wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Proefexamen MT + Nederlands

Total questions: 33

Worksheet time: 45mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een taalfamilie?

a)

Een taalfamilie is een groep van talen die aan elkaar verwant zijn.

b)

Een taalfamilie is zoals Jef en Nonkel Freek.

c)

Een taalfamilie is een groep van talen die niet aan elkaar verwant zijn.

d)

Een taalfamilie bestaat uit talen die volledig hetzelfde zijn; zoals Vlaams en Nederlands, of Waals en Frans. Er zijn niet veel taalfamilies.

2.

Nederlands en Frans hebben dezelfde vooroudertaal, namelijk het (a)   .

3.

Nederlands en Frans hanteren beiden de ___-volgorde.

a)

SVO

b)

SOV

c)

VSO

4.

Zij hem ziet is een voorbeeld van de ___-volgorde.

a)

SVO

b)

SOV

5.

Zij ziet hem is een voorbeeld van de ___-volgorde.

a)

SVO

b)

SOV

6.

De SOV-taal is de meest gebruikelijke volgorde van woorden en zinsdelen ter wereld. Dit is ongeveer XX% van alle talen in de wereld.

(a)  

7.

Nederlands en Duits zijn zustertalen. Leg uit.

4 lines
8.

Geef een Nederlandstalig voorbeeld van SVO-taal.

4 lines
9.

Welk voorbeeld is een kunsttaal?

a)

Arabisch

b)

De taal van schilderijen

c)

De elventaal van J.R.R. Tolkien

10.

Leg uit: dode talen

4 lines
11.

Hoeveel procent van de talen in de wereld is een SVO-taal?

a)

40

b)

41

c)

42

d)

43

e)

44

12.

Welke taal is per definitie geen 'oude taal'?

a)

Latijn

b)

Cornisch

c)

Manx

d)

Oudjapans

13.

Deze stamboom is een voorbeeld van...

(a)  

14.

Welke taalfamile ontbreekt er hier?

(a)  

15.

Wat is een zustertaal?

4 lines
16.

Wat is een dochtertaal?

4 lines
17.

Wat is een minderheidstaal?

4 lines
18.

Wat is een meerderheidstaal?

4 lines
19.

Is het Turks in België een minderheidstaal?

a)

Ja

b)

Neen

c)

Geen idee

20.

Kies de best passende definitie voor: lingua franca

a)

Franse taal

b)

Frankische taal

c)

wereldtaal

21.

Is het Nederlands een wereldtaal? Leg uit.

4 lines
22.

Is het Engels een wereldtaal? Leg uit.

4 lines
23.

Leg uit: BGE!

4 lines
24.

Benoem het onderstreepte woord volgens de woordsoorten.

De mooie bloem staat in het weiland.

a)

zn

b)

bw

c)

bn

d)

vz

25.

Benoem het onderstreepte woord volgens de woordsoorten.

De mooie bloem staat in het weiland.

a)

zn

b)

bw

c)

bn

d)

vz

26.

Benoem het onderstreepte woord volgens de woordsoorten.

De mooie bloem staat in het weiland.

a)

zn

b)

bw

c)

bn

d)

vz

27.

Benoem het onderstreepte woord volgens de woordsoorten.

Heb jij ook een voldoende voor die toets gehaald?

a)

zn

b)

zww

c)

hww

d)

aanw. vnw.

28.

Benoem het onderstreepte woord volgens de woordsoorten.

Heb jij ook een voldoende voor die toets gehaald?

a)

zn

b)

zww

c)

hww

d)

aanw. vnw.

29.

Benoem het onderstreepte woord volgens de woordsoorten.

Heb jij ook een voldoende voor die toets gehaald?

a)

zn

b)

zww

c)

hww

d)

aanw. vnw.

30.

Benoem het onderstreepte woord volgens de woordsoorten.

Vandaag heb ik een cadeau gekregen.

a)

bn

b)

zn

c)

hww

d)

bw

31.

Wat is het onderwerp in de onderstaande zin?

Armina Özdemir wordt later een geweldige zangeres.

a)

Armina

b)

Armina Özdemir

c)

wordt

d)

zangeres.

32.

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de onderstaande zin?

Zou Coca Cola Zero in de toekomst ook een populair drankje blijven?

a)

zou een populair drankje blijven

b)

zou ook een populair drankje blijven

c)

zou blijven

d)

zou Coca Cola Zero populair blijven.

33.

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de onderstaande zin?

Pieter is vorige week voor de derde keer opa geworden.

a)

is voor de derde keer opa geworden

b)

is opa geworden

c)

is opa

d)

is vorige week opa geworden