wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Parlementaire Democratie

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat past niet bij de Nederlandse democratie?

a)

Scheiding van machten

b)

Onafhankelijke rechters

c)

Indirecte democratie

d)

Presidentieel stelsel

2.

Wat past niet bij een democratisch systeem?

a)

autoritair leiderschap

b)

vrije markteconomie

c)

individualisme

d)

grondwettelijke rechten

3.

Wat is een voorbeeld van directe democratie?

a)

Parlementaire enquete

b)

Waterschapsverkiezingen

c)

Bindend referendum

d)

Kabinetsformatie

4.

Vul in: Een directe democratie is in principe ... dan een indirecte democratie.

a)

efficiënter

b)

democratischer

c)

omslachtiger

d)

beter organiseerbaar

5.

Een voorbeeld van passief kiesrecht is:

a)

je stem uitbrengen op een oppositiepartij

b)

het kiesrecht verwerven zodra je 18 bent

c)

blanco stemmen

d)

je kandidaat stellen voor een politieke partij

6.

Wat past niet bij een kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging?

a)

Eenvoudige zetelberekening

b)

Grote kans voor kleine partijen

c)

Aantal stemmen / aantal zetels = % zetels partij

d)

Vaak 1 partij met meerderheid zetels

7.

Wat past per definitie niet bij een dictatuur?

a)

erfelijk staatshoofd

b)

trias politica

c)

parlement

d)

economische groei

8.

Welke zetels worden gevuld middels een getrapte (indirecte) verkiezing?

a)

Gemeenteraad

b)

Provinciale Staten

c)

Eerste Kamer

d)

Tweede Kamer

9.

Wie zit niet in het kabinet?

a)

Premier

b)

Ministers

c)

Staatssecretarissen

d)

Koning

10.

Het kabinet mag:

a)

wetten bedenken en goedkeuren

b)

wetten bedenken en uitvoeren

c)

wetten goedkeuren en uitvoeren

d)

wetten bedenken, goedkeuren en uitvoeren

11.

Dualisme is een systeem met een scheiding tussen:

a)

parlementariërs en ministers

b)

ministers en staatssecretarissen

c)

Eerste Kamer en Tweede Kamer

d)

overheid en parlementariërs

12.

Wat is een taak van de informateur/verkenner?

a)

Regeerakkoord opstellen

b)

Ministers benoemen

c)

Verkiezingsuitslag bekrachtigen

d)

Mogelijke coalities onderzoeken

13.

Wat past niet bij het CDA?

a)

Bijbel als inspiratiebron

b)

Conservatief

c)

Progressief

d)

Middenpartij

14.

Wat past niet bij de PVV?

a)

Confessioneel

b)

Anti-elite

c)

Populistisch

d)

Nationalistisch

15.

Wat past niet bij de SP?

a)

Socialistisch

b)

Steun voor zwakkeren

c)

Actieve overheid

d)

Liberaal

16.

Wat past niet bij D66?

a)

Middenpartij

b)

Sociaal-liberaal

c)

Nationalistisch

d)

Progressief

17.

Wat past niet bij de VVD?

a)

Liberaal

b)

Anti-elite

c)

Midden-rechts

d)

Voor ondernemersvrijheid

18.

Wat past niet bij GroenLinks?

a)

Nationalistisch

b)

Progressief

c)

Kosmopolitisch

d)

Actieve onderheid

19.

Wat past bij kosmopolitisme?

a)

Tegen immigratie

b)

Voor globalisering

c)

Nationalistisch

d)

Conservatief

20.

De NAVO is een .... en de VN is een ....

a)

militair bondgenootschap - internationaal samenwerkingsverband

b)

internationaal samenwerkingsverband - militair bondgenootschap

c)

internationaal samenwerkingsverband - monetaire unie

d)

monetaire unie - militair bondgenootschap

21.

De Europese Unie beslist niet over:

a)

landbouw

b)

vluchtelingenbeleid

c)

milieuregels

d)

belastingen