
d)
e)
29.

Hoe herken je

REGELMATIGE VEELHOEKEN? (duid er 2 aan!)

a)

even lange zijden

b)

even grote hoeken

c)

allemaal rechte hoeken

d)

ze zijn mooi

e)

je kan ze ronddraaien

30.

Hoe groot is deze hoek?

a)

55°

b)

65°

c)

45°

d)

125°

31.

Hoe groot is deze hoek?

a)

143°

b)

37°

c)

149°

d)

33°

32.

OPPERVLAKTE


Bij welke vlakke figuren is de formule

b X h : 2

a)

ruit

b)

parallellogram

c)

driehoek

d)

vierkant

33.

Hoe reken je van deze figuur de oppervlakte uit?

a)

b X h

b)

b X h : 2

c)

in 2 driehoeken splitsen

b X h : 2

d)

z + z + z + z

34.

Bereken de oppervlakte van deze driehoek?

a)

Oppervlakte = 70 cm2

b)

Oppervlakte = 126 cm2

c)

Oppervlakte = 63 cm2

d)

Oppervlakte = 90 cm2

35.

Wat is de oppervlakte van dit trapezium?


Bereken op een kladblad, je krijgt 2minuten.

(a)   cm²

36.

Teken een hoek TÔP van 100°

op je kladblad.


De juf typt een codewoord in

als de hoek goed is.

(a)  

37.

12,4 m² = (a)   dm²