Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

B3; Zintuigen en regeling

Total questions: 32

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.
Hoeveel verschillende soorten zintuigen kennen we?
a)
3 namelijk in je oog, oor en neus
b)
4 namelijk in je oog, oor, neus en huid
c)
5 namelijk in je oog, neus, oor, huid en mond
d)
6 namelijk in je oor, huid, oog, neus, mond en tong
2.
Het drukzintuig is een onderdeel van de huid.
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
4.
Het centrale zenuw-stelsel bestaat uit:
a)
Zenuwen
b)
Zenuwen en de hersenen
c)
Zenuwen en het ruggenmerg
d)
De hersenen en het ruggenmerg
5.
Wat wordt bedoeld in het kader  bij het vraagteken?
a)
Neusholte
b)
Neus-slijmvlies
c)
Reukharen
d)
Zintuigcellen
6.
Bij welk zintuig hoort deze afbeelding?
a)
Gehoor-zintuig
b)
Gezichts-zintuig
c)
Reuk-zintuig
d)
Smaak-zintuig
7.
Vanaf hoeveel decibel kan er gehoorschade optreden?
a)
60
b)
70
c)
80
d)
90
8.
Hier bevindt zich het gehoorzintuig.
a)
Trommelvlies
b)
Gehoorbeentjes
c)
Slakkenhuis
d)
Buis van Eustachius
9.
Met dit deel van het oog kan je scherp zien.
a)
Iris
b)
Pupil
c)
Harde oogvlies
d)
Lens
10.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
11.
Langs welke weg gaat het licht van het oog-zintuig?
a)
Hoornvlies-pupil-lens-glasachtige lichaam-netvlies
b)
Glasachtige lichaam-netvlies-pupil-lens-hoornvlies
c)
Hoornvlies-lens-netvlies
d)
Lens-pupil-hoornvlies-netvlies-glasachtige lichaam
12.
Een invloed van buiten af op een organisme noemen we een:
a)
Impuls.
b)
Prikkel.
c)
Invloed.
d)
Reflex.
13.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
14.

In je huid zitten verschillende zintuigen. Welk zintuig heb je nodig om te merken dat iets koud is?

a)

Het kou zintuig

b)

Het warmte zintuig

c)

De temperatuurszintuig

15.

Waar of niet waar? Je bent pas bewust van iets van buitenaf als het signaal in je grote hersenen is verwerkt

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Twee leerlingen doen elk een bewering over schade aan delen van het zintuigenstelsel en het zenuwstelsel.

Mariam zegt: 'Door schade aan een zintuig kunnen in dit zintuig wellicht geen impulsen meer ontstaan.'

June zegt: 'Door schade aan de hersenstam kan verlamming van het gehele lichaam ontstaan.' Wie heeft gelijk?

a)

Mariam heeft gelijk

b)

June heeft gelijk

c)

geen van beiden heeft geljk

d)

beiden hebben gelijk

17.

Wat is geen onderdeel van het centraal zenuwstelsel?

a)

Hersenen

b)

Zenuwen

c)

Hersenstam

d)

Ruggenmerg

18.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

19.

Waar bevindt zich het ruggenmerg?

a)

In de schedel

b)

In de wervelkolom

c)

In je bekken

d)

In je opperarmbeen

20.
Wat is een bewuste reactie?
a)
Schrikken
b)
Terugduwen 
c)
Knipperen met je ogen
d)
Ademen
21.
Wat is een reflex?
a)
Vaste, snelle, onbewuste reactie
b)
Trage reactie
c)
Bewuste reactie
22.
Waar hebben de hormonen geen invloed op?
a)
Groei en ontwikkeling van het lichaam
b)
Op de stofwisseling
c)
Huidskleur
d)
Op de voortplanting
23.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
24.
In je oog gaat het licht achtereenvolgens door:
a)
Pupil - hoornvlies - lens - glasachtig lichaam - netvlies
b)
Hoornvlies - lens - pupil - glasachtig lichaam - netvlies
c)
Hoornvlies - pupil - lens - glasachtig lichaam - netvlies
d)
Hoornvlies - pupil - lens - netvlies - glasachtig lichaam
25.

Hoe heet onderdeel 4?

(a)  

26.

Wat is de functie van het trommelvlies?

a)

Geluidstrillingen opvangen

b)

Geluidstrillingen opvangen en doorgeven

c)

Geluidstrillingen opvangen en omzetten in impulsen

d)

Geluidstrillingen doorgeven en omzetten in impulsen

27.

Waar gaat de rode stippellijn naar toe?

a)

neusholte

b)

keelholte

c)

hersenen

d)

evenwichtsorgaan

28.

Welke afbeelding is voor het kijken van veraf?

Zijn de lensbandjes dan samengetrokken of ontspannen?

a)

figuur 1; samengetrokken

b)

figuur 1; ontspannen

c)

figuur 2; samengetrokken

d)

figuur 2; ontspannen

29.

Welke uitspraken zijn waar?

1) In je vingertoppen zitten meer tastzintuigjes dan in de palm van je hand

2) Als je je vinger in koud water stopt, dan werken zowel de warmtezintuigen en koudezintuigen

a)

beide onjuist

b)

1 is juist

c)

2 is juist

d)

beide juist

30.

Welk deel van de hersenen doet de coordinatie van de impulsen naar de spieren?

a)

Grote hersenen

b)

Kleine hersenen

c)

Hersenstam

31.

Mensen met tinnitus ‘horen’ voortdurend een piepend of suizend geluid dat er in werkelijkheid niet is. Er worden dan impulsen vanuit het oor doorgegeven aan de hersenen, zonder dat de zintuigcellen in het oor geprikkeld zijn door geluid.

Welke letter in de afbeelding geeft het deel aan dat impulsen vanuit het oor naar de hersenen geleidt?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

32.

Veel mensen hebben op latere leeftijd een leesbril nodig, omdat ze niet meer goed dichtbij kunnen zien.


Waardoor hebben oudere mensen vaak een bril nodig om te kunnen lezen?

a)

De ooglens kan niet meer bol genoeg worden.

b)

De ooglens kan niet meer plat genoeg worden.

c)

De pupil kan niet meer groot genoeg worden.

d)

De pupil kan niet meer klein genoeg worden.