Font size
Worksheetsonregelmatige werkwoorden
Total questions: 40
Worksheet time: 40mins
Jan (beginnen) te boren.
(a)
De meisjes (begrijpen) de les niet.
(a)
De buurman (blijven) gans de nacht feesten.
(a)
Elif en Adrés (doen) raar.
(a)
De jongen die naast mij woont, (drinken) zijn glas leeg.
(a)
Wij (gaan) naar de bioscoop.
(a)
Dat meisje (geven) de tas aan dat ander meisje.
(a)
Zij stonden in de gang en (hangen) hun jas op.
(a)
De baby (hebben) een leuk jasje aan.
(a)
De leerkracht (helpen) de leerling.
(a)
Hij (houden) erg van jou.
(a)
De leerlingen (kiezen) een geschenk uit voor hun beste vriend.
(a)
Hij (kijken) aarzelend naar zijn punten.
(a)
De herders (komen) uit de weide hogerop de berg.
(a)
Ik (krijgen) mijn cadeautje niet.
(a)
De toezichter (laten) de mannen niet toe.
(a)
De leerlingen uit 2BVL (lezen) heel graag dat bericht.
(a)
Hij (liegen) om geen straf te krijgen.
(a)
Deze toets (lijken) niet zo moeilijk.
(a)
De kinderen (lopen) in de weg.
(a)
Bieke (nemen) de korste weg.
(a)
De knappe garagist (rijden) snel weg.
(a)
Die leerkrachten (roepen) dat het tijd was.
(a)
Wij (slapen) die nacht amper.
(a)
Ryan (springen) van het muurtje.
(a)
De dochter van de kasteelheer (sterven) die nacht.
(a)
De ridders (trekken) die nacht door het donkere bos.
(a)
Ali (vallen) over zijn veters.
(a)
De soldaten (vechten) als leeuwen.
(a)
De heks (verdwijnen) op haar bezem.
(a)
Die jongen (vergeten) elke week zijn huiswerk.
(a)
De leerling (verlaten) al scheldend het klaslokaal.
(a)
Hij (vertrekken) zonder lawaai.
(a)
Hij (vinden) dit niet eerlijk.
(a)
De voetballers (winnen) deze wedstrijd.
(a)
Dit (worden) de moeilijkste beslissing ooit.
(a)
De oude man (zijn) het lange wachten beu.
(a)
Bianca (zingen) zo vals als een kat.
(a)
Die meisjes (zwijgen) geen minuut tijdens de les.
(a)
Hij (komen) elke ochtend te laat.
(a)
