NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsDictee VT VVT
Total questions: 6
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
In welke tijdsvorm staat de volgende zin:
Lisa liep naar huis toe.
a)
Verleden tijd
b)
Tegenwoordige tijd
c)
Voltooid verleden tijd
2.
In welke tijd staat de volgende zin:
Wij gaan buiten spelen.
a)
Verleden tijd
b)
Tegenwoordige tijd
c)
Voltooid verleden tijd
3.
In welke tijd staat de volgende zin:
Dat had ik gelezen in de krant.
a)
Verleden tijd
b)
Tegenwoordige tijd
c)
Voltooid verleden tijd
4.
In welke tijd staat de volgende zin:
Ik ging naar de stad.
a)
Verleden tijd
b)
Tegenwoordige tijd
c)
Onvoltooid verleden tijd
5.
In welke tijd staat de volgende zin:
Liam ging naar het gemeentehuis.
a)
Verleden tijd
b)
Tegenwoordige tijd
c)
Voltooid verleden tijd
6.
In welke tijd staat de volgende zin:
Juf Sanne is zwanger van een ....?
a)
Verleden tijd
b)
Tegenwoordige tijd
c)
Voltooid verleden tijd
Reset
