wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Handel | Blok 3 + 4

Total questions: 47

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Waarom liggen veel fabrieken in China en Vietnam dicht bij de zee?

a)

Fabrieken liggen dan dicht bij havens waar schepen producten vervoeren.

b)

Aan zee is het fijner wonen voor de fabrieksarbeiders.

c)

Dicht bij de zee zijn veel grondstoffen voor de fabrieken.

d)

Aan zee is het goedkoper om een fabriek neer te zetten.

2.

Bekijk de afbeelding. Kies het juiste woord.


Er zijn weinig/veel werknemers in deze fabriek.

a)

weinig

b)

veel

3.

Bekijk de afbeelding. Kies het juiste woord.


Het is werk waar veel/geen scholing voor nodig is.

a)

geen

b)

veel

4.

Bekijk de afbeelding. Kies het juiste woord.


De fabriek staat in het westen/een

lagelonenland

.

a)

het westen

b)

een lagelonenland

5.

In welk werelddeel liggen de meeste lagelonenlanden?

(a)  

6.

Bij de productie van de schoenen worden verschillende soorten kosten gemaakt.

Welke kosten horen niet bij de productiekosten? (kies er twee)

a)

Huur van fabriekspanden

b)

inkoop van grondstoffen

c)

belasting

d)

loonkosten van arbeiders

e)

reclame

7.

Het vervoer van een paar sneakers van € 100 van de fabriek naar de winkel is 3% van de totale prijs.

Wat zijn de vervoerkosten van deze sneakers? (vul allen het cijfer in)

(a)  

8.

De hoge lonen in Aziatische landen verklaren waarom er zoveel kledingfabrieken zijn in deze landen.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

De lonen in de kledingindustrie zijn in Nederland hoger dan in China.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

In de rijke landen zijn de lonen in de kledingindustrie hoger dan in de armere landen.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

In Noord-Amerika liggen de lonen in de kledingindustrie lager dan in Australië.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

In sommige landen in Zuid-Amerika kunnen ook kledingfabrieken gevestigd worden als je kijkt naar de lage lonen.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Bij welk land past deze locatiefactoren het best?


Lage lonen

a)

Nederland

b)

India

14.

Bij welk land past deze locatiefactoren het best?


Geen milieueisen

a)

Nederland

b)

India

15.

Bij welk land past deze locatiefactoren het best?


Veel kennis

a)

Nederland

b)

India

16.

Bij welk land past deze locatiefactoren het best?


Aanwezigheid hoofdkantoor

a)

Nederland

b)

India

17.

Bij welk land past deze locatiefactoren het best?


Lage grondprijzen

a)

Nederland

b)

India

18.

Waarom verplaatsen grote bedrijven fabrieken van China naar een ander land in Azië? (twee antwoorden)

a)

Er zijn landen in Azië waar de milieuheffing nog lager is.

b)

Er zijn landen in Azië waar meer belasting betaald moet worden dan in China.

c)

In andere Aziatische landen hebben mensen een hogere opleiding, wat belangrijk is om in een fabriek te werken.

d)

In China kunnen ze steeds minder goed Engels.

e)

In China worden de lonen hoger door de toegenomen welvaart.

19.

Kies de juiste drie antwoorden.

Waarom wordt veel kleding in landen in Azië gemaakt?

a)

Hogere prijs voor de producten

b)

Lage lonen

c)

Lage productiekosten

d)

Lage vervoerskosten

e)

Veel kennis

20.

Met het vliegtuig kun je binnen drie uur in Griekenland zijn.

a)

relatieve afstand

b)

absolute afstand

21.

De afstand van Amsterdam naar Leiden is 46 kilometer.

a)

relatieve afstand

b)

absolute afstand

22.

De kosten om met de trein naar Parijs te gaan, zijn gedaald.

a)

relatieve afstand

b)

absolute afstand

23.

Te voet van Breda naar Den Bosch duurt ongeveer 9,5 uur.

a)

relatieve afstand

b)

absolute afstand

24.

De overtocht van Den Helder naar Texel is vijf kilometer.

a)

relatieve afstand

b)

absolute afstand

25.

Wat zijn de BRIC-landen?

a)

Brazilië - Roemenië - India - China

b)

Brazilië - Rusland - Indonesië - China

c)

Brazilië - Rusland - India - China

d)

Brazilië - Rusland - India - Colombia

26.

Welk van onderstaande landen is geen BRIC-land

a)

Brazilië

b)

Rusland

c)

Indonesië

d)

China

27.

De afbeelding maakt duidelijk dat de relatieve/absolute

afstand afneemt.

a)

ralatieve

b)

absolute

28.

Voor het werk dat op een hoofdkantoor wordt gedaan, heb je een hoge/lage opleiding nodig.

a)

hoge

b)

lage

29.

In veel Afrikaanse landen zijn de lonen laag. Toch vestigen bedrijven zich daar liever niet.

Waarom vestigen bedrijven zich liever niet in Afrikaanse landen?

Kies twee redenen zij daarvoor hebben.

a)

Er zijn weinig goede transportwegen en communicatiemiddelen.

b)

In Azië zijn de lonen nog lager dan in Afrika.

c)

Veel regeringen zijn niet stabiel.

30.

In de tijd van de VOC werden vooral [ luxe | goedkope ] goederen in China gekocht en in Europa met winst verkocht.

a)

luxe

b)

goedkope

31.

China investeert in Afrika vooral in Angola, Nigeria en Zuid-Afrika.

Wat zijn gunstige locatiefactoren in die landen? (twee antwoorden)

a)

De bevolking groeit snel.

b)

De overheid werkt mee.

c)

Er zijn veel grondstoffen, olie bijvoorbeeld.

d)

Ze liggen het dichtst bij China.

32.

China exporteert steeds meer producten naar Afrika.


Afrika is voor China dus een

a)

afzetmarkt.

b)

arbeidsmarkt.

c)

grondstoffenmarkt.

33.

Is het een dienst of hoort het bij goederen?


pizza

a)

goederen

b)

diensten

34.

Is het een dienst of hoort het bij goederen?


Spijkerbroek

a)

goederen

b)

diensten

35.

Is het een dienst of hoort het bij goederen?


Bezorgservice

a)

goederen

b)

diensten

36.

Is het een dienst of hoort het bij goederen?


Online gezondheidsadvies

a)

goederen

b)

diensten

37.

Is het een dienst of hoort het bij goederen?


Telefoon

a)

goederen

b)

diensten

38.

Is het een dienst of hoort het bij goederen?


Gratis belminuten

a)

goederen

b)

diensten

39.

Mensen die op internet kaartjes hebben gekocht voor een speeltuin, krijgen bij hun kaartjes ook een advertentie met korting voor een restaurant. Bekijk de afbeelding.

Welk restaurant kiest het internet voor hen uit?

a)

een barbecuerestaurant

b)

een chic restaurant met uitzicht op zee

c)

een pannenkoekenhuis

d)

een pizzeria

40.

Veel superrijken geven hun geld uit aan goede doelen.

Kies de twee juiste antwoorden.

Waarom doen ze dat?

a)

Als ze ermee in het nieuws komen, is dat een soort gratis reclame. Dat is goed voor hun bedrijf.

b)

Het zijn vaak goede verstandige mensen, die willen dat het beter gaat met de wereld.

c)

In veel landen staat in de wet dat rijke mensen geld aan goede doelen moeten geven.

d)

Ze vinden dat ze eigenlijk niet eerlijk aan het geld zijn gekomen en geven het daarom weg.

41.

Welke gebieden zijn dichtbevolkt?

a)

Delen op de continenten die ver van zee liggen.

b)

Europa

c)

Het noorden van Noord-Amerika

d)

Oost-Azië

e)

Veel kustgebieden

42.

Een bedrijf is een ...

a)

werkgever

b)

werknemer

43.

Een ... ontvangt salaris.

a)

werkgever

b)

werknemer

44.

Een ... is altijd een persoon.

a)

werkgever

b)

werknemer

45.

De eigenaar van een bedrijf is een ...

a)

werkgever

b)

werknemer

46.

Een ... werkt voor een baas.

a)

werkgever

b)

werknemer

47.

Welke drie dingen betaalt de overheid van belastinggeld?

a)

Een nieuw tankstation voor een oliemaatschappij

b)

Schoolgebouwen en salarissen van leraren

c)

Straaljagers voor het leger

d)

Vrachtwagens voor een transportbedrijf

e)

Wegen en spoorwegen