wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2C 24 feb

Total questions: 25

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.

Welke vraag stel je om het lijdend voorwerp te vinden?

(a)  

2.

Wat is de persoonsvorm?

Peter vergat vanmorgen zijn tas.

a)

Peter

b)

vergat

c)

vanmorgen

d)

zijn tas

3.

Wat is het onderwerp?

Peter vergat vanmorgen zijn tas.

a)

Peter

b)

vergat

c)

vanmorgen

d)

zijn tas

4.

Wat is het gezegde?

Peter vergat vanmorgen zijn tas.

a)

Peter

b)

vergat

c)

vanmorgen

d)

zijn tas.

5.

Wat is het lijdend voorwerp?

Peter vergat vanmorgen zijn tas.

a)

Peter

b)

vergat

c)

vanmorgen

d)

zijn tas

6.

Wat is het lijdend voorwerp?

Eindelijk bouwt de gemeente een viaduct.



(a)  

7.

Wat is het lijdend voorwerp?

Voor dit schilderij heeft Piet een speciaal potlood gebruikt.

(a)  

8.

Wat is het lijdend voorwerp?

Vorige week won de selectie de halve finale.

a)

Vorige week

b)

de halve finale

c)

won

d)

de selectie

9.

Wat is het lijdend voorwerp?

Tijdens de film gierden de zenuwen door mijn lijf.

a)

Tijdens de film

b)

gierden

c)

Er is geen lijdend voorwerp

d)

lijf

10.

Wat is het lijdend voorwerp?

Je kunt de spaarkaart nog inwisselen tot 1 januari.

(a)  

11.

Welke verwijswoorden horen bij het-woorden?

a)

die/deze

b)

dit/die

c)

deze/dat

d)

dat/dit

12.

Welke verwijswoorden horen bij de-woorden?

a)

die/deze

b)

die/dit

c)

deze/dat

d)

dit/dat

13.

Wat is het juiste verwijswoord?

Merel heeft de trui van Roos meegenomen. Deze/dit moet hij straks teruggeven.

(a)  

14.

Wat is het juiste verwijswoord?

De spelers moesten terugkomen op het besluit om uit deze/dit team te stappen.

(a)  

15.

Kies het juiste verwijswoord.

Onze boot is gerepareerd. Morgen brengen we het/hem terug naar de haven.

(a)  

16.

Vul de zinnen aan (eigen antwoord). Gebruik een verwijswoord dat naar het onderstreepte deel verwijst.

Twee euro betaalde Julia voor deze koffie, maar .....

4 lines
17.

Hoe schrijf je het voltooid deelwoord?

In Nederland wordt steeds vaker contactloos ... (pinnen).

a)

gepint

b)

gepind

18.

Hoe schrijf je het voltooid deelwoord?

Gisteravond heb ik pas tegen elf uur mijn laptop ... (afsluiten)

a)

afgesloten

b)

afgesluit

19.

Noteer de juiste vorm van het voltooid deelwoord

In het magazijn heeft Johan alle lege dozen ... (opstapelen)

(a)  

20.

Kies de juiste vormen van de werkwoorden.

Het (hebben - tt) de hele dag (regenen - vd)

a)

heeft - geregend

b)

had - geregend

c)

heeft - geregent

d)

had - geregent

21.

Noteer de juiste vormen van de werkwoorden.

Via Snapchat (worden - vt) de foto van onze hond (sturen - vd)

a)

wordt - gestuurd

b)

word - gestuurd

c)

werd - gestuurd

d)

werd - gestuurt

22.

Wat is het voltooid deelwoord van afhalen?

(a)  

23.

Noteer de juiste vorm van het werkwoord

Yasmine heeft haar haren gisteren groen (verven - vd)

(a)  

24.

Ik ga een voldoende halen voor mijn toets

a)

Absoluut

b)

Natuurlijk

c)

Sowieso

d)

Duh!

25.

Waar verwijst hem naar?

Onze auto is kapot. Morgen brengen we hem terug naar de garage.

(a)