Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 4 herhaling regeling prg 1 en 2

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit?

a)

Grote hersenen

b)

Kleine hersenen

c)

herstenstam

d)

ruggenmerg

2.

Wat is GEEN functie van je zenuwen?

a)

Verbinden het centrale zenuwstelsel met alle lichaamsdelen

b)

Geven impulsen door

c)

Zetten een prikkel om in een impuls

3.

Wat is GEEN voorbeeld van een zintuig

a)

Oog

b)

Tong

c)

Licht

d)

Tastzintuig

4.

Wat is een voorbeeld van een prikkel?

a)

Licht

b)

Trillingen

c)

Warmte

d)

Honger

5.

Het zenuwstelsel regelt de werking van spieren en klieren

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Je hersenen zetten de ontvangen impulsen om in nieuwe impulsen

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Je hebt 2 verschillende soorten zenuwcellen

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Een zenuwcel is één cel en een zenuw bestaat uit meerdere zenuwcellen

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Bekijk de afbeelding. Wat voor zenuwcel is dit? p.s. denk aan het ezelsbruggetje ;)

a)

Bewegingszenuwcel

b)

Schakelcel

c)

Gevoelszenuwcel

10.

Bekijk de afbeelding. Wat voor cel is dit? p.s. denk aan het ezelsbruggetje ;)

a)

Bewegingszenuwcel

b)

Schakelcel

c)

Gevoelszenuwcel

11.

Bekijk de afbeelding. Wat voor zenuwcel is dit? p.s. denk aan het ezelsbruggetje ;)

a)

Bewegingszenuwcel

b)

Schakelcel

c)

Gevoelszenuwcel

12.

GEVOELszenuwcellen brengen impulsen van je hersenen naar je spieren of klieren

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

BEWEGINGszenuwcellen brengen impulsen van je hersenen naar je spieren of klieren

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Schakelcellen schakelen impulsen van gevoelszenuwcellen door naar bewegingszenuwcellen (zij liggen in het centrale zenuwstelsel).

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Welke verschillende typen ZENUWEN heb je?

a)

Gevoelszenuw

b)

Gemengde zenuw

c)

Bewegingszenuw

16.

Welke type zenuwCELLEN zitten er in een gemengde zenuw?

a)

Bewegingszenuwcel en gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwcel en schakelzenuwcel

c)

Schakelzenuwcel en gevoelszenuwcel

17.

Hoe noem je onderdeel P:

a)

Cellichaam

b)

Uitloper