wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

hfst 4

Total questions: 39

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.
Als ik me een Schot voorstel, zie ik man met een grote, witte snor, een doedelzak en schotse rok voor me.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
2.
De nieuwe jongen in onze klas kleedt zich nogal ouderwets. Hij zal wel zo iemand zijn die nooit weggaat en altijd met zijn neus in de boeken zit.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
3.
Haar moeder heeft nog met mijn pa in de klas gezeten. Mijn pa zei dat haar moeder een goede studente was, dus zal mijn klasgenoot ook wel sterk zijn.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
4.
Zijn broer is blind, dus wil ik niet dat hij in mijn bedrijf komt werken.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
5.
Ze is een typisch blondje: gelnagels, kortgerokt, hoge hakken.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
6.
Ze is een typisch blondje, dus zal er ook wel niet veel inhoud in zitten.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
7.
Alle Nederlanders zijn gierig en dragen oranje kledij.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
8.
Er mogen geen homo’s in de voetbalclub.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
9.
Hij is dik en zal dus wel gezellig en grappig zijn.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
10.
Het is een man en zal dus niet kunnen stofzuigen.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
11.
Een Marokkaan kan je nooit vertrouwen. Let op mijn woorden.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
12.
Alle jongeren uit Aalst vieren graag carnaval.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
13.
Een vrouw met hoofddoek mag niet aan de balie staan.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
14.
Zwarten zijn een beetje simpel van geest.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
15.
In Afrika lopen ze nog in hun blootje rond.
a)
stereotype
b)
vooroordeel
c)
discriminatie
16.
Juist of onjuist. Discriminatie is een mening hebben over iets of iemand die niet op feiten is gebaseerd.
a)
Juist
b)
Onjuist
17.
Juist of onjuist. Een vooroordeel is een mening hebben over iets of iemand die niet op feiten is gebaseerd.
a)
Juist
b)
Onjuist
18.
De nieuwe jongen in onze klas kleedt zich nogal ouderwets. Hij zal wel zo iemand zijn die nooit weggaat en altijd met zijn neus in de boeken zit.
a)

vooroordeel

b)

discriminatie

19.

de dominante cultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur waarin één iemand de baas (dus dominant) is.

c)

De cultuur die de meeste mensen in een land hebben.

d)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

20.

een subcultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur die de meeste mensen in een samenleving hebben.

c)

Een cultuur van mensen die graag naar de Subway gaan

d)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

21.

In Nederland hoort Sinterklaas vieren bij een subcultuur

a)

waar

b)

niet waar

22.

Moslims vormen in Nederland de dominante cultuur

a)

waar

b)

niet waar

23.

Subculturen kunnen ontstaan op basis van muzieksmaak en je woonplaats

a)

waar

b)

niet waar

24.

een vooroordeel is:

a)

een oordeel over iemand zonder dat je die persoon echt kent

b)

een oordeel over één van je vrienden

c)

een oordeel van de rechtbank na een strafbaar feit

d)

een oordeel van je ouders over je vrienden

25.

als je een vooroordeel hebt over een hele groep mensen noem je dat:

a)

een vooroordeel

b)

tolerant zijn

c)

een stereotype

d)

discriminatie

26.

We spreken van discriminatie als:

a)

mensen gelijk worden behandeld

b)

mensen in dezelfde situatie anders worden behandeld

c)

mensen een baan niet krijgen omdat ze niet geschikt zijn

d)

als mensen in dezelfde situatie gelijk worden behandeld.

27.

klik de goede antwoorden aan: Er wordt bijvoorbeeld gediscrimineerd op basis van:

a)

culturele achtergrond

b)

leeftijd

c)

uiterlijk

d)

sekse

28.

als je tolerant bent dan:

a)

Vind je het prima als mensen andere normen en waarden hebben dan jij

b)

Vind je het lastig als mensen andere normen en waarden hebben dan jij

c)

Ga je graag mee in de normen en waarden van een ander

d)

Maak je ruzie als iemand het niet met je eens is

29.

we spreken van racisme als:

a)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar leeftijd

b)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar geslacht

c)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar afkomst

d)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar geloof

30.

wanneer ben je immigrant?

a)

Als je Nederland binnen komt om er te gaan wonen

b)

Als je uit Nederland vertrekt om in een ander land te gaan wonen

31.

Wanneer ben je een emigrant?

a)

Als je Nederland binnen komt om hier te gaan wonen

b)

Als je Nederland uit gaat om in een ander land te gaan wonen

32.

Wanneer ben je een asielzoeker?

a)

Als je vlucht voor oorlog

b)

Als je vlucht omdat je homoseksueel bent, en dat in jouw land niet mag

c)

Als je vlucht omdat je leven gevaar loopt vanwege je politieke mening

d)

Als je naar een ander land gaat voor werk, en een beter leven

33.

wanneer ben je allochtoon?

a)

als je zelf in een ander land geboren bent

b)

als je ouders allebei in een ander land geboren zijn

c)

als één van je ouders in een ander land geboren is

d)

als je opa of oma in een ander land geboren is

34.

Welke redenen hadden migranten de afgelopen 60 jaar om naar Nederland te komen?

a)

Het prettige klimaat

b)

werk

c)

gezinshereniging

d)

veiligheid, op de vlucht voor oorlog of ander geweld

e)

ze woonden in Nederlandse koloniën en die werden onafhankelijk. Uit angst voor onrust kwamen ze naar Nederland

35.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

36.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

37.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

38.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur

39.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur