wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling PP deel 1 (preop + pijn)

Total questions: 18

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Ernstige hypothermie verhoogt het risico op postoperatieve wondinfecties.

a)

Dat klopt

b)

Dat klopt niet

2.

Welk geneesmiddel mag NIET toegediend worden op de dag van een ingreep waarbij jodiumhoudende contraststof wordt gebruikt?

a)

repaglinide

b)

sitagliptine

c)

metformine

d)

exenatide

3.

Welke soort analgeticum heeft ook een effect op de bloedstolling?

Geen merknaam geven.

4 lines
4.

Enkel wanneer de patiënt drukt op de bolusknop van zijn PCIA krijgt hij lokaal anestheticum toegediend

a)

Ja, dit klopt

b)

Nee, daarnaast ook continue toediening noodzakelijk voor goede pijnstilling

c)

Geen van beide antwoorden is correct

5.

Een heelkundige patiënt vergat preoperatief zijn antihypertensivum in te nemen.

Geef 2 risico's die deze patiënt postoperatief loopt t.g.v. de arteriële hypertensie.

4 lines
6.

Welk van de volgende begrippen heeft GEEN verband met morfine?

a)

Narcan (naloxon)

b)

PONV

c)

PCIA

d)

ademhalingsdepressie

e)

plafondeffect

7.

Welk van volgende geneesmiddelen dient de anesthesist NOOIT toe bij een algemene anesthesie?

a)

sufentanyl

b)

ropivacaïne

c)

mivacurium

d)

propofol

8.

VAS is een methode om pijn te beoordelen. Geef de benaming van 2 andere pijnbeoordelingsmethoden.

4 lines
9.

Een patiënte met borstkanker moet preoperatief cytostatica toegediend krijgen.

Hoe heet deze preoperatieve behandeling?

(a)  

10.

Welk analgeticum remt de vorming van prostaglandinen en beïnvloedt op die manier de doorbloeding van de nieren?

a)

ibuprofen

b)

fentanyl

c)

acetylsalicylzuur

d)

tramadol

11.

Duid elk antwoord aan dat een link heeft met 'risico op urineretentie',

a)

NSAID's

b)

PCEA

c)

spinale reflexboog

d)

zwakke opioïden

e)

lokale anesthesie

12.

Welk geneesmiddel wordt NIET als co-analgeticum gebruikt?

a)

Lyrica

(pregabaline)

b)

Cymbalta (duloxetine)

c)

Zofran

(ondansetron)

d)

Solu-Medrol

(methylprednisolon)

13.

Een heelkundige patiënt zonder voorgeschiedenis van gastro-intestinale pathologie krijgt postop. meestal toch een PPI (protonpompremmer) toegediend.

Verklaar waarom.

4 lines
14.

Welk geneesmiddel hoort nooit thuis bij de 'premedicatie'?

Meerder antwoordopties zijn mogelijk.

a)

vitamine K-antagonist

b)

benzodiazepine

c)

acetylcysteïne

d)

bèta-blokker

e)

antibioticum

15.

Waarom is de transdermale toediening van een opioïd niet geschikt bij sterke, acute postop. pijn?

4 lines
16.

Waarom moet de anesthesist voor spinale anesthesie prikken t.h.v. L3-L4 of L4-L5?

4 lines
17.

Waarom is Klean-Prep niet aangewezen als preop. darmvoorbereiding bij een gedehydrateerde patiënt?

4 lines
18.

Geef de medische term voor de minimumtijd tussen 2 opeenvolgende doses medicatie bij een PCA

(a)