wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Blok 5 spelling Taalverhaal.nu toets

Total questions: 40

Worksheet time: 1hrs 20mins

Name
Class
Date
1.

ik roep ....! Want ik heb pijn!

a)

au

b)

ou

2.

in de gymzaal rollen de ba....en over de vloer.

a)

ballen

b)

balen

3.

Meervoud van steen

a)

steenen

b)

stenen

c)

stennen

4.

oh nee ik ben mijn bril kw.....t

a)

ei

b)

ij

5.

meervoud van droom

a)

drommen

b)

droomen

c)

dromen

6.

meervoud van vis

a)

visen

b)

viisen

c)

vissen

7.

oeps ik maak een f.....t

a)

ou

b)

au

8.

ik k......w op een stukje vlees

a)

ou

b)

au

9.

Dit lieveheersbeestje heeft 7 ............

a)

stipen

b)

stippen

c)

sttippen

10.

meervoud van muur

a)

muuren

b)

murren

c)

muren

11.

ik ga op r.....s en ik neem mee: een tent.

a)

ei

b)

ij

12.

Het kind b.....t en toren

a)

auw

b)

ouw

c)

au

d)

ou

13.

meervoud van peer

a)

peren

b)

piren

c)

peeren

14.

Die stomme mu.....en prikken me elke nacht!

a)

gg

b)

g

15.

Mag ik het z.....t?

a)

ou

b)

au

16.

Mijn favoriete kleur is bl......

a)

au

b)

ou

c)

auw

d)

ouw

17.

Meervoud van kat

a)

katen

b)

katten

c)

kaaten

18.

Meervoud van klok

a)

kloken

b)

klooken

c)

klokken

19.

Meervoud van school

a)

scholen

b)

schoolen

c)

schollen

20.

We moeten nog een heel ....nd rijden.

a)

ei

b)

ij

21.

De man rookt een p....p.

a)

ei

b)

ij

22.

Ik stapel het h....t op.

a)

ou

b)

au

23.

Meervoud van jaar

a)

jaren

b)

jaaren

c)

jarren

d)

jaarren

24.

Meervoud van uur

a)

uuren

b)

uurren

c)

uren

25.

Meervoud van knop

a)

knoppen

b)

knopen

c)

knoopen

26.

Er zit een vlek op mijn m......

a)

mauw

b)

mouw

27.

De oma is heel ....d.

a)

oud

b)

aud

28.

Meervoud van pet

a)

petten

b)

peten

c)

peetten

29.

Meervoud van stem

a)

stemen

b)

stemmen

c)

steemmen

30.

Meervoud van stuur

a)

sturen

b)

sturren

c)

stuuren

31.

Meervoud van naam

a)

naamen

b)

nammen

c)

namen

32.

De vogel heeft een scherpe kl.......

a)

klouw

b)

klauw

c)

klau

d)

klou

33.

De tr....n rijdt over de rails

a)

trein

b)

trijn

34.

Ik maak de vloer schoon met een dw.....l

a)

dweil

b)

dwijl

35.

Mijn ........ zakt af.

a)

sok

b)

zok

36.

Oh nee, ik ben ........

a)

ziek

b)

siek

37.

Ik geef de poes een ......

a)

aai

b)

ij

c)

ei

38.

de bloemen staan in bl.......

a)

bloej

b)

bloei

39.

Help! Het huis staat in br.......

a)

brand

b)

brant

c)

brandt

40.

De h...... van de meneer waait af.

a)

hoet

b)

hoed