WorksheetsTaal en spelling
Total questions: 10
Worksheet time: 12mins
Zelfstandige naamwoorden geven een naam aan mensen, dieren, planten en dingen.
Juist
Fout
Duid alle zelfstandige naamwoorden aan.
de bakker
fietsen
klein
de boom
Welk woord verwijst naar 'de kinderen'?
De kinderen zijn ervandoor.
Die fietsen veel vlugger.
die
fietsen
veel
vlugger
fietsen - Jan ... naar huis tegen de wind in.
(a)
worden - Oma ... snel moe van het wandelen aan zee.
(a)
Verdeel in zinsdelen:
De rode appel valt op het zachte gras.
De rode appel / valt op het / zachte gras.
De rode appel / valt / op het zachte gras.
De rode / appel valt / op het zachte gras.
De rode appel / valt / op het zachte / gras.
Welke afspraak hoort bij deze zin?
Katten kunnen lekker liggen rollen.
Ik schrijf de medeklinker dubbel.
Ik schrijf de lange klinker enkel.
Ik schrijf wat ik hoor.
Waar moet jij aan denken bij dit woord: het ei-verhaal.
Geen foute antwoorden mogelijk.
Welke woorden schrijf je met 'au'?
Ik vind taal- of spellingsoefeningen ...
moeilijk
doenbaar
makkelijk
