wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Terugblik afgelopen periode

Total questions: 31

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord is goed gespeld?

a)

slechterikken

b)

luiwammessen

c)

interese

d)

dommeriken

2.

Welk woord is goed gespeld?

a)

stomerikken

b)

stomeriken

c)

stommerikken

d)

stommeriken

3.

Welk woord is goed gespeld?

a)

middeleeuwen

b)

middelleeuwen

c)

mideleeuwen

d)

midelleeuwen

4.

Welk woord is goed gespeld?

a)

officiële

b)

speciaale

c)

financieële

d)

domeriken

5.

Welk woord is goed gespeld?

a)

interese

b)

terorisme

c)

detail

d)

oficiële

6.

Welk woord is goed gespeld?

a)

leraresen

b)

leraressen

7.

Welk woord is goed gespeld?

a)

onaantrekelijk

b)

probleematiek

c)

bangerikken

d)

defensie

8.

Welk woord is goed gespeld?

a)

dreumesen

b)

lemetten

c)

schandalich

d)

gemenerikken

9.

Welk woord is goed gespeld?

a)

sprijding

b)

afschijding

c)

afzeterij

d)

afwijking

10.

Welk woord is goed gespeld?

a)

de romeinen

b)

voorbereiding

c)

andeivie

d)

berijken

11.

Welke vervoeging van het werkwoord lopen is niet goed?

a)

liep

b)

loop

c)

gelopen

d)

geliepen

12.

Welke vervoeging van het werkwoord nadenken is niet goed?

a)

nadenkend

b)

nadenkent

c)

dacht na

d)

denkt na

13.

Welke vervoeging van het werkwoord verwijten is niet goed?

a)

verweet

b)

verwijdt

c)

verwijtend

d)

verwijten

14.

Vul het werkwoord goed in de zin in:

verwarren Het is een (a)   geheel.

15.

Vul het werkwoord goed in de zin in:

branden (a)   het vuur in de open haard nu nog niet?

16.

Vul het werkwoord goed in de zin in:

snijden (a)   je de komkommer even?

17.

Vul het werkwoord goed in de zin in:

loslaten Het behang in mijn kamer (a)   .

18.

Vul het werkwoord goed in de zin in:

vinden (a)   je broer zijn brommer niet meer leuk?

19.

Vul het werkwoord goed in de zin in:

afwachten Het is onaantrekkelijk de financiële neergang ............. te ............. .

(a)  

20.

Vul het werkwoord goed in de zin in:

afwijken Het is een beetje (a)   van wat je zou verwachten.

21.

Welk leesteken moet er op de plaats van het x staan?

Kom je morgen mee carnavallenx

a)

Punt

b)

Uitroepteken

c)

Komma

d)

Vraagteken

22.

Welk leesteken moet er op de plaats van het x staan?

De juf zei x "Ga hier maar even zitten."

a)

Komma

b)

Dubbelepunt

c)

Vraagteken

d)

Puntkomma

23.

Welk leesteken moet er op de plaats van het x staan?

Jan was helemaal alleen x zijn vriend was al naar huis gegaan.

a)

Komma

b)

Puntkomma

c)

Dubbele punt

d)

Punt

24.

Typ de volgende zin over mèt de juiste leestekens en hoofdletters.

hein zei ik vind barcelona een mooie stad

(a)  

25.

Typ de volgende zin over mèt de juiste leestekens en hoofdletters.

in januari ging koen naar jupiter mars of venus

(a)  

26.

Wat is het antwoord op deze som?

6 x 1/2 =

a)

12

b)

3

c)

3/12

d)

4

27.

Wat is het antwoord op deze som?

3/4 + 5/12 =

a)

1 2/12

b)

1 1/6

c)

1 2/6

d)

11/12

28.

Wat is het antwoord op deze som?

1 3/8 - 3/4 =

a)

1/4

b)

5/12

c)

5/8

d)

7/8

29.

Wat is het antwoord op deze som?

Op school maakten de leerlingen van 150 sommen er 30 fout. Hoeveel procent is dat?

a)

5%

b)

30%

c)

24%

d)

20%

30.

Wat is het antwoord op deze som?

Toos Plak wil haar kamer behangen. De lengte is 4 m. De breedte is 3 m en de hoogte is 2,5 m. Ramen en deuren (totaal 5 m2) worden natuurlijk niet behangen. Op 1 rol behang zit 5 m2. Hoeveel rollen heeft Toos nodig?

(a)  

31.

Wat is het antwoord op deze som?

3/4 : 1/2 =

a)

1 2/4

b)

3

c)

1 1/2

d)

1 1/4