wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

verwijswoorden groep 8

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
  1. Wat is het juiste verwijswoord?


Naast mij stond een vrouw. Ze had een kuiken bij zich.

a)

ze verwijst naar kuiken

b)

een kuiken verwijst naar ze

c)

ze verwijst naar een vrouw

d)

zich verwijst naar de vrouw

2.
  1. Noteer het juiste verwijswoord.


Op dat moment kwam er een bus aan. Die stopte met piepende remmen.

a)

die verwijst naar een bus

b)

op verwijst naar een bus

c)

die verwijst naar piepende remmen

d)

op verwijst naar piepende remmen

3.
  1. Noteer het juiste verwijswoord

Geef mij maar een ice tea. Ik kom het u zo brengen.

a)

ik verwijst naar mij

b)

ice tea verwijst naar mij

c)

geef verwijst naar brengen

d)

het verwijst naar een ice tea

4.

Kies het verwijswoord dat op de ...........past


het afscheid vond plaats in de hal. .............was het heel erg vol

a)

dat

b)

daar

c)

soms

d)

dit

5.

Kies het verwijswoord dat op de ........past


Het conflict duurde eindeloos. .................was slecht voor de sfeer van de middag.

a)

de jongen

b)

en

c)

de plant

d)

het

6.

Plotseling stapte de man naar voren. Maar gelukkig pakte ik.......meteen vast.

a)

hem

b)

de man

c)

het

d)

de haren

7.

Vul het verwijswoord met het passende voorzetsel in.


Pien en Jessica spelen op de zolder. Ze spelen...........

a)

daartegen

b)

daarop

c)

daarna

8.

Vul het verwijswoord met passend voorzetsel in.


De juf praat over het weekend. Ze praat .........

a)

snel

b)

tegen

c)

daarover

9.

Zij ligt op het ligbed in het water. Zij ligt ..........

a)

erop

b)

eronder

c)

ervoor

10.

Noteer het juiste voorzetsel.


Meie moest wacht op haar zus. .........was een paar minuten te laat.

a)

haar zus

b)

ze

c)

hij

d)

haar