wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3.3 Europa en de wereld

Total questions: 24

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
Piet Heyn was een belangrijke zeekheld. Was hij in dienst van de VOC of WIC?
a)
VOC
b)
WIC
2.
Waar hoort deze afbeelding bij?
a)
VOC
b)
WIC
3.
Welke producten uit hun eigen land verkochten de Hollandse handelaren in de 17e eeuw aan de landen rond de Oostzee?
a)
Kaas, boter, textiel en ingezouten vis
b)
Katoen, tabak, rijst, suiker
c)
Negerslaven, geweren en gereedschap
4.
Wat is handelskapitalisme?
a)
Wanneer je geld uitgeeft aan handel met het doel winst te maken
b)
Wanneer je producten ruilt, zonder geld
c)
Wanneer je producten afpakt, zonder te betalen.
5.
Wie controleerden in het begin van  de 17e eeuw de zeevaart route naar Indie?
a)
De Portugezen
b)
De Spanjaarden
c)
De Engelsen
6.
Welke Hollandse zeevaarder vond in 1595 ook de route naar Indie?
a)
Cornelis Houtman
b)
Vasco di Gama
c)
Columbus
7.
Wat betekent de VOC?
a)
De Verenigd OostMoluksse Combinatie
b)
De Verenigd Oost Indische Compagnie
c)
De Verenigde Oost Combinatie
8.
Wat betekent de WIC?
a)

De Verenigd West-Moluksse Combinatie

b)
De West Indische Compagnie
c)
De Verenigde West Combinatie
9.
Wat is de 'driehoekshandel' ?
a)
De handel tussen De Republiek, West Afrika en Amerika
b)
De handel tussen de Oostzee-landen, De Republiek en Amerika
c)
De handel tussen Afrika, Midden Amerika en Zuid Amerika
10.
Wat verhandelde de Hollandse kooplieden aan de kust van West-Afrika (driehoekshandel)
a)
Zij  gaven aan de stamhoofden geweren, gereedschap en textiel en ontvingen  negerslaven
b)
Zij gaven aan de stamhoofden katoen, koffie en tabak en ontvingen negerslaven
c)
Zij gaven negerslaven in ruil voor peper, noodmuskaat en kruidnagel
11.
Wat is 'kaapvaart'
a)
Het kapen van de lading van andere schepen op zee met toestemming van de regering
b)
Het varen op de kaap De Goede Hoop
c)
Het verhandelen van negerslaven aan een Spaans schip op zee
12.

Geef drie voorbeelden van  producten die in de Gouden Eeuw uit 'Oost-Indië' werden gehaald.

a)
Peper, Kruidnagel, Noodmuskaat
b)
Tabak, Koffie, Katoen
c)
Zout, groente, hout
13.

Geef drie voorbeelden van  producten die in de Gouden Eeuw uit 'West-Indië' werden gehaald.

a)
Peper, Kruidnagel, Noodmuskaat
b)
Tabak, Koffie, Katoen
c)
Zout, Groenten,Hout
d)
Kaas, boter en meel
14.

Dit logo is van de ...

a)

Verenigde Oost-Indische compagnie

b)

West-Indische compagnie

15.
Omdat handel over de hele wereld plaatsvond, zeggen we dat er een ......................... ontstond. 
Welk woord hoort op het stippellijntje?
a)
Verenigde Oost-Indische Compagnie
b)
West-Indische Compagnie
c)
Wereldeconomie
d)
Slavenhandel
16.
Welke van de onderstaande producten werd uit Amerika gehaald?
a)
Foelie
b)
Peper
c)
Kruidnagelen
d)
Tabak
17.
De Verenigde Oost-Indische Compagie (VOC) werd in 1602 opgericht. Zij hadden de monopolie van de Nederlandse handel op Oost-Indië in handen. 
Wat is een "monopolie"
a)
Een bestuursvorm met een gouverneur-generaal
b)
Een speciale markt waar je je producten kan verkopen
c)
Je bent dan de enige die in bepaalde producten mag handelen
d)
Een spel dat iedereen toen al speelde
18.
Juist of onjuist:
"De plaatselijke bevolking gaf niet altijd vrijwillig hun producten aan de VOC, daarom werd er vaak geweld door de VOC gebruikt."
a)
Juist
b)
Onjuist
19.
Juist of onjuist:
"De WIC verdiende ook geld met de slavenhandel"
a)
Juist
b)
Onjuist
20.
In welk jaar werd de VOC opgericht?
a)
1702
b)
1602
c)
1598
d)
1615
21.

De handel van de VOC wordt ook wel moedernegotie genoemd.

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

Wie is hier afgebeeld?

a)

Jan Pieterszoon Coen

b)

Michiel de Ruyter

c)

Antonie van Leeuwenhoek

d)

Christiaan Huygens

23.

In welke producten handelde de WIC?

a)

Slaven en producten van plantages (katoen, specerijen)

b)

Specerijen en slaven

c)

Slaven en producten van plantages (katoen, tabak, suikerriet)

d)

Zijde, Porselein en producten van plantages (katoen, tabak, suikerriet)

24.

Waar diende de atlas Major voor?

a)

Om de route over zee naar Indië te vinden.

b)

Het was een statussymbool.

c)

Om de sterren te kunnen bestuderen.

d)

Geen van de antwoorden zijn goed.